Bestuurder FNV Sport Ingrid Koppelman heeft het Trendrapport Arbeidsmarkt Sport van het Mulier Instituut goed gelezen. Ze maakt zich zorgen, omdat de sportsector afwijkt van landelijke gemiddeldes. Maar liefst drie op de vijf werkenden in de sport heeft geen cao. Volgens haar geven we het geld uit aan de verkeerde dingen. Hieronder legt ze uit waarom.
Koppelman: 'Er werken steeds meer mensen in de sport. Dat is positief. Dit komt omdat sport onderdeel is van andere gebieden, zoals zorg, welzijn of buurtwerk. Dat vindt de FNV een goede ontwikkeling. Maar er gaat ook iets mis. Door grote verschillen in arbeidsvoorwaarden kiezen veel mensen voor een baan buiten de sport. De sportsector kan medewerkers geen goede contracten aanbieden met duidelijk toekomstperspectief. Daardoor vertrekken veel goede krachten.'
'Daarnaast heeft een groot deel van de mensen in de sport geen cao. Dat geldt voor drie van de vijf werkenden. En wie wel een cao heeft, vindt dat ze te weinig betaald krijgen. De verleiding over te stappen naar een andere sector is dan enorm. Wat ik kwalijk vind, is dat 62% van de werkgevers in deze sector niet meedoet aan een cao. Het geld dat ze zo besparen gaat naar nieuwe vestigingen, winst voor aandeelhouders of belandt in eigen zak.'
'In de sport werken steeds meer jongeren. Zij zijn goedkoop en flexibel en ze weten vaak niet wat hun rechten zijn. Ze zien het werken in hun sport als een betaalde bijbaan omdat het hun passie is. De uitstroom van jongeren uit de sport is nog steeds groot. Dat is een verlies voor de opleidingen die in hen hebben geïnvesteerd en voor de sport zelf, omdat kennis en ervaring verdwijnt. Maar niemand lijkt het erg te vinden: er staan altijd nieuwe jongeren klaar. Maar hoe lang nog? Jongeren zijn niet dom. Met alleen passie kun je geen brood kopen.'
Koppelman: 'Ik ben een voorstander van zzp’ers in de sport. Ze verdienen zo tenminste een goede boterham. Ze kunnen hun kennis flexibel op meerdere plaatsen inzetten. Maar er zijn zoveel zzp’ers omdat vaste werknemers geen goede, flexibele arbeidsvoorwaarden krijgen. De flexibiliteit en het voordeel ligt nu geheel bij werkgevers. En de vraag is of een zzp’er in de sport genoeg verdient om zichzelf te redden bij ziekte? In de sport werken meer zzp’ers dan in andere sectoren. Het zijn geen schijnzelfstandigen, maar de arbeidsmarkt sport stimuleert het zzp-schap.'
'Veel mensen in de sport willen meer uren willen werken, maar krijgen die kans niet. Het trendrapport laat zien dat er steeds meer mensen zijn die extra uren beschikbaar zijn, maar ze niet krijgen. De krapte op de arbeidsmarkt ontstaat dus niet alleen door een tekort aan mensen, maar ook omdat werknemers niet voltijd ingezet worden. Trainers en instructeurs sprokkelen vaak uren bij verschillende werkgevers. En zelfs dan verdienen ze nog niet voldoende.'
Koppelman: 'Er is zeker geld in deze sector. Maar het wordt verkeerd uitgegeven. Organisaties werken weinig samen. Daardoor blijven ze klein en hebben ze allemaal hun eigen - vaak dure - functies. Werkgevers betalen per cao voor ondersteuning, terwijl dat bij één gezamenlijke cao maar één keer nodig is. Organisaties vinden zichzelf te belangrijk en willen hun eigen identiteit beschermen. Dat komt omdat er veel commercie in de sport zit. Organisaties zijn vaak elkaars concurrenten. Personeel is daardoor een besparingspost. Ik ben bang dat het misgaat als we niet snel samenwerken en één sector worden, juist ook qua arbeidsvoorwaarden.'