Cookies op websites van de FNV

De FNV gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de websites zo goed mogelijk te laten functioneren. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig. Daarnaast maken we gebruik van marketing cookies om de website op jouw voorkeuren af te stemmen. Hiervoor kun je onderstaand toestemming geven. Je kunt je instellingen altijd weer wijzigen op de pagina over de cookies.

Functionele & analytische cookies: Cookies die nodig zijn om te zorgen dat de website naar behoren werkt en om analyse uit te voeren

Marketing cookies

:

Deze cookies gebruiken we om de website op jouw voorkeur af te stemmen.

Zo kun je veilig werken in de kinderopvang

Protocol Kinderopvang (versie 9 oktober 2020)

Ook de kinderopvang wordt hard getroffen door de coronacrisis. Hoe kun je veilig werken zonder besmet te raken? Dat is wat iedereen bezighoudt. Daarom is er een protocol opgesteld met richtlijnen hoe je veilig kunt werken in de kinderopvang.

Dit zijn de afspraken

Hieronder vind je de belangrijkste afspraken in het protocol voor de kinderopvang. Het protocol wordt regelmatig aangepast. Ga ook naar fnv.nl/corona. Daar vind je veelgestelde vragen over werken in de kinderopvang tijdens corona. 

De richtlijnen van het RIVM zijn aangepast voor de kinderopvang. Dit zijn de belangrijkste maatregelen:

  • Tussen kinderen onderling hoeft geen 1,5 meter afstand bewaard te worden.
  • Tussen personeelsleden en kinderen hoeft geen 1,5 meter afstand bewaard worden.
  • Tussen personeelsleden onderling moet altijd 1,5 meter afstand bewaard worden.
  • Tussen personeelsleden en ouders moet altijd 1,5 meter afstand bewaard worden.
  • Houders dragen er zorg voor dat bij melding wordt gedaan bij de GGD als ze meer dan 1 ziektegeval (met ziektebeeld corona) op locatie hebben.
  • Bespreek deze regels met ouders. 
  • Bij binnenkomst vragen of kinderen klachten hebben en als ze wel klachten hebben moeten ze naar huis.
  • Bij twijfel naar huis.
  • Klachten ontwikkelen gedurende de dag ook direct naar huis.

  • Volwassenen houden 1,5 meter afstand van elkaar.
  • Iedereen wast zijn/haar handen conform de richtlijn frequent en met water en zeep ten minste 20 secondes. 
  • Geen handen schudden.
  • Hoesten/niezen in de ellenboog.
  • Niet aan je gezicht zitten.

Houders dragen er zorg voor dat de algemene hygiënevoorschriften van het RIVM zoveel mogelijk worden nageleefd. Denk hierbij aan: 

Op iedere locatie en in iedere groep 

  • Zeep 
  • Papieren handdoekjes 

Maak extra vaak de materialen schoon waar personeel en kinderen gebruik van maken en de plekken die vaak aangeraakt worden (hotspots). Een of meerdere personeelsleden moeten verantwoordelijk worden gesteld voor de uitvoering van deze hygiënemaatregelen. Voor meer informatie zie de LCHV-richtlijn.

Wees terughoudend met het gebruik van handdesinfectiemiddelen bij kinderen vanwege het gevaar van vergiftiging door inname van deze middelen. Handenwassen voldoet bij de preventie van besmetting.

Houd altijd 1,5 meter afstand tussen personeelsleden onderling.

De houder past de adviezen en richtlijnen van het RIVM toe.

Specifiek zijn er de volgende maatregelen van kracht:

  • Kinderen van 0-4 jaar en kinderen in groep 1 en 2 van de basisschool mogen met een neusverkoudheid naar de kinderopvang, behalve als:
    * zij koorts (vanaf 38 graden) of andere klachten passend bij COVID-19 hebben.
    * contact zijn van een patiënt met een bevestigde COVID-19 infectie.
    * zij een volwassen gezinslid hebben met milde klachten (verkoudheid en koorts vanaf 38 graden en/of benauwdheid) en waarvan de testuitslag nog niet bekend is.
     
  • Als een school niet met reguliere klasindeling werkt, geldt de leeftijdsgrens t/m 6 jaar, ook voor de BSO.  
  • Kinderen vanaf groep 3 met neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn, lichte hoest, verhoging tot 38 graden Celsius of koorts (38 graden Celsius of hoger) en/of plotseling verlies van reuk of smaak blijven thuis
    Als een school niet met reguliere klasindeling werkt, geldt de leeftijdsgrens vanaf 7 jaar, ook voor de BSO.
  • Kinderen mogen pas weer naar de opvang, als zij 24 uur geen klachten meer hebben of een negatieve testuitslag hebben en naast verkoudheidsklachten verder niet ziek zijn.
  • Kinderen t/m 12 jaar hoeven niet getest te worden, tenzij: 
    * Zij ernstig ziek zijn
  • * Een huisgenoot hebben of contact hebbem met iemand met een COVID-19 infectie.
  • * Zij onderdeel uitmaken van een uitbraakonderzoek
  • Als iemand in het huishouden van het kind verkoudheidsklachten en koorts (38 graden Celsius of hoger) en/of benauwdheidsklachten heeft, blijft het kind ook thuis tot de testuitslag van het gezinslid bekend is.
  • Als de testuitslag negatief is of als iedereen 24 uur geen klachten heeft, mogen de kinderen weer naar de opvang.
  • Als iemand in het huishouden van de kinderen getest is voor COVID-19 en positief, moeten kinderen wachten dat die persoon 24 uur klachten vrij is en dan 14 extra dagen thuisblijven.
  • Als een kind chronische verkoudheidsklachten, hooikoorts of astma heeft en dit een herkenbaar beeld is, dan kan het kind na overleg tussen ouder en houder naar de opvang. Bij twijfel of als de klachten veranderen moet het kind thuisblijven tot de (nieuwe) klachten voorbij zijn of het bekende klachtenpatroon is teruggekeerd. Het RIVM heeft een handreiking opgesteld en de lokale GGD kan advies geven in specifieke situaties.
  • In het geval van een positieve besmetting onder medewerkers of kinderen op een locatie, dan moet de GGD worden geïnformeerd. Als uit de test van de GGD blijkt dat er 3 of meer besmettingen zijn, dan pakt de GGD de regie over. De GGD neemt maatregelen op de locatie en neemt de communicatie over naar ouders en medewerkers  Bekijk het RIVM-testbeleid.
  • Voor ouders en kinderen die terugkeren uit een land of een gebied met een oranje of rood reisadvies vanwege het coronavirus, geldt het dringende advies om bij thuiskomst 14 dagen in quarantaine te gaan. Dit geldt ook als het reisadvies tijdens de reis is veranderd naar oranje of rood. Voor kinderen van 4 tot en met 12 jaar geldt als uitzondering dat zij wel naar de buitenschoolse opvang en gastouderopvang (en naar school en sport) mogen, tenzij zij corona-gerelateerde klachten hebben of een huisgenoot met koorts en/of benauwdheid. Ouders mogen hun kinderen echter tijdens hun eigen 14 dagen thuisquarantaine niet halen of brengen. Voor kinderen tot 4 jaar geldt dat zij tijdens hun quarantaineperiode niet naar de kinderdagopvang of gastouderopvang mogen.

Werken in de kinderopvang (als bijvoorbeeld beroepskracht of gastouder) valt onder 1 van de cruciale beroepen. Hiervoor gelden de volgende richtlijnen van het RIVM:

  • Iedereen in Nederland met corona-gerelateerde klachten kan zich laten testen. Het gaat om (milde) klachten als: hoesten, neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn, hoesten, verhoging of koorts, plotseling verlies van reuk of smaak.
  • Je hoeft niet eerst naar een (bedrijfs)arts voor een doorverwijzing. Je kunt rechtstreeks een afspraak maken bij de GGD. Dit geldt ook voor mensen die eerder al getest konden worden, zoals personeel in de kinderopvang en gastouders. Zie voor meer informatie RIVM.
  • Totdat de uitslag van de test bekend is, blijft de medewerker thuis. In geval van een gastouder ontvangt deze in afwachting van de testuitslag geen kinderen of andere volwassenen thuis.
    - Als de test negatief is, kan de medewerker weer aan het werk met in achtneming van algemene hygiënemaatregelen.
    - Als de test positief is, moet de medewerker ten minste 7 dagen thuisblijven en uitzieken. Als daarna de klachten ook ten minste 24 uur helemaal weg zijn, mag de medewerker weer aan het werk.
  • Personeelseden/gastouders kunnen vanaf 6 mei 2020 worden getest volgens het RIVM-testbeleid. Als de test negatief is, kan de medewerker weer aan het werk met in achtneming van algemene hygiënemaatregelen. Als de test positief is, moet de medewerker ten minste 7 dagen thuisblijven en uitzieken. Als daarna de klachten ook ten minste 24 uur helemaal weg zijn, mag de medewerker weer aan het werk.
  • In het geval dat een medewerker/gastouder (in overleg met de bedrijfsarts/behandelend arts) besluit om niet getest te worden, mag de medewerker/gastouder weer aan het werk als zij tenminste 24 uur klachtenvrij is.
  • Bij gastouderopvang in eigen huis geldt: wanneer een huisgenoot van de gastouder verkoudheidsklachten en/of koorts boven 38 graden Celsius heeft, kan er geen (nood)opvang worden geboden. In afwijking hierop geldt dat als de eigen kinderen van de gastouder van 0 tot 4 jaar of in groep 1 en 2 van de basisschool neusverkoudheidsklachten hebben de gastouder wel opvang mag blijven geven.
  • Als iemand in het huishouden van het personeelslid verkoudheidsklachten en koorts (38°C of hoger) en/of benauwdheidsklachten heeft, blijft het personeelslid ook thuis. In afwijking hierop geldt dat als de eigen kinderen van het personeelslid van 0 tot 4 jaar of in groep 1 en 2 van de basisschool neusverkoudheidsklachten hebben - zoals onder punt 5 beschreven – zij wel mag werken.
  • Als iedereen binnen het huishouden 24 uur geen klachten heeft, mag het personeelslid weer naar het werk.
  • Als iemand in het huishouden van het personeelslid getest is voor COVID-19 en een positieve uitslag heeft, moet het personeelslid wachten tot die persoon 24 uur klachtenvrij is en dan 14 extra dagen thuisblijven. Zie voor informatie RIVM.
  • Personeelsleden/gastouders die in een risicogroep vallen (conform de RIVM-lijst ), kunnen niet worden verplicht te werken op de groep. In overleg met de bedrijfsarts/behandelaar kan besloten worden om andere werkzaamheden te doen vanuit huis of (elders) op de locatie of om op de groep te werken waarbij zoveel als mogelijk wordt gelet op het houden van 1,5 meter afstand tot volwassenen én kinderen en op hygiëne.
  • Personeelsleden/gastouders met gezinsleden die in een risicogroep vallen (conform de RIVM-lijst), kunnen niet worden verplicht te werken op de groep en gaan in overleg andere werkzaamheden doen vanuit huis of (elders) op de locatie of om op de groep te werken waarbij zoveel als mogelijk wordt gelet op het houden van 1,5 meter afstand tot volwassenen én kinderen en op hygiëne. De werknemer gaat hierover in overleg met bedrijfsarts/behandelaar. 
  • Personeelsleden/gastouders die zwanger zijn voeren vanaf het laatste trimester (vanaf week 28) alleen werkzaamheden uit waarbij het lukt om 1,5 meter afstand van anderen (zowel kinderen als volwassenen) te houden. De werknemer/gastouder gaat hierover in overleg met de bedrijfsarts/behandelaar.
  • Personeelsleden/gastouders die terugkeren uit een land of gebied met een oranje of rode risicokleur, moeten bij thuiskomst 14 dagen in quarantaine. Gastouders kunnen in deze periode geen opvang bieden. Dit geldt ook als de risicokleur tijdens de reis is veranderd naar oranje of rood.

Laat personeel, ouders en kinderen gebruik van het OV zoveel mogelijk mijden. 

Kinderen van 0-4 jaar mogen naar de dagopvang. 

  • Organiseer de breng- en haalmomenten van kinderen zo, dat het mogelijk is om 1,5 meter afstand te houden tussen volwassenen.
  • Laat kinderen door 1 volwassene brengen, dus zonder extra volwassenen of kinderen, die daar geen opvang gebruiken.
  • Dringend advies aan ouders en andere bezoekers om een mondneuskapje te dragen, wanneer zij de locatie betreden.
  • Haal- en brengmomenten zijn kort.
  • Informatie over een kind kan bijv. via digitale weg of telefonisch om dit niet uitgebreid te hoeven bespreken tijdens het brengen en halen.

Beperk het contact tussen kinderen en ouders en tussen ouders onderling zoveel mogelijk. Denk hierbij aan: 

  • Spreiding in haal- en brengmomenten
  • In etappes brengen van kinderen en/of maximum aantal ouders tegelijk naar binnen 
  • Het aanbrengen van lijnen (of andere afbakening) waarachter ouders moeten wachten. 

Denk er ook over na hoe de overdracht van het (jonge) kind van ouder naar pm’er kan plaatsvinden met inachtneming van de 1,5 meter afstand. Bijv. door een ouder het kind in een Maxi-Cosi, in een wipstoeltje of op een speelkleed te laten zitten/neer te leggen en afstand te nemen zodat de pm’er het kind kan oppakken. De emotionele veiligheid dient bovenal te worden gewaarborgd. 

Oudere kinderen kunnen bijv. op het plein worden opgehaald.

  • Tussen personeel en kinderen is het niet nodig om 1,5 meter afstand in acht te nemen.
  • Beperk het contact tussen kinderen uit verschillende groepen.
  • Zorg dat de (binnen en buiten) ruimte waar de opvang plaatsvindt het toelaat om 1,5 meter afstand te bewaren tussen volwassenen.
  • Denk hierbij bijv. aan de inrichting van de ruimte of door activiteiten in groepjes (onder begeleiding van 1 pm’er) te doen.

 Kinderen van 4-12 jaar mogen naar de basisschool en op reguliere contractdagen naar de buitenschoolse opvang.

  • Organiseer de breng- en haalmomenten van kinderen zo, dat het mogelijk is om 1,5 meter afstand te houden tussen volwassenen.
  • Laat kinderen door 1 volwassene halen of brengen, dus zonder extra volwassenen of kinderen, die daar geen opvang gebruiken.
  • Dringend advies aan ouders en andere bezoekers om een mondneuskapje te dragen, wanneer zij de locatie betreden.
  • Haal- en brengmomenten zijn kort. Informatie over een kind kan bijv. via digitale weg of telefonisch om dit niet uitgebreid te hoeven bespreken tijdens het brengen en halen.

Beperk het contact tussen kinderen uit verschillende groepen, tussen kinderen en volwassenen en tussen ouders onderling zoveel mogelijk. Denk hierbij aan:

  • Spreiding in haal- en brengmomenten ​In etappes brengen van kinderen en/of maximum aantal ouders tegelijk naar binnen.
  • Het aanbrengen van lijnen (of andere afbakening) waarachter ouders moeten wachten.
  • Kinderen onder begeleiding van de pm’er buiten laten ophalen.
  • Let op dat ouders (buiten) ook 1,5 meter afstand houden. 

  • Tussen (pedagogisch) medewerkers en kinderen is het niet nodig om 1,5 meter afstand te bewaren.
  • De buitenschoolse opvang hanteert looproutes, waar mogelijk eenrichtingsroutes. Dit betekent maatwerk voor iedere buitenschoolse opvanglocatie.
  • Beperk het contact tussen kinderen uit verschillende groepen.
  • Zorg dat de (binnen en buiten) ruimte waar de opvang plaatsvindt het toelaat om 1,5 meter afstand te bewaren tussen volwassenen.
  • Denk hierbij bijvoorbeeld aan de inrichting van de ruimte of door activiteiten in groepjes (onder begeleiding van 1 pm’er) te doen.

Kinderen van 0 tot 12 jaar mogen naar de gastouderopvang. 

  • Organiseer de breng- en haalmomenten van kinderen zo, dat het mogelijk is om 1,5 meter afstand te houden tussen volwassenen.
  • Dringend advies aan ouders en andere bezoekers om een mondneuskapje te dragen, wanneer zij de locatie betreden.
  • Laat kinderen door 1 volwassene halen of brengen.
  • Haal- en brengmomenten zijn kort.
  • Informatie over een kind kan bijvoorbeeld via digitale weg of telefonisch om dit niet uitgebreid te hoeven bespreken tijdens het brengen en halen.

Beperk het contact tussen kinderen en volwassenen en tussen ouders onderling zoveel mogelijk. Denk hierbij aan: 

  • Spreiding in haal- en brengmomenten 
  • In etappes brengen van kinderen en/of maximum aantal ouders tegelijk naar binnen 
  • Het aanbrengen van lijnen (of andere afbakening) waarachter ouders moeten wachten 
  • Kinderen bij de deur laten ophalen 
  • Let op dat ouders (buiten) niet bij elkaar clusteren 
  • Denk er ook na over de overdracht van het (jonge) kind van ouder naar gastouder met inachtneming van de 1,5 meter afstand.  Bijv. door een ouder het kind in een Maxi-Cosi, in een wipstoeltje of op een speelkleed te laten zitten en afstand te nemen zodat de gastouder het kind kan oppakken. De emotionele veiligheid moet bovenal worden gewaarborgd. 

Organiseer de breng- en haalmomenten van kinderen zo, dat het mogelijk is om 1,5 meter afstand te houden tussen volwassenen.
Houd je bij de school aan de maatregelen die de school heeft getroffen.

Tussen gastouders en kinderen is het niet nodig om 1,5 meter afstand te bewaren.
Beperk het contact tussen kinderen en (volwassen) huisgenoten.
Zorg dat ook buiten de opvanglocatie 1,5 meter afstand wordt bewaard naar andere volwassenen en kinderen.

Leg de regels uit aan ouders en kinderen

Werk je in de kinderopvang? Leg dan de regels in het protocol uit aan de ouders. Op de buitenschoolse opvang of bij de gastouderopvang met kinderen van 4 jaar of ouder kun je de regels ook met kinderen bespreken. Kinderen jonger dan 4 jaar kunnen spelenderwijs leren omgaan met maatregelen, zoals handen goed leren wassen en hoesten in de elleboog. 

Verantwoording

Het kinderopvangprotocol is opgesteld door de brancheorganisaties Kinderopvang, Maatschappelijke Kinderopvang, BOinK, Voor Werkende Ouders en de FNV in samenspraak met het ministerie van SZW.