Elk jaar op 1 juni begint de jaarlijkse Pride maand en vragen we extra aandacht voor LHBTQIA+ rechten, die wereldwijd onder druk staan. We spraken met Mehmet van ons Netwerk Regenboog FNV. Samen met andere vakbondsleden zet hij zich in voor een veilig en prettig werkklimaat en de bevordering van emancipatie van iedereen op het werk.
Pride betekent voor mij de ruimte krijgen die voor anderen vanzelfsprekend is. Als hetero hoef je jezelf niet telkens uit te leggen, maar als queer persoon ben je vaak continu bezig met uitleggen: je relatie, je thuissituatie, wie je bent.
Daarnaast staat Pride voor mij ook voor het besef dat mensenrechten nooit vanzelfsprekend zijn. Zodra je je ogen sluit, kunnen verworven rechten weer afgenomen worden. In een samenleving die steeds meer verhardt, is activisme en blijven vechten voor gelijkheid van levensbelang.
Netwerk Regenboog is voor mij een plek waar saamhorigheid centraal staat. Je ontmoet gelijkgestemden binnen de FNV die samen werken aan een diverse en inclusieve werkomgeving.
Nog steeds zie je dat wie je bent of op wie je valt invloed kan hebben op je positie en kansen op de werkvloer. Terwijl het zo simpel zou moeten zijn: je moet én eerlijk betaald worden én jezelf kunnen zijn. Ik zet me hiervoor in, omdat beide onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Ik ben er trots op dat we concrete impact hebben. Bijvoorbeeld met de checklist die we gebruiken bij cao-onderhandelingen, zodat inclusie structureel wordt meegenomen.
Daarnaast hebben we internationaal een sterk netwerk opgebouwd waarvan de FNV mede aan de wieg heeft gestaan. We worden als professionals serieus genomen en gevraagd voor internationale conferenties en Pride-evenementen. Dat laat zien dat ons werk verder reikt dan alleen Nederland.
Voor mij is Pride allebei, maar we vergeten soms dat het in de basis een protest is en dat ook moet blijven.
Vechten voor mensenrechten staat voorop. Als Pride alleen een feest wordt, verliezen we de kans om ook medestanders en andersdenkenden mee te nemen in de realiteit van LHBTQIA+ rechten. Want juist de vraag 'waarom is dit nog nodig?' moeten we blijven beantwoorden.
Er is duidelijk meer ruimte om jezelf te zijn. Mensen praten makkelijker over hun partner en identiteit. Ook zie je meer vrijheid in expressie, zoals kleding, tatoeages en uiterlijk. Ik met mijn volle baard en vele piercings zou tien jaar geleden niet aangenomen worden, en nu werk ik in een omgeving vol met leuke collega's vol verrassingen.
Daarnaast is er meer aandacht voor diversiteit en inclusie. Werkgevers en werknemers nemen het serieuzer en het gesprek wordt vaker gevoerd. Dat is een belangrijke stap vooruit.
Ik zou inclusie en diversiteit niet langer afhankelijk maken van goodwill, maar verankeren in beleid en wetgeving.
Het moet geen 'extra' zijn, maar een standaard. Zodat iedere werknemer, ongeacht wie die is, kan rekenen op gelijke behandeling en een veilige werkomgeving.
Psychologische veiligheid ontbreekt nog vaak. Veel mensen durven niet volledig zichzelf te zijn op de werkvloer. Uit de kast komen lukt misschien in de privésfeer, maar niet altijd op het werk.
Ook krijgt intersectionaliteit nog te weinig aandacht. Inclusie betekent voor iedereen iets anders. Mijn ervaring als cisgender persoon met een migratieachtergrond is anders dan die van bijvoorbeeld een transpersoon van kleur. Daar moeten we beter oog voor hebben.
Omdat rechten snel kunnen verdwijnen, dat zien we wereldwijd gebeuren. Als we intolerantie ruimte geven, raken we stap voor stap verworven rechten kwijt.
Daarom moeten we zichtbaar blijven en onze stem laten horen. We vragen niet om meer, we vragen om gelijkheid en rechtvaardigheid. Zolang dat nog niet volledig bereikt is, blijft Pride nodig.
Er gaat veel goed, en dat moeten we vieren. Maar we zijn er nog niet. Ik stroop in ieder geval mijn mouwen op. Hopelijk doen anderen ook mee. Solidariteit!