Op 1 januari 2026 zijn meer dan vijf miljoen deelnemers van ongeveer 25 pensioenfondsen overgegaan naar het nieuwe pensioenstelsel. Uiterlijk 1 juli ontvangen zij de lange, definitieve berekeningsbrief. De brief is lang omdat wet- en regelgeving dit vereist. In deze brief staat hoeveel pensioen deelnemers ontvangen in het nieuwe pensioenstel. De FNV vraagt deelnemers wat zij van deze brief vinden en of zij erop vooruitgaan in het nieuwe stelsel.
Ik ben Annemiek Helleman (44) en secretaresse van het pensioenteam bij de FNV. Dit werk doe ik al 15 jaar. Ik ben getrouwd en heb vier prachtige kinderen.
Ik bouw pensioen op bij PFZW, het pensioenfonds voor zorg- en welzijnsmedewerkers. PFZW is op 1 januari 2026 overgestapt naar het nieuwe pensioenstelsel met ruim drie miljoen deelnemers.
Mijn brief telt drie pagina’s en de bijlage telt 20 pagina’s.
Dat heb ik niet meteen gedaan. Door een drukke baan en een druk gezinsleven met vier jonge kinderen ben ik er niet meteen aan toegekomen. Dat hoor ik ook van anderen, dat ze er niet aan toekomen of dat ze pensioen moeilijk vinden. Ik zag er ook een beetje tegenop om de brief te lezen. Hij is zo lang. Maar de brief is mij meegevallen. Ik deel daarom graag mijn ervaring met anderen. Misschien helpt dit ze bij het lezen van de brief.
De brief zelf is duidelijk, kort en krachtig. Het belangrijkste staat in duidelijke kaders. Daar staan de pensioenbedragen in van jezelf en van je partner als je komt te overlijden. Het nodigt uit om na te denken of je wel voldoende pensioen opbouwt voor later.
De bijlage vind ik ingewikkelder, ook omdat er zoveel in staat. Maar naarmate ik las, dacht ik: 'Ik begrijp best veel van wat er staat'. Dat gaf moed om sommige dingen verder uit te zoeken, zoals hoeveel nabestaandenpensioen mijn partner en kinderen krijgen. Ik wil graag weten of ik mijn partner en mijn kinderen goed verzorgd achterlaat als ik kom te overlijden. In het nieuwe stelsel gaan ze er in elk geval op vooruit, en ik ook.
Naar aanleiding van deze brief heb ik met mijn partner ook gesproken over zijn pensioen en onze uitgaven. Ik weet nu bijvoorbeeld hoeveel partnerpensioen ik krijg als hij komt te overlijden. Hij bouwt pensioen op bij een ander pensioenfonds. Ik weet nu ook hoeveel wezenpensioen onze kinderen krijgen als hij overlijdt. Dat geeft een fijn gevoel.
Ja, ik ga erop vooruit, maar ook mijn partner en mijn kinderen als ik kom te overlijden. Mijn partner en kinderen gaan er zelfs ruim op vooruit in het nieuwe pensioenstelsel. Dat is heel goed nieuws!
Wat mij aanspreekt, is dat wordt uitgelegd dat deelnemers risico’s en beleggingsresultaten delen. Dat vind ik mooi. Die solidariteit spreekt me aan. Het is ook wat ik mijn kinderen voorhoud. Je staat er niet alleen voor. We doen de dingen samen als gezin, we helpen elkaar en anderen. We zijn solidair met elkaar.
Ik wil graag weten hoeveel ik netto krijg, maar er wordt alleen gesproken over brutobedragen. Waarom is dat?
Antwoord: Dit heeft onder andere te maken met belastingregels en sociale premies die jaarlijks kunnen wijzigen. Door bruto bedragen te communiceren blijft de brief accuraat, ook als de netto-uitkering door overheidsbeleid verandert.
Ja, ik begrijp nu het nieuwe pensioenstelsel beter en ook wat het betekent voor mij en mijn gezin. Het is ook fijn dat de brief aanleiding was om met mijn partner over ons pensioen te praten. We denken nu na over wat we na ons pensioen willen doen en of we hier voldoende geld voor hebben. We hebben samen de eerste stap gezet om hierover na te denken.