In het Jeroen Bosch Ziekenhuis loopt een opvallend experiment: IC-verpleegkundigen werken volgens hun chronotype, hun biologische klok. Vroege vogels starten om 4 uur ’s ochtends, avondmensen werken tot 4 uur. Sympathiek idee of risicovol?
Het idee klinkt sympathiek: minder verstoring van het bioritme, meer energie, minder verzuim. Maar is dit maatwerkroosteren de toekomst van de zorg, of juist een risico voor teamcohesie, solidariteit en het sociale leven?
Chronoroosteren sluit aan bij iemands natuurlijke ritme: wie ’s ochtends piekt, werkt vroeg, wie ’s avonds scherp is, draait late diensten. De eerste ervaringen zijn positief: medewerkers voelen zich fitter, herstellen sneller en ervaren minder klachten. Dat is winst in een sector met structureel te hoog ziekteverzuim. De pilot is vrijwillig, een voorwaarde voor FNV Zorg & Welzijn bij verdere ontwikkelingen en initiatieven als deze.
Toch is maatwerk niet zonder prijs. Roosters worden complexer, de verdeling van diensten kan scheefgroeien en sociale ritmes botsen. Als iedereen op zijn eigen klok werkt, wie bewaakt dan de teamcohesie en hoe voorkomen we dat de minst populaire diensten steeds bij dezelfde mensen terechtkomen?
Het verhoogt ook de nachtelijke bezetting. In plaats van één zijn er nu twee professionals die een deel van de nacht werken. Wie om 4 uur begint, staat vaak uiterlijk om 3 uur op. En wie om 4 uur stopt, ligt vaak niet voor 5 uur in bed. Zelfs voor vroege vogels en nachtuilen is dat een forse oprekking van de weerbaarheid. Nachtdiensten blijven zwaar en kunnen oneerlijk verdeeld raken. Ochtendtypes krijgen al snel vooral vroege diensten, terwijl avondtypes juist veel late diensten krijgen.
Voor sommige medewerkers betekent chronoroosteren meer regie en betere afstemming op het gezinsleven. Voor anderen juist het tegenovergestelde: het schrappen van afwijkende werktijden kan leiden tot sociale isolatie en conflicten thuis, ook als het beter bij de biologische klok past.
De balans is kwetsbaar en vraagt om maatwerk én collectieve afspraken, zeker omdat de effecten op langere termijn niet bekend zijn en meer mensennachtdiensten draaien. De vijfploegendienst – met een gemiddelde werkweek van 33,6 uur bij een 36-urig contract – is een voorbeeld van collectief roosteren dat voorspelbaarheid én solidariteit biedt. Roosters met een eerlijke verdeling hebben meer ritme en roteren snel, waardoor er genoeg hersteltijd en balans ontstaan.
Chronoroosteren kan daar een aanvulling op zijn, maar mag het collectieve belang niet ondermijnen. Individuele en collectieve belangen moeten in balans blijven. Roosteren is meer dan een logistieke puzzel: er kan ook gekeken worden naar de organisatie van het werk. Welk werk moet echt ’s nachts gebeuren, en wat kan naar de dag doorschuiven zodat minder nachtpersoneel nodig is?
FNV Zorg & Welzijn pleit voor een gefaseerde invoering van chronoroosteren, met ruimte voor inspraak, monitoring en evaluatie. Maatwerk mag nooit ten koste gaan van gelijkwaardigheid, teamcohesie en zorgvuldige roosterafspraken. Gezonde roosters zijn belangrijk, maar gezonde teams net zo. Innovaties zijn welkom, zolang ze niet tot een sociale splijtzwam leiden.
Geschreven door:
Elise Merlijn, bestuurder FNV Zorg & Welzijn,
Naima van Willigenburg, beleidsadviseur arbeidsvoorwaarden FNV
Yvette Becker, beleidsadviseur arbeidsvoorwaarden FNV
Deze opinie is op 19 november 2025 gepubliceerd op Skipr.nl.