Cookies op websites van de FNV

De FNV gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de websites zo goed mogelijk te laten functioneren. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig. Daarnaast maken we gebruik van marketing cookies om de website op jouw voorkeuren af te stemmen. Hiervoor kun je onderstaand toestemming geven. Je kunt je instellingen altijd weer wijzigen op de pagina over de cookies.

Functionele & analytische cookies: Cookies die nodig zijn om te zorgen dat de website naar behoren werkt en om analyse uit te voeren

Marketing cookies

:

Deze cookies gebruiken we om de website op jouw voorkeur af te stemmen.

Helft zorgleerlingen overweegt te stoppen met opleiding na vervelende stage-ervaring

Update meldpunt stagemisbruik

portret Danielle van Essen
Door Danielle van Essen 18 december 2019

De helft van het aantal leerlingen dat een melding heeft geplaatst op het meldpunt stagemisbruik van FNV Zorg & Welzijn, overweegt na de vervelende ervaring te stoppen met de opleiding en een baan buiten de sector te gaan zoeken.

‘En dat in de zorg, waar het aantal vacatures het hardst groeit  van alle sectoren en waar zoveel behoefte aan jongeren is,’ zegt Cor de Beurs, zorgbestuurder bij de FNV. ‘Instellingen zouden er juist alles aan moeten doen om de stageplaatsen aantrekkelijk te maken.’

Volledige werkkracht

Het meldpunt www.fnv.nl/stagemisbruik van FNV Zorg & Welzijn is op 3 november geopend voor leerlingen en werknemers in de gehandicaptenzorg, kinderopvang en bij verpleeg- en verzorgingshuizen en de thuiszorg (VVT), naar aanleiding van een uitzending van Reporter Radio. Omdat er meer meldingen binnen kwamen dan vooraf verwacht, is het meldpunt op 25 november uitgebreid voor de hele sector Zorg en Welzijn. Inmiddels zijn er 540 meldingen binnen gekomen en blijft het meldpunt openstaan tot 6 januari. De Beurs: ’De meest gehoorde klacht is dat stagiairs als volledige werknemers worden ingezet. Vooral tijdens vakanties en ziektes van werknemers worden ze vaak als volledige kracht ingeroosterd. Ook wordt opvallend vaak genoemd dat zij tijdens vergaderingen van overige teamleden, helemaal alleen de boel draaiende moeten houden.’

Laura moest na twee weken stage in de thuiszorg al alleen visites rijden en soms handelingen verrichten waar ze nog niet toe bekwaam was. ‘Ik moest wonden verzorgen bij een meneer met twee geamputeerde tenen, terwijl ik er hier op school alleen nog maar theorieles over had gehad. Toen ik mijn twijfels meedeelde aan mijn stagebegeleider, zei ze er alle vertrouwen in te hebben dat ik het wel goed zou doen.’

Nauwelijks begeleiding

Een andere veel gehoorde klacht is dat er nauwelijks tijd is om stagiairs te begeleiden of dat er geen begeleiders aanwezig zijn. Laura: ‘Ik had een stagecontract voor 32 uur per week, maar mijn begeleider werkte maar 3 uur. De overige 29 uur werd ik aan mijn lot overgelaten.’ Naast stagiairs klagen ook begeleiders over dit probleem. Zonder enig overleg krijgen zij ineens stagiairs toegewezen en moeten dan tijd vrijmaken, terwijl ze vaak al overlopen in hun eigen werk.   

Bijzonder veel leerlingen durfden geen klacht in te dienen bij hun stageplaats, uit angst dat ze negatief beoordeeld zouden worden. Wie het wel deed, werd direct de mond gesnoerd. Maaike liep stage in de gehandicaptenzorg: ‘Ik werd geschopt en geslagen door cliënten en soms zes dagen achter elkaar ingeroosterd, terwijl ik ook nog één dag per week naar school moest. Ik ben alleenstaande moeder en kon het niet rondbreien. Ik belandde in een burn-out en toen is mijn contract beëindigd.’  

De Beurs: ‘Opvallend veel leerlingen gaven ook aan dat zij samen met uitzendkrachten werden ingeroosterd en dan die uitzendkrachten moesten begeleiden, omdat zij de organisatie al enigszins kenden. Ook moeten leerlingen die al iets langer stagelopen bij een instelling nieuwere leerlingen gaan begeleiden, terwijl ze zelf nog in opleiding zijn!’

Voor stages en leerbanen in het mbo geldt dat de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) verantwoordelijk is voor de erkenning van leerbedrijven. Gerrit Veneboer, directeur uitvoering SBB: ‘Het is goed en heel waardevol dat FNV deze klachten heeft verzameld. SBB gaat graag aan de slag met de signalen die zijn binnengekomen. Als uit onderzoek blijkt dat het leerbedrijf niet voldoet aan de voorwaarden, kan onder meer de erkenning worden ingetrokken, wat betekent dat in dit bedrijf geen mbo-studenten meer kunnen worden opgeleid.’

Greep uit de meldingen

Ik had een leerwerkplek voor 2 jaar, waarbij ik werd ingezet als volledig zelfstandige “ervaren” werknemer. Ik begeleidde cliënten met een zware indicatie, die 1 op 1 begeleiding nodig hadden zonder toezicht van begeleiding. Ik werd geschopt en geslagen door cliënten. Ook werd ik soms 6 dagen per week ingeroosterd en moest daarnaast nog 1 dag in de week naar school. Ik ben alleenstaande moeder en wist niet hoe ik dit moest rondbreien. Door alle druk kreeg ik een burn-out. Vervolgens werd mijn contract beëindigd omdat ik tijdelijk was uitgeschreven van school vanwege de burn-out. 

Tijdens mijn opleiding tot verpleegkunde heb ik inmiddels 4 stages gehad. Deze heb ik als heel divers ervaren. Tijdens 3 hiervan werd er geregeld een beroep op mij gedaan als volledig functionerend werknemer. Dus niet boventallig. In een enkel geval was ik zelfs verantwoordelijk voor de alarmeringstelefoon, zonder dat er een duidelijke back up aanwezig was. Mijn stage in de thuiszorg was het meest extreem. Na twee weken draaide ik al volledige routes en kreeg ik te maken met wondzorg en risicovolle handelingen waar ik nog niet op getoetst was. Toen ik aangaf mij niet bekwaam te voelen in de complexe wondzorg, sprak mijn werkbegeleider het volste vertrouwen in mij uit. Later liep ik stage in het ziekenhuis. Daar moest ik wel eerst alle toetsen doorstaan, voordat ik patiënten mocht helpen. Maar toen dat eenmaal zo ver was, werd ik direct samen met één andere verpleegkundige op 6-8 patiënten geplaatst met veel complexere zorgbehoeften. De werkdruk was er enorm en wederom werd ik als formatieve medewerker ingeroosterd. Ik kreeg door die eerste drie stages een heel grimmig beeld van het werken in deze sector. Gelukkig heb ik daarna ook stage gelopen bij een organisatie die me wel een veilige omgeving bood om te leren, waar tijd is om mijn schoolopdrachten te maken en ik vragen mag stellen. 

Bij onze kinderopvang wordt het probleem van het tekort aan personeel niet serieus opgelost. Met als gevolg dat stagiairs worden ingevlogen om problemen op te lossen. Zo brak mijn collega op het werk haar vinger. Een bedrijfsongeval dus. Vanuit de directie werd geen enkele interesse in de collega getoond. Er werd geopperd dat zij maar moest komen, pijn moest onderdrukken met wat  pijnstillers en een stagiaire van school of een andere locatie kon laten komen om op de volle groep te plaatsen. Zittend vanaf de bank moest de collega de stagiaire dan maar aansturen. De kinderen op het kinderdagverblijf zijn in de leeftijd van 0-4 jaar. Uiteraard hebben wij dit niet gedaan en is een andere collega teruggekomen van haar vrije dag. 

Toen ik in de zorg kwam werken als BBL leerling maatschappelijk zorg op een woongroep met  12 jongeren met een verstandelijke beperking, moest ik na één week inwerken gelijk voor de groep van 6 bewoners staan. Ik ging er vanuit dat ik door deze verantwoordelijkheid snel zou leren. Dit was zeker het geval. Echter door mijn gebrek aan ervaring ontstonden er al snel onveilige situaties. Zo moest ik al na een paar weken een zwaar autistische cliënt helpen met douchen. Een erg onprettige ervaring voor zowel mij als de cliënt. Echter was ik erg gemotiveerd en dacht dat het zo hoorde. Na een paar maanden zat ik bij de arbo arts met overprikkelings-klachten. Toen ik mij op aanraden van mijn psycholoog een week ziek had gemeld, kreeg ik te horen dat ik beter kon stoppen. Toen ik hierna o.b.v. de arboarts in een re-integratie proces kwam en ik minder uren kreeg (20) ging het snel beter. Echter werd ik op basis van het niet behalen van mijn leerdoelen in augustus ontslagen. Samen met de FNV heb ik hier een tegengeluid aan af gegeven. Uiteindelijk is hier beëindigings-overeenkomst uit voortgekomen. 

Werken in de zorg is prachtig maar door mijn ervaringen twijfel ik vaak of dit wel het werk is wat ik wil doen. Dit is natuurlijk dubbel want wat als veel jonge medewerkers zoals ik afhaken? Hoe ziet de toekomst voor de zorg er dan uit? Ik zie het graag anders en gun iedereen een eerlijke start in dit werk. Vandaar deze melding. 

Ik was BBL-leerling verzorgende IG op twee verschillende locaties. Vaak moest ik op 5 à 6 afdelingen werken in één dienst en ondertussen in mijn eigen tijd mijn leerdoelen halen. Toen de vaste helpenden werden ontslagen, werden BBL-leerling verzorgenden IG daarvoor in de plaats aangenomen. Wij werden alleen maar gebruikt als goedkope kracht. Na twee maanden zorg-achtergrond, moest ik een hele woning in mijn eentje draaien. Ik werd op de pittigste woning geplaatst, omdat niemand daar nog wilde werken. Het was een hel. Tijdens mijn stageperiode heb ik vijf verschillende begeleiders binnen één jaar gehad. Er was geen tijd voor mij. Ik moest als helpende aan het werk en vooral mijn mond houden. Klagen bij de manager, HRM en mijn opleiding hielpen allemaal niet. Vooraf was mij beloofd dat ik vast in een team zou komen. Daar kwam na diplomering niets van terecht. Ik moest de flex maar in. Ik heb versneld m'n opleiding gehaald om van het bedrijf af te komen. Ik heb zelfs nog een afkoopsom betaald om van het bedrijf af te zijn. De twee jaar, waarin ik voor deze organisatie werkte, waren de ergste jaren in m'n leven. 

Vanuit mijn eerdere positie als praktijkbegeleider en examinator voor de pedagogische opleidingen voor een landelijke onderwijsinstelling, ben ik onlangs met een uitgekleed CV, aan de slag gegaan bij een kinderopvangorganisatie. Gezien de Wet IKK, diende ik niveau 4 te behalen. Ik ontving afwijzing na afwijzing, ondanks dat kinderopvangorganisaties schreeuwen om tekorten. Pas toen ik mijn cv uitkleedde kon ik aan de slag als pedagogisch medewerker. Dat geeft te denken. De kinderopvang lijkt te draaien op studenten. Studenten lijken de vaste krachten te vervangen. Leerlingen worden langs de mazen van de wet ingezet. Ze rijden kinderen met busjes naar school, maken uitstapjes tijdens vakanties, zonder ‘vaste’ kracht erbij. Een rooster klopt op papier, maar in de praktijk wordt het vaste gezichtenbeleid totaal genegeerd. Leerlingen worden op vrijwel alle groepen ingezet, terwijl ze totaal geen achtergrond hebben. Wat ik zie en heb meegemaakt zegt genoeg.