Gevaarlijke stoffen, je hebt ze in soorten en maten. Sommige veroorzaken brand of ontploffingen. Andere bemerk je direct, omdat ze stinken of irriteren…Maar veel stoffen zijn reukloos en richten bovendien pas na veel jaren onherstelbare gezondheidsschade aan, bijvoorbeeld omdat je er kanker van krijgt. Dat zijn de sluipmoordenaars. Dat is geen ‘klein bier’, want in totaal sterven ieder jaar zo’n 3000 (drie-duizend!) werkers in Nederland omdat ze op hun werk zijn blootgesteld aan dit soort stoffen. Hoog tijd voor actie!
De werkgroep gevaarlijke stoffen van het Netwerk Arbo FNV is aan de slag gegaan met een al bestaand FNV ‘stappenplan’, heeft dat bijgeschaafd en voorzien van tekst en uitleg. Daarmee hopen we nuttig gereedschap te hebben, voor vakbondskadergroepen en VGW(M)-commissies, die daadwerkelijk iets willen doen aan dit probleem. Werkgevers, Arbeidsinspectie of andere instanties hebben die dit probleem in 40 jaar niet kunnen oplossen. De enige optie: werknemers, medezeggenschappers en vakbonden zetten er samen de schouders onder.
Dus pak dit gereedschap en ga ermee aan de slag!
| Voor opmerkingen, vragen en suggesties: bel of mail het Arbo-AdviesPunt FNV of neem contact op met het Netwerk Arbo FNV. |
Kijk allereerst of je collega’s het probleem herkennen, en of zij zich ook zorgen maken. Waarschijnlijk ben jij niet de enige. Ga samen op zoek naar betrouwbare informatie en schrijf dat op.
· Om wat voor stof(fen) gaat het?
· Hoe wordt er met de stoffen gewerkt?
· Wat is het gevaar?
· Welke beschermingsmaatregelen heeft de werkgever tot nu toe getroffen?
Gevaarlijke stoffen: dat is ingewikkelde materie, en de weg naar oplossing is niet altijd eenvoudig. Neem daarom contact op met het Arbo Advies Punt van de FNV. Zij kunnen jullie helpen om het probleem verder in beeld te krijgen en jullie adviseren over de mogelijke aanpak.
Het Arbo Advies Punt FNV kan jullie ook in contact te brengen met anderen die advies en ondersteuning kunnen bieden.
Leg het probleem samen met je collega’s voor aan jullie leidinggevende. Ga samen langs bij de ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PVT). Ga ook samen in gesprek met de preventiemedewerker, de arbodienst of de bedrijfsarts. Maar ook contact met de vakbondsbestuurder kan in dit stadium nuttig zijn. Kennen zij het probleem? Nemen ze het serieus? Willen en kunnen ze jullie verder helpen?
Als leidinggevende, preventiemedewerker of anderen met wie je hebt overlegd het probleem ‘wegpraten’, of geen passende oplossing kunnen (of willen) bieden, zet dan samen de volgende stap. Een brief of handtekeningenlijst aan de hogere leiding overhandigen kan zaken in beweging zetten. Informeer vanaf nu steeds de vakbondsbestuurder over de stappen die jullie zetten.
Bespreek dan met de vakbondsbestuurder of met het Arbo-Adviespunt FNV de mogelijke vervolgstappen. Er zijn vele mogelijkheden om zelf meer ‘druk op de ketel’ te zetten. Hoever je daarin kunt of wilt gaan, hangt af van jullie specifieke situatie en van de steun die je ontvangt.