Schiphol staat voor een keuze: hulp voor passagiers die niet zelfstandig kunnen in- en uitstappen uitbesteden of in eigen beheer houden? Het laatste, stelt Jaap de Bie. Uitbesteding heeft de afgelopen jaren genoeg ellende gegeven.
Jarenlang was groei op Schiphol het belangrijkste doel. De enige manier om dat te bereiken, was door de kosten zo laag mogelijk te houden. De Schiphol Group was kampioen aanbesteden: vrijwel alle diensten werden uitbesteed, waarbij de prijs leidend was. Dat leek efficiënt, maar de rekening werd doorgeschoven naar medewerkers én passagiers. Dat moet anders.
In het rampjaar 2022 werd pijnlijk duidelijk waar dit toe leidde. Door de wirwar van aanbestedingen had Schiphol nauwelijks grip op de dagelijkse operatie. Het resultaat kennen we allemaal: lange wachtrijen tot op de snelweg, gemiste vluchten en een enorme werkdruk.
Door de moordende concurrentie waren arbeidsvoorwaarden uitgehold. Mensen vertrokken, vacatures bleven openstaan en de tekorten liepen verder op. Wat goedkoop leek, bleek uiteindelijk duurkoop.
Nu, vier jaar later, staat Schiphol op een kruispunt. Gaat het door op de ingeslagen weg van meer kwaliteit, meer regie en minder doorgeschoten concurrentie? Of keert het terug naar het oude model, waarin bedrijven elkaar kapot concurreren en werknemers en passagiers de prijs betalen?
Die keuze wordt binnenkort concreet. Schiphol moet beslissen over de toekomst van de service voor Passengers with Reduced Mobility (PRM): hulp aan passagiers die niet zelfstandig kunnen in- en uitstappen. Het gaat hier niet om zomaar een dienst, maar om mensenwerk van het hoogste niveau.
Door vergrijzing zal de vraag naar deze ondersteuning de komende jaren toenemen. Juist daarom moet kwaliteit voorop staan. Werknemers die dit werk doen, zijn vakmensen. Zij kiezen bewust voor een beroep waarin aandacht, zorg en menselijkheid centraal staan. Maar door jarenlange marktwerking is het gevoel gegroeid dat zij niet met mensen werken, maar met ‘pakketjes’ die zo efficiënt mogelijk moeten worden afgehandeld.
Dat is een onwenselijke ontwikkeling. Wie afhankelijk is van hulp op de luchthaven, verdient persoonlijke aandacht en waardigheid - geen stopwatch. De menselijke maat kan terugkeren als Schiphol stopt met het opnieuw aanbesteden van deze cruciale dienst en kiest voor inbesteding, het zelf organiseren van deze cruciale hulp. Dat zorgt voor meer stabiliteit, betere arbeidsvoorwaarden en meer grip op de uitvoering.
Het betekent dat kennis en ervaring behouden blijven. Deze service is geen luxe, maar een recht. Alle Europese luchthavens zijn verplicht om assistentie te bieden aan passagiers met een beperking. Toegankelijkheid is geen product dat je op de markt zet; het is een publieke verantwoordelijkheid. Op veel andere luchthavens in Europa wordt deze taak dan ook gewoon door de luchthaven zelf uitgevoerd.
Schiphol moet dat voorbeeld volgen. De keuze is helder. Blijven we vasthouden aan een model dat heeft bewezen niet te werken? Of kiezen we voor kwaliteit, menselijkheid en verantwoordelijkheid? FNV Luchtvaart roept Schiphol op om te kiezen voor inbesteding van deze belangrijke taak.
Laat passagiers met een beperking geen verdienmodel zijn, maar behandel hen zoals het hoort: met respect, aandacht en professionele zorg. Schiphol kan nu het verschil maken. Grijp die kans.
Jaap de Bie is FNV campagneleider