Cookies op websites van de FNV

De FNV gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de websites zo goed mogelijk te laten functioneren. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig. Daarnaast maken we gebruik van marketing cookies om de website op jouw voorkeuren af te stemmen. Hiervoor kun je onderstaand toestemming geven. Je kunt je instellingen altijd weer wijzigen op de pagina over de cookies.

Functionele & analytische cookies: Cookies die nodig zijn om te zorgen dat de website naar behoren werkt en om analyse uit te voeren

Marketing cookies

:

Deze cookies gebruiken we om de website op jouw voorkeur af te stemmen.

Zo kun je veilig werken in de kinderopvang

Coronaprotocol Kinderopvang

Ook de kinderopvang wordt hard getroffen door de coronacrisis. Hoe kun je veilig werken zonder besmet te raken? Dat is wat iedereen bezighoudt. Daarom is er een protocol opgesteld met richtlijnen hoe je veilig kunt werken in de kinderopvang.

Dit zijn de afspraken

Hieronder vind je de belangrijkste afspraken in het protocol voor de kinderopvang. Het protocol wordt regelmatig aangepast. Ga ook naar fnv.nl/corona. Daar vind je veelgestelde vragen over werken in de kinderopvang tijdens corona.

Algemene maatregelen

  • Tussen kinderen onderling hoeft geen 1,5 meter afstand bewaard te worden.
  • Tussen personeelsleden/gastouders en kinderen hoeft geen 1,5 meter afstand bewaard worden.
  • Tussen personeelsleden onderling moet altijd 1,5 meter afstand bewaard worden, bewaar ook in de gemeenschappelijke ruimtes (pauzeruimte, vergaderruimte, gangen, toiletten) 1,5 meter afstand. (Medewerkers in de kinderopvang zijn voor hun werkzaamheden uitgezonderd van de wettelijke 1,5 meter maatregel. Indien het niet noodzakelijk is voor de werkzaamheden geldt wel het dringende advies om 1,5 meter afstand te houden van collega’s en ouders.)
  • Tussen personeelsleden/gastouders en ouders moet altijd 1,5 meter afstand bewaard worden.
  • Houd je bij de school tijdens het halen van BSO-kinderen aan de maatregelen die de school heeft getroffen.

  • Iedereen wast zijn/haar handen conform de richtlijn frequent en met water en zeep ten minste 20 secondes. 
  • Gebruik papieren handdoekjes.
  • Geen handen schudden.
  • Hoesten/niezen in de ellenboog.
  • Niet aan je gezicht zitten.
  • Maak extra vaak de materialen schoon waar personeel en kinderen gebruik van maken en de plekken die vaak aangeraakt worden (hotspots).
  • Maak één of meerdere personeelsleden verantwoordelijk voor de uitvoering van deze hygiënemaatregelen. Voor meer informatie zie de LCHV richtlijn.
  • Zorg dat medewerkers over een eigen eetgelegenheid/pauzeruimte/ toilet(ten)/etc. beschikken waar zij afstand kunnen houden van elkaar en hygiënemaatregelen kunnen opvolgen. 
  • Maak je handen schoon met water en zeep. Zo kun je ziekteverwerkkers verwijderen. Handenwassen werkt het beste bij de preventie van besmetting. Wees terughoudend met het gebruik van handdesinfectiemiddelen bij kinderen vanwege het gevaar van vergiftiging door inname van deze middelen.
  • Maak na iedere werkdag de ruimte/voorziening goed schoon volgens het reguliere schoonmaakprotocol. 

  • Zorg ervoor dat de ventilatie voldoet aan de regelgeving, arbocatalogi en geldende richtlijnen.
  • Zorg voor voldoende ventilatie door of ramen op een kier te zetten, of via roosters of kieren, of met mechanische ventilatiesystemen. 
  • Lucht groeps- en opvangruimtes en andere ruimtes elke dag regelmatig. Doe dat niet als er meerdere mensen in de ruimte aanwezig zijn. Doe dit bijvoorbeeld vóór aankomst van de kinderen of tijdens het buitenspelen door de ramen en deuren 10 á 15 minuten tegenover elkaar open te zetten.

In het geval van een positieve besmetting onder medewerkers of kinderen op een locatie wordt de GGD afdeling infectieziektebestrijding geïnformeerd door de houder. Wanneer een persoon (kind of medewerker) positief is getest voert de GGD bron- en contactonderzoek (BCO) uit, zowel buiten als binnen de kinderopvang/school. De GGD komt, indien van toepassing, met adviezen of neemt de regie in de te nemen maatregelen. 

Stel als opvang een eigen stappenplan (handelingsperspectief) op voor besmettingen of uitbraken op opvang, zie hiervoor het Generiek kader Kinderopvang en scholen (0-12 jaar) van het RIVM.

Deze regel geldt niet voor gastouders, wel moet een locatie voor gastouderopvang tijdelijk sluiten als gevolg van quarantaineregels bij een besmetting op de locatie. Zie verder onder het hoofdstuk medewerkers en gastouders.

Maatregelen voor kinderen

Het thuisblijf- en testbeleid en het ‘snottebellenbeleid’ wordt zo spoedig mogelijk gewijzigd. Voor kinderen van van 4-12 jaar geldt dat zij met alle klachten passend bij COVID-19 thuis blijven, dus ook bij milde verkoudheidsklachten. 

Kinderen van 0-4 jaar mogen wel naar de opvang:

  • met verkoudheidsklachten (zoals loopneus, neusverkoudheid, niezen en keelpijn);
  • als ze af en toe hoesten;
  • met bekende chronische luchtwegklachten, astma of hooikoorts zonder koorts en/of benauwdheid;
  • bij ontstaan van nieuwe klachten passend bij COVID-19 minder dan 8 weken na de eerste ziektedag (of testdatum bij een asymptomatisch infectie) van een bevestigde SARS-CoV-2-infectie. Zie hiervoor de richtlijn COVID-19, verdenking herinfectie.

Kinderen van 0-4 jaar mogen niet naar de opvang en moeten thuisblijven bij verergering van deze klachten met hoesten, koorts en/of benauwdheid, of als zij getest gaan worden en/of in afwachting zijn van het testresultaat. Ook mogen kinderen en medewerkers met milde verkoudheidsklachten niet naar de opvang als de klachten zich ontwikkelen nadat zij in contact zijn geweest met een op COVID-19 positief getest persoon. Dit geldt voor zowel immuun beschouwde als niet-immuun beschouwde personen.

Voor kinderen van 4-12 jaar die naar het primair onderwijs gaan en de buitenschoolse opvang of gastouderopvang gaan gaat zo spoedig mogelijk gelden dat zij met alle klachten passend bij COVID-19 thuisblijven en getest worden, dus ook bij verkoudheidsklachten (zoals loopneus, neusverkoudheid, niezen en keelpijn). Als zij een negatieve testuitslag hebben kunnen zij weer naar de buitenschoolse opvang of gastouder. 
Dit hoeft niet als kinderen af en toe hoesten of bekende chronische luchtwegklachten, astma of hooikoorts hebben zonder koorts en benauwdheid.

Kinderen van 0-4 jaar mogen niet naar de opvang als zij een huisgenoot hebben met COVID-19, maar mogen wel naar de opvang als zij een (overig) nauw contact (categorie 2) zijn van iemand met COVID-19. Tijdens de 10 dagen na het contact met de besmettelijke persoon is het advies om contact met personen met een verhoogd risico op ernstig verloop van COVID-19 te vermijden en om bij het ontstaan van (milde) klachten thuis te blijven en te testen via de GGD. 

Meer informatie over COVID-19 en kinderen 

Handreiking van het RIVM bij neusverkouden kinderen

Voor het bepalen of een (verkouden) kind naar de kinderopvang/school mag, kan je gebruikmaken van de beslisboom. De beslisboom is een vertaling van de regels van het RIVM. Het RIVM heeft de beslisboom inhoudelijk gecontroleerd.

Kinderen moeten thuisblijven als zij:

Een kind met een huisgenoot met COVID-19 moet:

  • in quarantaine 10 dagen na het laatste contactmoment met de besmettelijke persoon
  • testen op dag 5 (bij een negatieve testuitslag mag het kind uit quarantaine)
  • testen bij klachten

Kinderen van 4 jaar en ouder moeten thuisblijven als zij:

  • een overig nauw contact (categorie 2) zijn van iemand met Covid-19, behalve als het kind een immuun beschouwd contact is * (Nauwe) contacten van een kind binnen de kinderopvang vallen hier niet onder. Een kind hoeft dan niet in quarantaine, tenzij de GGD anders aangeeft. Dit geldt wel voor nauwe contacten in de privésfeer, dus ook als een kind buiten de opvang (nauw) contact heeft met een positief getest kind.

Een kind van 4 jaar en ouder met een nauw contact met Covid-19 moet:

  • in quarantaine 10 dagen na het laatste contactmoment met de besmettelijke persoon
  • testen op dag 5 (bij een negatieve testuitslag mag het kind uit quarantaine)
  • testen bij klachten

* Een kind wordt als immuun beschouwd als een kind minder dan 6 maanden geleden een bevestigde SARS-CoV-2 infectie heeft doorgemaakt. Een immuun beschouwd contact hoeft niet in quarantaine. Wel geldt het advies om te testen bij klachten en om te testen op dag 5 indien zij een huisgenoot hebben met COVID-19. Zie voor alle thuisblijf- en testadviezen voor kinderen het BCO protocol en de Handreiking contact- en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen (0 t/m 12 jaar).

Alle kinderen van 0-12 jaar met klachten passend bij COVID-19 kunnen getest worden. 

In de volgende gevallen wordt testen van kinderen van 0-4 jaar in ieder geval dringend geadviseerd: 

  • Het kind heeft naast verkoudheidsklachten ook koorts en/of is benauwd en/of hoest (meer dan incidenteel). Hierbij geldt: het kind laat zich testen en mag in principe bij een negatieve testuitslag weer naar de opvang.
  • Het kind is ernstig ziek – laat in die gevallen contact opnemen met de huisarts; die kan besluiten om het kind te laten testen.
  • Het kind heeft klachten die passen bij Covid-19 én is een huisgenoot (categorie 1-contact) van iemand die Covid-19 heeft.
  • Het kind heeft klachten die passen bij Covid-19 én is een overig contact (een categorie 2, of een categorie 3-contact op schol of opvang) van iemand die Covid-19 heeft.
  • De GGD het testen adviseert omdat het kind deel uitmaakt van een uitbraakonderzoek.

Dit geldt ook voor kinderen van 4-12 jaar, met de toevoeging dat zij ook al een dringend testadvies hebben bij verkoudheidsklachten.

Als een kind niet getest wordt:

Een kind dat naast verkoudheidsklachten ook koorts heeft en/of benauwd is en/of hoest, en dat niet is getest, mag weer naar de kinderopvang of school als het 24 uur volledig klachtenvrij is. In het geval van aanhoudende milde klachten* mag het kind weer naar de kinderopvang of school na 7 dagen nadat de klachten zijn begonnen, tenzij er nog een quarantaine-advies geldt.

*Hieronder vallen verkoudheidsklachten (zoals neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn) en af en toe hoesten.

Zelftesten zijn minder betrouwbaar dan een PCR of antigeen test die door een professional wordt afgenomen. Een positieve zelftestuitslag moet altijd bevestigd worden met een professioneel afgenomen PCR of Antigeen test bij de GGD.

Meer informatie over het testbeleid 

Maatregelen voor ouders

De houder kan een aantal maatregelen nemen die door de ouders in acht moet worden genomen. Stem af met  de personeelsvertegenwoordiging. Informeer ouders en de oudercommissie en doorloop waar van toepassing de adviesprocedure met de oudercommissie. Onderstaand de belangrijkste maatregelen.

Voor iedereen van 70 jaar en ouder geldt het advies om contacten met kinderen tot en met 12 jaar te beperken en 1,5m afstand te houden. 

Ouders en externen mogen onder voorwaarden (weer) op de locatie komen. Let hierbij wel op dat er 1,5 meter afstand gehouden kan worden tussen volwassenen. Houders kunnen aanvullende maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat het betreden van de locatie veilig en met voldoende afstand kan plaatsvinden, denk hierbij aan:

  • Spreiding in breng- en haalmomenten.
  • In etappes brengen van kinderen en/of ouders op locatie weigeren, tenzij dit noodzakelijk is. Als dit noodzakelijk is, beperk dan het maximum aantal ouders dat tegelijk naar binnen mag.  
  • Met inachtneming van de emotionele veiligheid kan de overdracht van het (jonge) kind van ouder naar pm’er, plaatsvinden op 1,5 meter afstand. Bijv. door een ouder het kind in een Maxi-Cosi, in een wipstoeltje of op een speelkleed te laten zitten/neer te leggen en afstand te nemen zodat de pm’er het kind kan oppakken.
  • Lijnen aanbrengen (of andere afbakening) waarachter ouders moeten wachten.
  • Kinderen onder begeleiding van de pm’er buiten laten ophalen.
  • Oudere kinderen bijv. op het plein ophalen.
  • Ouders dienen onderling 1,5 meter afstand houden, ook buiten.
  • Kinderen brengen en halen door één volwassene.
  • De houder kan overwegen, in overleg met de OC, om ouders en externen mondneusmaskers te laten dragen als zij de locatie betreden.

  • Een ouder mag kinderen niet zelf halen of brengen als er sprake is van corona-gerelateerde klachten en/of als de betreffende ouder wacht op de testuitslag. 
  • Als de testuitslag negatief is, mag de ouder wel weer brengen en halen.
  • Als de testuitslag positief is of de ouder nog in quarantaine zit, mag de ouder het kind niet brengen en halen.
  • Voor ouders die terugkeren uit een verblijf in het buitenland kan aan de hand van de quarantaine reischeck bekeken worden of quarantaine nodig of verplicht is , zie: Quarantaine Reischeck COVID-19 Rijksoverheid.nl.

  • Mondneusmaskers voor alle externen en dus ook voor ouders die de locatie betreden zijn niet verplicht. De houder kan hier een eigen afweging in maken in overleg met de OC. De landelijke mondneusmaskerplicht geldt voor openbare plekken. In zogenaamde besloten plaatsen kan de beheerder, in dit geval de houder van de kinderopvangorganisatie, een eigen afweging maken. De houder bespreekt dit met de oudercommissie. 
  • Personeelsleden/gastouders die kinderen vervoeren in een auto/personenbusje dragen een mondneusmasker.  

Maatregelen voor medewerkers en gastouders

Voor de medewerkers op de groep en gastouders gelden de volgende regels:

Medewerkers moeten de gezondheidscheck doen voor aanvang van de werkzaamheden. Als een van de vragen met ‘ja’ wordt beantwoord, dan moet de medewerker thuisblijven en zich laten testen. Ook als een medewerker gedurende de dag klachten ontwikkeld gaat de medewerker naar huis en laat zich testen.

Iedereen kan zich met corona-gerelateerde klachten laten testen*. Het gaat om (milde) klachten als:

  • Hoesten;
  • Neusverkoudheid;
  • Loopneus;
  • Niezen;
  • Keelpijn;
  • Verhoging tot 38 graden of koorts (vanaf 38 graden);
  • Plotseling verlies van reuk of smaak.

Je hoeft niet eerst naar een (bedrijfs)arts voor een doorverwijzing; je kunt rechtstreeks een afspraak maken bij de GGD.  Een ondernemer kan ook zelf voor zijn medewerkers (snel)testen inkopen. Zie voor meer informatie: https://www.rivm.nl/coronavirus -covid -19/testen. Totdat de uitslag van de test bekend is blijft de medewerker thuis. In geval van een gastouder ontvangt deze in afwachting van de testuitslag geen kinderen of andere volwassenen thuis.

Voorrang bij teststraat GGD:

Medewerkers in de kinderopvang (pedagogisch medewerkers en gastouders) kunnen met voorrang getest worden bij de teststraat van de GGD. Zij kunnen met een voorrangsverklaring contact opnemen met het prioriteitsnummer van de GGD. Meer informatie hierover is beschikbaar via Medewerkers kinderopvang voorrang bij testen op corona | Nieuwsbericht | Veranderingen kinderopvang.

Testuitslag:

Negatief: Indien de test negatief is, kan de medewerker/gastouder weer aan het werk met in achtneming van algemene hygiënemaatregelen.

Positief: Indien de test positief is, moet de medewerker/gastouder ten minste 7 dagen thuisblijven en uitzieken. Als daarna de klachten ook ten minste 24 uur helemaal weg zijn, mag de medewerker/gastouder weer aan het werk. In geval van een positieve besmetting van een gastouder, wordt er dus geen opvang geboden. De gastouder informeert de ouders. In geval van besmetting van een vraagouder of een kind, treden de ‘Thuisblijfregels voor kinderen’ in werking.

Als een personeelslid/gastouder zich zonder klachten laat testen op COVID-19 en positief test, blijft het personeelslid/gastouder in ieder geval tot 5 dagen na testafname in isolatie. Ook de huisgenoten en nauwe contacten gaan in quarantaine. Als het personeelslid/gastouder na 5 dagen nog klachtenvrij is, mag zij uit isolatie en wordt ook de quarantaine voor huisgenoten/nauwe contacten opgeheven. Als het personeelslid/gastouder binnen de 5 dagen na testafname klachten krijgt, blijft deze persoon langer in thuisisolatie. Ook moeten de huisgenoten dan thuis in quarantaine blijven tot 10 dagen na het laatste risicocontact. Daarbij geldt dat zij op dag 5 een test kunnen doen en met een negatieve testuitslag uit quarantaine mogen.

Preventief zelftesten

Voor pedagogisch medewerkers en gastouders die niet immuun zijn geldt het advies om zichzelf preventief te zelftesten op het coronavirus. Door dit regelmatig te doen (2 keer in de week) weten zij eerder of ze besmet zijn. Een positieve zelftestuitslag moet altijd bevestigd worden met een professioneel afgenomen PCR of Antigeen test bij de GGD. Meer informatie is beschikbar op de website www.zelftestenkinderopvang.nl.

Zie voor het testbeleid https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/testen.

Huisgenoten van een personeelslid/gastouder met een positieve testuitslag of met klachten:

  • Als iemand in het huishouden van het personeelslid/de gastouder getest is voor COVID-19 en een positieve testuitslag heeft, dan gaat het personeelslid/gastouder in quarantaine. Personeelsleden/gastouders/en andere huishoudcontacten moeten dan thuis in quarantaine blijven tot en met 10 dagen na het laatste risicocontact met de besmette huisgenoot. Er kan dan géén gastouderopvang worden geboden. Als de huisgenoot positief getest is en strikte zelfisolatie is mogelijk, dan kunnen de huisgenoten als zij zelf geen klachten hebben ontwikkeld zich vanaf de 5e dag na het laatste risicovolle contact met de besmette persoon laten testen. Als de testuitslag negatief is, dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden. De gastouder kan dan weer aan het werk zolang de besmette persoon in strikte isolatie zit. Het is van belang om ook daarna alert te blijven op klachten en om opnieuw te testen als zich toch klachten ontwikkelen. Niet-immune huisgenoten wordt ook geadviseerd om zich z.s.m. te laten testen. Als strikte zelfisolatie niet mogelijk is, moeten personeelsleden/gastouders minimaal in quarantaine blijven tot en met 10 dagen nadat de huisgenoot met COVID-19 uit isolatie mag. Vanaf de 5e dag kan getest worden op COVID-19. Als de testuitslag negatief is, dan hoeft het de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden.
  • Bij gastouderopvang in eigen huis geldt: de gastouder mag opvang blijven bieden als er een huisgenoot (vanaf 12 jaar of ouder) verkoudheidsklachten heeft en deze huisgenoot niet in dezelfde ruimte verblijft/aanwezig is als vraagouders en de kinderen die worden opgevangen door de gastouder. Als de eigen kinderen van de gastouder van 0 tot 4 jaar verkoudheidsklachten hebben, mag de gastouder op reguliere wijze opvang blijven bieden. Als de eigen kinderen van de gastouder van 4-12 jaar verkoudheidsklachten hebben en nog geen negatieve testuitslag of als een huisgenoot (ongeacht welke leeftijd) van de gastouder koorts (38°C of hoger) en/of benauwdheidsklachten heeft, kan er géén opvang worden geboden.
  • Als een huisgenoot van de gastouder in quarantaine moet omdat uit bron- en contactonderzoek is gebleken dat de huisgenoot in nauw contact (dat wil zeggen minimaal 15 minuten cumulatie (dus allen minuten bij elkaar opgeteld) in 24 uur binnen 1,5 meter afstand) is geweest, kan de opvang doorgang vinden, mits de huisgenoot niet in dezelfde ruimte verblijft/aanwezig is als de vraagouders en de kinderen die worden opgevangen door de gastouder.

Zie voor informatie: Informatiebrief huisgenoten | LCI richtlijnen (rivm.nl)

Personeelsleden/gastouders die in een risicogroep vallen of met gezinsleden die in een risicogroep vallen (risicogroep is conform de RIVM lijst, zie COVID-19 | LCI richtlijnen (rivm.nl)), kunnen niet worden verplicht te werken op de groep. In overleg met de bedrijfsarts/behandelaar kan besloten worden om andere werkzaamheden te doen:

  • vanuit huis of
  • (elders) op de locatie of
  • om op de groep te werken waarbij zoveel als mogelijk wordt gelet op het houden van 1,5 meter afstand tot volwassenen én kinderen en op hygiëne.

Voor iedereen van 70 jaar en ouder geldt het advies om voorzichtig te zijn in contacten met kinderen tot en met 12 jaar en 1,5m afstand te houden.  

Personeelsleden/gastouders die zwanger zijn en kinderen opvangen in de leeftijd van 0 tot 13 jaar, voeren vanaf het laatste trimester (vanaf week 28) alleen werkzaamheden uit waarbij het lukt om 1,5 meter afstand van anderen (zowel kinderen (4 tot 13 jaar) als volwassenen) te houden. De werknemer/gastouder gaat hierover in overleg met de bedrijfsarts/ behandelaar. De uitzondering die gold voor de opvang van kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar is per 2 april 2021 komen te vervallen.

Voor personeelsleden/gastouders die terugkeren uit een verblijf in het buitenland kan aan de hand van de quarantaine reischeck bekeken worden of er een dringend advies voor quarantaine of een quarantaineplicht geldt, zie: Quarantaine Reischeck COVID-19 | Rijksoverheid.nl.

Personeelsleden/gastouders die kinderen vervoeren in een auto/personenbusje dragen een mondkapje.

Als uit bron- en contactonderzoek of de CoronaMelder app is gebleken dat een personeelslid/ gastouder in contact is geweest met een besmette persoon, gaat het personeelslid/gastouder die nog niet gevaccineerd zijn in quarantaine*. Het personeelslid/de gastouder kan zich laten testen op COVID-19 vanaf de 5e dag na het laatste risicovolle contact met de besmette persoon. Ook als het personeelslid/de gastouder geen klachten heeft. Is de uitslag negatief? Dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden. Het is van belang om ook daarna alert te blijven op klachten en om opnieuw te testen als zich toch klachten ontwikkelen.

* Hierbij geldt dat indien de medewerker/de gastouder zelf een infectie heeft doorgemaakt met een eerste ziektedag minder dan 8 weken geleden (aangetoond door PCR of klinisch gevalideerde antigeensneltest), de medewerker/gastouder wel aan het werk mag. Alleen als duidelijke klachten ontstaan waarbij er toch het vermoeden van een herinfectie bestaat, wordt testen geadviseerd.

Leg de regels uit aan ouders en kinderen

Werk je in de kinderopvang? Leg dan de regels in het protocol uit aan de ouders. Op de buitenschoolse opvang of bij de gastouderopvang met kinderen van 4 jaar of ouder kun je de regels ook met kinderen bespreken. Kinderen jonger dan 4 jaar kunnen spelenderwijs leren omgaan met maatregelen, zoals handen goed leren wassen en hoesten in de elleboog. 

Verantwoording

Het kinderopvangprotocol is opgesteld door de brancheorganisaties Kinderopvang, Maatschappelijke Kinderopvang, BOinK, Voor Werkende Ouders en de FNV in samenspraak met het ministerie van SZW. 
 

Download de factsheet testen van medewerkers in (speciaal) basisonderwijs en kinderopvang op Rijksoverheid.nl