Leg het probleem samen met je collega’s voor aan jullie leidinggevende. Ga samen langs bij de ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PVT). Ga ook samen in gesprek met de preventiemedewerker, de arbodienst of de bedrijfsarts. Ook contact met de vakbondsbestuurder kan nuttig zijn. Belangrijk: kennen zij het probleem? En vooral: nemen ze het serieus? Willen en kunnen ze jullie verder helpen?
Het heeft ontegenzeggelijk voordelen om ‘bondgenoten’ te hebben bij het aan de orde stellen van een gevaarlijke stoffenprobleem. Zeker als je te maken krijgt met het wegpraten van de zaak, of zelfs met tegenstand, bijvoorbeeld van de werkgever. Onderzoek wel goed of de beoogde bondgenoten ook inderdaad echte bondgenoten zijn. Houd als werknemers zelf de regie: anderen (OR, bestuurder, …) kunnen helpen en adviseren, maar nemen de zaak niet over van de mensen om wie het gaat. Steeds ‘samen aan de bak’ gaan vergroot de kans op succes, maar vermindert ook het ontstaan van onderlinge verwijten als het niet lukt om resultaten te behalen.
Voer ook deze gesprekken niet alleen, maar steeds samen met een aantal collega's. Dat houdt iedereen betrokken bij het onderwerp, en het versterkt ook de positie van leidinggevende, preventiemedewerker enz. als zij het issue hogerop willen aankaarten.
Informeer de leden van de OR/PVT dat je hiermee bezig bent