Zwangerschapsdiscriminatie is nog altijd aan de orde van de dag op de Nederlandse arbeidsmarkt. Uit onderzoek blijkt dat 44 procent van de vrouwen die werken of werk zoeken tijdens de zwangerschap te maken krijgen met discriminatie. Voor de FNV is dit aanleiding om een meldpunt te openen en harde maatregelen te eisen. ‘Zwangerschap is geen defect, maar zo worden vrouwen helaas wel behandeld’, stelt Lisa Viktorsson, bestuurder FNV Vrouwen.
Zwangerschapsdiscriminatie is geen incident, maar een structureel en hardnekkig probleem. Het percentage blijft al jaren vrijwel gelijk. Er is groeiend bewustzijn, maar nog geen verbetering. Vooral vrouwen met een tijdelijk contract lopen grote risico’s: 42 procent van hen ervaart dat hun zwangerschap een rol speelt bij het niet verlengen van hun contract, blijkt uit het onderzoek van SEO Economisch Onderzoek, in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,. ‘Zwangere vrouwen worden niet gezien als professionals, maar als risico’s’, constateert Viktorsson.
Van zwangerschapsdiscriminatie is sprake als je kinderwens, zwangerschap, bevalling of pril moederschap invloed heeft op beslissingen van een werkgever, waardoor je ongelijk wordt behandeld. Dit is in strijd met de wet op gelijke behandeling.
In de praktijk gaat het onder meer om afgewezen sollicitaties, gemiste promoties en contracten die niet worden verlengd. Ook op de werkvloer zelf gaat het mis: vrouwen krijgen minder kansen, worden kritischer beoordeeld en missen vaak basisvoorzieningen zoals een geschikte kolfruimte.
Volgens de FNV schieten vrijblijvende maatregelen tekort. “Zolang discriminatie voor werkgevers geen echte gevolgen heeft, blijft het bestaan,” stelt Viktorsson.
Daarom eist de FNV onder meer een spoedprocedure bij het College voor de Rechten van de Mens, hogere boetes, strengere handhaving en betere bescherming voor flexwerkers. Ook pleit de vakbond voor structurele veranderingen, zoals een 32-urige werkweek en gelijk verlof voor alle ouders.
Met het meldpunt wil de FNV ervaringen bundelen en de druk op politiek en werkgevers opvoeren. ‘De cijfers liegen niet’, aldus Viktorsson. ‘Het is tijd voor een trendbreuk.’