Cookies op websites van de FNV

De FNV gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de websites zo goed mogelijk te laten functioneren. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig. Daarnaast maken we gebruik van marketing cookies om de website op jouw voorkeuren af te stemmen. Hiervoor kun je onderstaand toestemming geven. Je kunt je instellingen altijd weer wijzigen op de pagina over de cookies.

Functionele & analytische cookies: Cookies die nodig zijn om te zorgen dat de website naar behoren werkt en om analyse uit te voeren

Marketing cookies

:

Deze cookies gebruiken we om de website op jouw voorkeur af te stemmen.

Zo kun je veilig werken in de kinderopvang

Coronaprotocol Kinderopvang

Ook de kinderopvang wordt hard getroffen door de coronacrisis. Hoe kun je veilig werken zonder besmet te raken? Dat is wat iedereen bezighoudt. Daarom is er een protocol opgesteld met richtlijnen hoe je veilig kunt werken in de kinderopvang.

De kinderopvang (KDV 0-4 jaar) is met ingang van 8 februari 2021 weer volledig geopend. De BuitenSchoolse Opvang (BSO) blijft alleen geopend voor het bieden van noodopvang aan kinderen van ouders die werken in een cruciale beroepsgroep en kinderen voor wie vanwege bijzondere problematiek of een moeilijke thuissituatie maatwerk nodig is. De gastouderopvang is net als de KDV volledig open, dus voor de opvang van kinderen van 0-13 jaar. Gastouders mogen ook naschoolse opvang bieden, omdat deze opvang in kleine groepen plaatsvindt en vaak aan kinderen uit dezelfde gezinnen. Hierdoor zijn het aantal contacten beperkt.

Dit zijn de afspraken

Hieronder vind je de belangrijkste afspraken in het protocol voor de kinderopvang. Het protocol wordt regelmatig aangepast. Ga ook naar fnv.nl/corona. Daar vind je veelgestelde vragen over werken in de kinderopvang tijdens corona.

Algemene maatregelen

  • Tussen kinderen onderling hoeft geen 1,5 meter afstand bewaard te worden.
  • Tussen personeelsleden/gastouders en kinderen hoeft geen 1,5 meter afstand bewaard te worden.
  • Tussen personeelsleden onderling moet altijd 1,5 meter afstand bewaard worden.
  • Tussen personeelsleden/gastouders en ouders moet altijd 1,5 meter afstand bewaard worden.
  • Houd je bij de school tijdens het halen van BSO-kinderen aan de maatregelen die de school heeft getroffen.

  • Iedereen wast zijn/haar handen conform de richtlijn frequent en met water en zeep ten minste 20 secondes. 
  • Gebruik papieren handdoekjes.
  • Geen handen schudden.
  • Hoesten/niezen in de ellenboog.
  • Niet aan je gezicht zitten.
  • Maak extra vaak de materialen schoon waar personeel en kinderen gebruik van maken en de plekken die vaak aangeraakt worden (hotspots).
  • Maak één of meerdere personeelsleden verantwoordelijk voor de uitvoering van deze hygiënemaatregelen. Voor meer informatie zie de LCHV richtlijn.
  • Zorg dat medewerkers over een eigen eetgelegenheid/pauzeruimte/ toilet(ten)/etc. beschikken waar zij afstand kunnen houden van elkaar en hygiënemaatregelen kunnen opvolgen. 
  • Maak je handen schoon met water en zeep. Zo kun je ziekteverwerkkers verwijderen. Handenwassen werkt het beste bij de preventie van besmetting. Wees terughoudend met het gebruik van handdesinfectiemiddelen bij kinderen vanwege het gevaar van vergiftiging door inname van deze middelen.
  • Maak na iedere werkdag de ruimte/voorziening goed schoon volgens het reguliere schoonmaakprotocol. 

  • Zorg ervoor dat de ventilatie voldoet aan de regelgeving, arbocatalogi en geldende richtlijnen.
  • Zorg voor voldoende ventilatie door of ramen op een kier te zetten, of via roosters of kieren, of met mechanische ventilatiesystemen. 
  • Lucht groeps- en opvangruimtes en andere ruimtes elke dag regelmatig. Doe dat niet als er meerdere mensen in de ruimte aanwezig zijn. Doe dit bijvoorbeeld vóór aankomst van de kinderen of tijdens het buitenspelen door de ramen en deuren 10 á 15 minuten tegenover elkaar open te zetten.

In het geval van een positieve besmetting onder medewerkers of kinderen op een locatie wordt de GGD afdeling infectieziektebestrijding geïnformeerd door de houder. Wanneer een persoon (kind of medewerker) positief is getest voert de GGD bron- en contactonderzoek (BCO) uit, zowel buiten als binnen de kinderopvang/school. De GGD komt, indien van toepassing, met adviezen of neemt de regie in de te nemen maatregelen. 

Stel als opvang een eigen stappenplan (handelingsperspectief) op voor besmettingen of uitbraken op opvang, zie hiervoor het Generiek kader Kinderopvang en scholen (0-12 jaar) van het RIVM.

Deze regel geldt niet voor gastouders, wel moet een locatie voor gastouderopvang tijdelijk sluiten als gevolg van quarantaineregels bij een besmetting op de locatie. Zie verder onder het hoofdstuk medewerkers en gastouders.

Maatregelen voor kinderen

Voor kinderen van 4-12 jaar die naar het primair onderwijs gaan, is het thuisblijf- en testbeleid vanaf 8 februari aangepast en gelijkgetrokken met dat voor oudere kinderen in het voortgezet onderwijs en volwassenen. Zij moeten met alle klachten passend bij COVID-19 thuisblijven en getest worden, dus ook bij verkoudheidsklachten (zoals loopneus, neusverkoudheid, niezen en keelpijn). Dit hoeft niet als ze af en toe hoesten of bekende chronische luchtwegklachten, astma of hooikoorts hebben zonder koorts en benauwdheid. 

Kinderen van 0-4 jaar mogen met verkoudheidsklachten (loopneus, neusverkoudheid, niezen en/of keelpijn) of bekende hooikoortsklachten naar de kinderopvang, behalve: 

  • als het kind andere klachten heeft die passen bij COVID-19 zoals: koorts (38 graden Celsius en hoger), benauwdheid, meer dan incidenteel hoesten, plotseling verlies van reuk en/of smaak; 
  • als zij een huisgenoot zijn van een patiënt met een bevestigde COVID-19 infectie; 
  • als er iemand in het huishouden van het kind is die naast (milde) corona klachten ook koorts (38 graden en hoger) en/of benauwdheid heeft en er is nog geen negatieve testuitslag;
  • als een broer of zus in quarantaine moet omdat uit bron- en contactonderzoek is gebleken dat een kind in nauw contact (dat wil zeggen minimaal 15 minuten cumulatief (dus alle minuten bij elkaar opgeteld) in 24 uur binnen 1,5 meter afstand) is geweest, mag het kind wel gewoon naar de opvang. Voorwaarde is wel dat zij niet zijn blootgesteld aan de positief geteste persoon. Als de broer of zus vervolgens klachten van koorts of benauwdheid ontwikkelt of positief wordt getest, mag deze broer of zus niet meer naar de opvang (zie ook onder thuisblijfregels). 

Jonge kinderen zijn vaak en bij herhaling verkouden. Dit wordt meestal veroorzaakt door een van de vele verkoudheidsvirussen en gaat vanzelf weer over. Als de algemene maatregelen bij COVID-19 worden aangehouden, worden deze kinderen echter vaak en bij herhaling geweerd van kinderdagverblijf of school. Dit is niet wenselijk met het oog op de ontwikkeling van de kinderen en het werkverzuim van de ouders. Kinderen t/m groep 8 met alleen verkoudheidsklachten mogen naar de opvang en school, maar moeten thuisblijven bij verergering van deze klachten met hoesten, koorts en/of benauwdheid of als zij getest gaan worden en/of in afwachting van het testresultaat.

NB. Dit geldt ook voor de huidige noodopvang op kinderopvang en scholen in het kader van de op 15 december ingestelde lockdown’ 

Zie hier voor meer informatie over COVID-19 en kinderen.
Zie hier voor de handreiking van het RIVM bij neusverkouden kinderen.

Voor het bepalen of een (verkouden) kind naar de kinderopvang/school mag, kan je gebruik maken van de beslisboom. De beslisboom is een vertaling van de regels van het RIVM. Het RIVM heeft de beslisboom gecontroleerd en akkoord bevonden.

Als een kind chronische verkoudheidsklachten, hooikoorts of astma heeft en dit past bij de gebruikelijke klachten, dan kan het kind na overleg tussen ouder en houder naar de opvang. Bij twijfel of als de klachten veranderen moet het kind thuisblijven tot de (nieuwe) klachten voorbij zijn of het bekende klachtenpatroon is teruggekeerd. Het RIVM heeft een handreiking opgesteld en de lokale GGD kan advies geven in specifieke situaties.

In de volgende gevallen moet een kind thuisblijven:

  • Kinderen mogen pas weer naar de opvang als zij 24 uur geen klachten meer hebben en naast verkoudheidsklachten verder niet ziek zijn.
  • Als iemand in het huishouden van het kind naast milde coronaklachten ook koorts (38°C of hoger) en/of benauwdheidsklachten heeft, blijft het kind thuis. 
  • Als iemand in het huishouden van de kinderen negatief getest is voor COVID-19, of als iedereen 24 uur geen klachten heeft, mogen de kinderen weer naar de opvang.
  • Als iemand in het huishouden van de kinderen getest is voor COVID-19 en een positieve testuitslag heeft, dan zijn de adviezen van de GGD over de te nemen maatregelen leidend. Kinderen moeten dan thuis in quarantaine blijven tot en met 10 dagen na het laatste risicocontact met de besmette huisgenoot, als er sprake is van strikte zelfisolatie (dat wil zeggen geen risicocontact tussen de besmette persoon en alle huisgenoten). Als de huisgenoot positief getest is en strikte zelfisolatie is mogelijk, dan mogen alle overige huisgenoten (dus ook kinderen) als zij zelf geen klachten hebben zich vanaf de 5e dag na het laatste risicocontact met de besmette huisgenoot laten testen op COVID-19. Als de testuitslag negatief is, dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden. Het is van belang om ook daarna alert te blijven op klachten en om opnieuw te testen als zich toch klachten ontwikkelen. Als strikte zelfisolatie niet mogelijk is, moeten kinderen in quarantaine blijven tot en met 10 dagen nadat de huisgenoot met COVID-19 uit isolatie mag.
  • Kinderen die terugkeren uit een land of een gebied met een oranje of rood reisadvies vanwege het coronavirus, geldt het dringende advies om bij thuiskomst 10 dagen in quarantaine te gaan. Dit geldt ook als het reisadvies tijdens de reis is veranderd naar oranje of rood. Voor kinderen tot en met 12 jaar geldt als uitzondering dat zij wel naar de kinderopvang (kinderdagopvang, BSO en gastouderopvang), naar school en sport mogen, tenzij zij corona-gerelateerde klachten hebben of een huisgenoot die naast (milde) coronaklachten, koorts en/of benauwdheid heeft.  

Testen van kinderen van 0-4 jaar met klachten wordt in ieder geval dringend geadviseerd als:

  • het kind naast verkoudheidsklachten ook koorts heeft en/of benauwd is en/of (meer dan incidenteel) hoest - hierbij geldt: het kind laat zich testen en mag in principe bij een negatieve uitslag weer naar de opvang;
  • het kind ernstig ziek is - laat in die gevallen contact opnemen met de huisarts; die kan besluiten om het kind te laten testen;
  • het kind klachten heeft die passen bij Covid-19 én een huisgenoot is van iemand die Covid-19 heeft;
  • het kind klachten heeft die passen bij Covid-19 én een contact is (categorie 2 en 3) van iemand die Covid-19 heeft;
  • de GGD testen adviseert omdat het kind deel uitmaakt van een uitbraakonderzoek.

Dit geldt ook voor kinderen van 4-12 jaar, met de toevoeging dat zij ook al een dringend testadvies hebben bij verkoudheidsklachten.

Een kind met klachten dat niet is getest, mag weer naar de kinderopvang of school als het 24 uur volledig klachtenvrij is (met een maximum van 7 dagen na de 1e ziektedag in het geval van aanhoudende milde klachten), en niet om andere redenen thuis hoeft te blijven. Daarna mogen kinderen met milde klachten weer naar kinderopvang of school.

Klik hier voor het testbeleid.

Als er sprake is van een kind of medewerker met COVID-19 op de opvang, ontstaat er risico op besmetting van de contacten van deze persoon. Om het aantal besmettingen te beperken zijn de maatregelen t.a.v. het bron- en contactonderzoek voor kinderen en de quarantainerichtlijnen aangescherpt. Hierdoor bestaat het risico dat grote groepen kinderen bij één positieve coronatest (bij een medewerker of ander kind) op de locatie in quarantaine moeten. Daarom is het van groot belang om het aantal contacten per kind en medewerker zoveel mogelijk te beperken, waar dit mogelijk is binnen de context van de opvanglocatie. 

  • Beperk zoveel mogelijk het contact tussen de verschillende stam- of basisgroepen. 
  • Beperk zoveel mogelijk de contacten op de BSO (noodopvang) tussen kinderen van verschillende scholen en/of klassen. 
  • Beperk zoveel mogelijk het inzetten van pedagogisch medewerkers op verschillende groepen.
  • Beperk het gebruik van gezamenlijke ruimtes door deze zo min mogelijk op hetzelfde moment door verschillende groepen te laten gebruiken.
  • Beperk zoveel mogelijk het gelijktijdig buitenspelen met verschillende groepen. 
  • Beperk zoveel mogelijk het openen en sluiten met samengevoegde groepen. 
  • Beperk zoveel mogelijk de aanwezigheid van personeel op de locatie tot alleen voor de opvang noodzakelijk personeel. 

Maatregelen voor ouders

De breng- en haalmomenten zijn zo georganiseerd dat 1,5 meter afstand gehouden wordt tussen volwassenen. Communiceer deze maatregelen naar alle ouders. Voorbeelden van bijzondere maatregel zijn:

  • Spreiding in haal- en brengmomenten.
  • In etappes brengen van kinderen en/of ouders op locatie weigeren en/of maximumaantal ouders tegelijk naar binnen. 
  • Met inachtneming van de emotionele veiligheid kan de overdracht van het (jonge) kind van ouder naar pm’er, plaatsvinden op 1,5 meter afstand. Bijv. door een ouder het kind in een Maxi-Cosi, in een wipstoeltje of op een speelkleed te laten zitten/neer te leggen en afstand te nemen zodat de pm’er het kind kan oppakken.
  • Lijnen aanbrengen (of andere afbakening) waarachter ouders moeten wachten.  
  • Kinderen onder begeleiding van de pm’er buiten laten ophalen.
  • Oudere kinderen bijv. op het plein ophalen.
  • Ouders dienen ook buiten 1,5 meter afstand houden.

Breng- en haalmomenten zijn kort. Informatie over een kind kan bijv. ook via digitale weg of telefonisch.

Kinderen brengen en halen door één volwassene, dus zonder extra volwassenen of kinderen, die daar geen opvang gebruiken.

Een ouder mag kinderen niet zelf halen of brengen als er sprake is van corona-gerelateerde klachten en/of wacht op de testuitslag. De ouder moet dan thuisblijven. Ouders die terugkeren uit een land of een gebied met een oranje of rood reisadvies vanwege het coronavirus, gaan bij thuiskomst 10 dagen in quarantaine. Dit geldt ook als het reisadvies tijdens de reis is veranderd naar oranje of rood. Ouders mogen hun kinderen tijdens hun eigen 10 dagen thuisquarantaine niet brengen of halen.

Voor alle externen en dus ook voor ouders geldt het dringende advies een mondneusmasker te dragen wanneer zij de locatie mogen betreden.

Maatregelen voor medewerkers en gastouders

Medewerkers moeten de gezondheidscheck doen voor aanvang van de werkzaamheden. Als een van de vragen met 'ja' wordt beantwoord, dan moet de medewerker thuisblijven en zich laten testen.

Iedereen kan zich met corona-gerelateerde klachten laten testen. Het gaat om (milde) klachten als:

  • Hoesten; 
  • Neusverkoudheid;  
  • Loopneus; 
  • Niezen; 
  • Keelpijn; 
  • Verhoging tot 38 graden of koorts (vanaf 38 graden); 
  • Plotseling verlies van reuk of smaak. 

Je hoeft niet eerst naar een (bedrijfs)arts voor een doorverwijzing; je kunt rechtstreeks een afspraak maken bij de GGD. Een ondernemer kan ook zelf voor zijn medewerkers (snel)testen inkopen. Klik hier voor meer informatie. Totdat de uitslag van de test bekend is blijft de medewerker thuis. In geval van een gastouder ontvangt deze in afwachting van de testuitslag geen kinderen of andere volwassenen thuis. 

Voorrang bij teststraat GGD

Medewerkers in de kinderopvang (pedagogisch medewerkers en gastouder) kunnen met ingang van 8 februari met voorrang getest worden bij de teststraat van de GGD. Zij kunnen met een voorrangsverklaring contact opnemen met het prioriteitsnummer van de GGD. Meer informatie hierover is hier te lezen

Testuitslag
Negatief: Indien de test negatief is, kan de medewerker/gastouder weer aan het werk met in achtneming van algemene hygiënemaatregelen. 

Positief: Indien de test positief is, moet de medewerker/gastouder ten minste 7 dagen thuisblijven en uitzieken. Als daarna de klachten ook ten minste 24 uur helemaal weg zijn, mag de medewerker/gastouder weer aan het werk. In geval van een positieve besmetting van een gastouder, wordt er dus geen opvang geboden. De gastouder informeert de ouders. In geval van besmetting van een vraagouder of een kind, treden de ‘Thuisblijfregels voor kinderen’ in werking.

Als een personeelslid/gastouder zich zonder klachten laat testen op COVID-19 en positief test, blijft het personeelslid/gastouder in ieder geval tot 5 dagen na testafname in isolatie. Ook de huisgenoten en nauwe contacten gaan in quarantaine. Als het personeelslid/gastouder na 5 dagen nog klachtenvrij is, mag zij uit isolatie en wordt ook de quarantaine voor huisgenoten/nauwe contacten opgeheven. Als het personeelslid/gastouder binnen de 5 dagen na testafname klachten krijgt, blijft deze persoon langer in thuisisolatie. Ook moeten de huisgenoten dan thuis in quarantaine blijven tot 10 dagen na het laatste risicocontact.

Niet testen
In het geval dat een medewerker/gastouder (in overleg met de bedrijfsarts/behandelend arts) besluit om niet getest te worden, mag de medewerker/gastouder weer aan het werk als hij/zij tenminste 24 uur klachtenvrij is. 

Als iemand in het huishouden van het personeelslid of de gastouder die bij de vraagouder thuis werkt naast milde coronaklachten ook koorts (38°C of hoger) en/of benauwdheidsklachten heeft blijft het personeelslid/de gastouder thuis. Als de testuitslag negatief is of als iedereen binnen het huishouden 24 uur geen klachten heeft, mag het personeelslid/gastouder weer naar het werk c.q. mag er weer gastouderopvang bij de vraagouder thuis plaatsvinden.

Bij gastouderopvang in eigen huis geldt: de gastouder mag opvang blijven bieden als de huisgenoot (vanaf 4 jaar of ouder) verkoudheidsklachten heeft en deze huisgenoot niet in dezelfde ruimte verblijft/aanwezig is als ouders en de kinderen die worden opgevangen door de gastouder. Als de eigen kinderen van de gastouder van 0 to 4 jaar verkoudheidsklachten hebben, mag de gastouder op reguliere wijze opvang blijven bieden. Als een huisgenoot (ongeacht welke leeftijd) van de gastouder koorts (38°C of hoger) en/of benauwdheidsklachten heeft, kan er géén opvang worden geboden.

Als een huisgenoot van de gastouder in quarantaine moet omdat uit bron- en contactonderzoek is gebleken dat de huisgenoot in nauw contact (dat wil zeggen minimaal 15 minuten cumulatief (dus allen bij elkaar opgeteld) in 24 uur binnen 1,5 meter afstand) is geweest, kan de opvang doorgang vinden, mits de huisgenoot niet in dezelfde ruimte verblijft/aanwezig is als de vraagouders en de kinderen die worden opgevangen door de gastouder.

Als iemand in het huishouden van het personeelslid/de gastouder getest is voor COVID-19 en een positieve testuitslag heeft, dan zijn de adviezen van de GGD over de te nemen maatregelen leidend. Personeelsleden/gastouders moeten dan thuis in quarantaine blijven tot en met 10 dagen na het laatste risicocontact met de besmette huisgenoot, als er sprake is van strikte zelfisolatie (dat wil zeggen geen risicocontact tussen de besmette persoon en alle huisgenoten). 

Als de huisgenoot positief getest is en strikte zelfisolatie is mogelijk, dan kunnen de huisgenoten als zij zelf geen klachten hebben ontwikkeld zich vanaf de 5e dag na het laatste risicovolle contact met de besmette persoon laten testen. Als de testuitslag negatief is, dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden. Het is van belang om ook daarna alert te blijven op klachten en om opnieuw te testen als zich toch klachten ontwikkelen. 

Als strikte zelfisolatie niet mogelijk is, moeten personeelsleden/gastouders minimaal in quarantaine blijven tot en met 10 dagen nadat de huisgenoot met COVID-19 uit isolatie mag. 

Klik hier voor meer informatie.

Personeelsleden/gastouders die in een risicogroep vallen of met gezinsleden die in een risicogroep vallen (risicogroep is conform de RIVM lijst, zie COVID-19 | LCI richtlijnen (rivm.nl)), kunnen niet worden verplicht te werken op de groep. In overleg met de bedrijfsarts/behandelaar kan besloten worden om andere werkzaamheden te doen:

  • vanuit huis of  
  • (elders) op de locatie of
  • om op de groep te werken waarbij zoveel als mogelijk wordt gelet op het houden van 1,5 meter afstand tot volwassenen én kinderen en op hygiëne. 

Personeelsleden/gastouders die zwanger zijn en kinderen opvangen in de leeftijd van 4 tot 13 jaar, voeren vanaf het laatste trimester (vanaf week 28) alleen werkzaamheden uit waarbij het lukt om 1,5 meter afstand van anderen (zowel kinderen (4 tot 13 jaar) als volwassenen) te houden. De werknemer/gastouder gaat hierover in overleg met de bedrijfsarts/ behandelaar. Deze preventieve maatregel geldt niet (meer) voor zwangere werknemers die kinderen opvangen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar, binnen de 1,5 meter. 

Voor personeelsleden/gastouders die terugkeren uit een land of gebied met een oranje of rood reisadvies vanwege het coronavirus, geldt het dringende advies om bij thuiskomst 10 dagen in quarantaine te gaan. Gastouders kunnen in deze periode geen opvang bieden. Dit geldt ook als het reisadvies tijdens de reis is veranderd naar oranje of rood. 

Personeelsleden/gastouders die kinderen vervoeren in een auto/personenbusje dragen een mondkapje. Tijdens de opvang op de locatie of bij de gastouder thuis wordt het dragen van een mondneuskapje afgeraden. Bij de opvang van kinderen uit groep 7 en 8 kan, zo staat in het Generiek Kader, door een pedagogisch medewerker of gastouder overwogen worden om een mondneusmasker of een faceshield te dragen. 

Als uit bron- en contactonderzoek of de CoronaMelder app is gebleken dat een personeelslid/ gastouder in contact is geweest met een besmette persoon, gaat het personeelslid/gastouder in quarantaine. Het personeelslid/de gastouder kan zich laten testen op COVID-19 vanaf de 5e dag na het laatste risicovolle contact met de besmette persoon. Ook als het personeelslid/de gastouder geen klachten heeft. Is de uitslag negatief? Dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden. Het is van belang om ook daarna alert te blijven op klachten en om opnieuw te testen als zich toch klachten ontwikkelen.

Leg de regels uit aan ouders en kinderen

Werk je in de kinderopvang? Leg dan de regels in het protocol uit aan de ouders. Op de buitenschoolse opvang of bij de gastouderopvang met kinderen van 4 jaar of ouder kun je de regels ook met kinderen bespreken. Kinderen jonger dan 4 jaar kunnen spelenderwijs leren omgaan met maatregelen, zoals handen goed leren wassen en hoesten in de elleboog. 

Verantwoording

Het kinderopvangprotocol is opgesteld door de brancheorganisaties Kinderopvang, Maatschappelijke Kinderopvang, BOinK, Voor Werkende Ouders en de FNV in samenspraak met het ministerie van SZW. 
 

Download de factsheet testen van medewerkers in (speciaal) basisonderwijs en kinderopvang op Rijksoverheid.nl