Dankzij de inzet van de FNV blijft solidariteit een belangrijke pijler van het nieuwe pensioenstelsel. In dit interview legt Gerard Riemen, voorzitter bij BPL Pensioen, uit welke verbeteringen de FNV heeft gerealiseerd en wat de veranderingen betekenen voor werkenden en gepensioneerden. Ook vertelt hij waar hij het meest trots op is en wat leden straks in hun portemonnee kunnen merken van de overgang naar het nieuwe stelsel.
Die loopt bij mij langs twee kanalen. Ik ben namens de FNV werknemersvoorzitter van het bedrijfstakpensioenfonds BPL Pensioen. BPL is het pensioenfonds voor de agrarische en groene sectoren. Daar zorg ik samen met het bestuur dat de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel goed en evenwichtig verloopt.
Binnen de FNV ben ik betrokken bij wat er in Den Haag ten aanzien van de Wtp wordt geregeld. Wet- en regelgeving leiden wij in goede banen door deze onder andere af te stemmen op het FNV-beleid. Ik reis ook stad en land af om FNV-leden het nieuwe pensioenstelsel uit te leggen en wat het voor hen betekent. Die bijeenkomsten worden heel goed bezocht.
Veel! Dankzij de FNV stijgt de AOW-leeftijd minder snel. Er zijn ook goede afspraken gemaakt voor mensen met zwaar werk. Maar bovenal is de solidariteit in de pensioenregeling behouden. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar is het niet. De oorspronkelijke plannen waren om het pensioenstelsel te individualiseren en de solidariteit af te bouwen.
De Solidaire Premieregeling (SPR) in het nieuwe pensioenstelsel is echt de verdienste van de FNV. Deze regeling is ook eerlijker dan het huidige Financiële Toetsingskader (FTK). Het FTK is een set wettelijke regels voor pensioenfondsen die gelden tot aan de overgang naar het nieuwe stelsel. In de SPR zijn de risico’s beter verdeeld.
De beleggingsrisico’s sluiten beter aan op de leeftijd van deelnemers. Pensioenfondsen beleggen niet meer voor iedereen hetzelfde. Voor jongeren nemen pensioenfondsen meer risico. Jongeren hebben immers meer tijd om schommelingen op de beurs op te vangen. Op de lange termijn levert meer risico in principe meer op. Voor oudere deelnemers beleggen pensioenfondsen voorzichtiger. Het verwachte pensioen blijft zo stabieler.
In het oude stelsel moesten pensioenfondsen bovendien hoge buffers aanhouden. In het nieuwe stelsel houden we een kleinere buffer aan om te voorkomen dat pensioenen worden verlaagd. Hoe kleiner de buffer, hoe meer er kan worden verdeeld.
Ik ben trots op het pensioenakkoord. Ik ben er van overtuigd dat, als we over vijftien jaar terugkijken, we blij zijn dat we de stap naar het nieuwe stelsel hebben gemaakt. De kern van de Solidaire Premieregeling (SPR) is tweeledig. De risico’s worden beter gespreid en we brengen het geld (rendement) naar de mensen. Daar hoort het geld ook. We potten niet langer te veel geld op.
Ja! Gepensioneerden gaan het in hun portemonnee voelen. Na de overgang gaat hun pensioen eenmalig structureel omhoog. Dat wil niet zeggen dat gepensioneerden de prijsstijgingen automatisch gaan bijhouden. Die kans is niet heel groot omdat de prijzen op dit moment heel hard stijgen, de inflatie komt ruim boven de 2% uit. Om volledig te kunnen indexeren, moet je veel rendement maken.
Om veel rendement te behalen, moet je veel risico nemen. Maar mensen geven een groter gewicht aan het voorkomen van een verlaging van hun pensioen. Ze willen niet te veel risico nemen. En minder risico betekent ook minder rendement.
Eerlijk is eerlijk, werkenden gaan het niet in hun portemonnee voelen. Mensen die werken die betalen wel premie maar ontvangen nog geen pensioen. Daarom zijn cao-onderhandelingen zo belangrijk voor hen, die zorgen voor een goed en waar mogelijk geïndexeerd salaris. Dat is de inzet van de FNV.