Cookies op websites van de FNV

De FNV gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de websites zo goed mogelijk te laten functioneren. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig. Daarnaast maken we gebruik van marketing cookies om de website op jouw voorkeuren af te stemmen. Hiervoor kun je onderstaand toestemming geven. Je kunt je instellingen altijd weer wijzigen op de pagina over de cookies.

Functionele & analytische cookies: Cookies die nodig zijn om te zorgen dat de website naar behoren werkt en om analyse uit te voeren

Marketing cookies

:

Deze cookies gebruiken we om de website op jouw voorkeur af te stemmen.

Or-verkiezingen uitstellen wegens corona-maatregelen?

Regel vervangende legitimiteit

Redactie
Door Redactie 23 maart 2020

Wij krijgen signalen dat vanwege de corona-maatregelen lopende or-verkiezingstrajecten opgeschort worden en aankomende or-verkiezingen uitgesteld worden. Als reden wordt gegeven dat gebouwen zijn gesloten waardoor stemmen per stembus niet kan doorgaan. En dat digitale stem-tools soms niet voor alle kiezers functioneren vanuit de thuiswerksituatie. Maar een or kan na de zittingstermijn rechtsgeldigheid verliezen. Wat zijn de mogelijkheden?

Or-verkiezing uitstellen vanwege corona?

Overmacht situatie

Door de beperkende maatregelen in verband met de bestrijding van het coronavirus kan het zijn dat een or-verkiezing niet of niet zorgvuldig genoeg gehouden kan worden. Maar juist in deze tijd kunnen er belangrijke adviesaanvragen en instemmingsverzoeken komen. Het is dus belangrijk dat er wel een werknemersvertegenwoordiging is. 

Probleem

Als er geen nieuwe or gekozen kan worden, ontstaat er een probleem. De zittingstermijn van de oude or loopt hoe dan ook af. Or-leden hebben een wettelijke houdbaarheidsdatum: 3 jaar (artikel 12 lid 1 WOR), die is vastgelegd in het reglement. De or mag hier ook een andere termijn bepalen, zoals 2 or 4 jaar. Maar na het verstrijken van de zittingstermijn zijn de or-leden van rechtswege uit functie. De or kan niet meer rechtsgeldig functioneren. 

Een ‘or-loze periode’ is onwenselijk en niet de bedoeling. Het bestuur heeft een overlegpartner nodig, want hij is verplicht bepaalde besluiten voor advies of instemming voor te leggen. En de werknemers hebben recht op een vertegenwoordiging in het overleg met de directie.

Maak afspraken

Hoe kan deze periode tussen afloop van de termijn van de oude or en uitgestelde start van de nieuwe or overbrugd worden? WOR-technisch en juridisch gezien is dat niet 100% sluitend te krijgen. Een ‘or-die-over-de-datum’ is kan geen gebruik maken van het beroepsrecht (art. 26 WOR).  Or en bestuurder moeten dus vóórdat de or ‘uit functie’ is hun relatie voor de overbruggingsperiode zo goed mogelijk formaliseren. Dat kan in een gezamenlijke verklaring. 

Welke afspraken moet je maken?

  1. De zittende or-leden verklaren dat zij bereid zijn te blijven functioneren als werknemersvertegenwoordigers.
  2. Het bestuur verklaart dat hij de zittende or na het einde van de zittingstermijn volledig erkent als zijn wettelijke overlegpartner en dat deze onverkort alle wettelijke faciliteiten blijft behouden, tot het moment dat een nieuwe or wordt geïnstalleerd.
  3. De or meldt aan de achterban dat onder deze omstandigheden niet op de vereiste wijze verkiezingen kunnen worden gehouden. Dat de zittingstermijn eindigt, maar de or-leden bereid zijn het or-werk voort te zetten. Dat ze dat met de bestuurder bekrachtigd hebben in een gezamenlijke verklaring en dat ze zo samen zorgen dat er geen medezeggenschapsvacuüm ontstaat en de continuïteit wordt gewaarborgd. En dat beide partijen ernaar streven dat er zo snel mogelijk verkiezingen worden georganiseerd. Onder normale omstandigheden zou de or de achterban gelegenheid moeten geven om bezwaar te maken. Die oproep hoeft de or nu niet actief te doen: er is sprake van overmacht – een verkiezing is niet goed/zorgvuldig te houden.

Zo kort mogelijk en alleen vanwege overmacht

De informele overbruggingsperiode moet zo kort mogelijk gehouden worden. Stel de verkiezing niet uit ‘tot de corona-crisis over is’, maar bepaal een nieuwe datum. Er zijn diverse aanbieders van digitale or-verkiezingen. Zijn er belemmeringen in de ICT-infrastructuur waardoor een digitale stemming niet voor alle kiesgerechtigden toegankelijk is? Dan moet de ondernemer zorgen dat die worden opgelost.

Kunnen de verkiezingen ook 'zomaar' uitgesteld worden?

Bovenstaande noodmaatregel geldt alleen voor de situatie dat het technisch niet mogelijk is om een lopende of nabije verkiezing goed uit te voeren. Zijn de verkiezingen nog verder weg en wil de zittende or doorgaan vanwege ‘verkiezingen houden komt nu niet goed uit’ en ‘wij hebben ervaring’, dan is het een ander verhaal. Het is een zittende or niet toegestaan om zijn eigen zittingsperiode te verlengen. En met wat er de komende tijd op de or afkomt is het belangrijk dat deze 100% rechtsgeldig is (via verkiezingen conform het reglement). 

Vindt de or toch dat er zwaarwegende omstandigheden zijn die noodzaken tot uitstel van de verkiezingen, dan moet op transparante wijze voor de nodige vervangende legitimiteit gezorgd worden. Volg daarvoor de komende punten.

  1. Over de gegronde redenen moet met het bestuur overlegd worden. De bestuurder moet toezeggen dat hij de ‘verlengde or’ erkent als zijn overlegpartner en voortgezette werknemersvertegenwoordiging en dat hij de faciliteiten onverkort zal handhaven.
  2. Er moet ook met de werknemersorganisaties overlegd worden. Zij zijn toezichthouder op de goede toepassing van de WOR en tevens belanghebbende partij. Zij hebben recht op voordracht van kandidaten.
  3. En heel belangrijk: er moet voldoende draagvlak zijn voor het doorfunctioneren van de zittende or-leden. Er moet dus een verlengd mandaat gevraagd worden aan de achterban. Die vraag moet alle medewerkers bereiken en moet bevatten: de reden van uitstel, de nieuwe verkiezingsdatum (je kunt immers moeilijk instemmen met een onbeperkte verlenging van het mandaat), de bezwaartermijn en op welke wijze bezwaar gemaakt kan worden en bij voorkeur ook hoe de or zal omgaan met de bezwaren.  

    Er zijn geen harde regels voor 'wat te doen met negatieve reacties in de achterban'. Het is aan de or zelf om een afweging te maken: wat vinden wij voldoende draagvlak, legitimiteit. Als 1 medewerker tegen is, doet die niet echt afbreuk aan het draagvlak (maar hij staat wel in zijn recht als hij verkiezingen eist!) Als 25% van de collega’s tegen is, dan steunt een kwart van de werknemers de or niet meer en kan op elk moment een beroepsprocedure starten over de rechtsgeldigheid van de besluiten.

    Het bezwaar tegen verlenging zou dus 'marginaal' moeten zijn. Het is netjes als de or vooraf afspreekt en vastlegt hoe ze in de besluitvorming omgaat met afwijzende reacties. Goed om dat ook te vermelden in de communicatie met de achterban.  
  4. Dit alles moet goed gearchiveerd worden opdat bij een eventueel probleem (werknemers/vakbonden/directeur trekken bij een belangrijke adviesaanvraag de rechtsgeldigheid van de or in twijfel) de or kan aantonen dat hij aan ‘vervangende legitimiteit’ gewerkt heeft.