Lees hier een interview met FNV-bestuurder Anne Vermeulen. Zij is betrokken bij twee pensioenfoendsen en legt meer uit over het nieuwe pensioenstelsel.
Anne: 'Ik ben bestuurder bij twee pensioenfondsen: bedrijfstakpensioenfonds Schoonmaak (Bpf Schoonmaak) en bedrijfstakpensioenfonds voor de Koopvaardij (Bpf Koopvaardij). Ook ben ik zes jaar actief geweest bij Stichting PensioenLab, waarvan de afgelopen twee jaar als voorzitter. PensioenLab is een initiatief van FNV Young & United, CNV Jongeren en VCP YP dat jongeren betrekt bij pensioenen.
Als bestuurder ben ik betrokken bij de keuzes die worden gemaakt rondom de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Dat gaat over onderwerpen zoals de risicohouding, het beleggingsbeleid en de communicatie naar deelnemers.
Wat ik daarin belangrijk vind, is dat we niet alleen naar modellen en uitkomsten kijken, maar steeds blijven kijken wat die keuzes betekenen voor mensen. Pensioen is voor ons dagelijkse kost, maar voor deelnemers vaak een ingewikkeld onderwerp. En juist daar probeer ik een brug te slaan.'
Anne: 'De FNV heeft zich in de totstandkoming van het nieuwe pensioenstelsel sterk gemaakt voor een evenwichtige en solidaire inrichting. Daarbij is ingezet op een stelsel dat recht doet aan verschillende generaties, jongeren, werkenden en gepensioneerden. In de uiteindelijke afspraken zijn keuzes gemaakt waarbij de belangen van al deze groepen zorgvuldig tegen elkaar zijn afgewogen.
Tegelijkertijd blijft solidariteit een belangrijk uitgangspunt: deelnemers delen samen risico’s van de beleggingsresultaten.
Een concreet voorbeeld hiervan is de solidariteitsreserve. Deze maakt het mogelijk om in goede tijden een deel van het rendement te reserveren, zodat deze buffer in slechtere tijden kan worden ingezet. Op die manier worden schommelingen gedempt en kunnen pensioenuitkeringen stabieler blijven.'
Waar ik het meest trots op ben, is de enorme inzet van alle mensen die betrokken zijn geweest bij deze overgang. Mijn collega’s, de pensioenfondsen, de sociale partners met het ministerie van SZW. Het zijn stuk voor stuk bevlogen professionals die het belang van de deelnemer centraal stellen.
Als bestuur werk je daarin nauw samen met de bestuursondersteuning het Verantwoordingsorgaan en de Raad van Toezicht. Daarnaast zijn er veel externe adviseurs betrokken, zoals actuarissen, juristen en vermogensbeheerders. Ook de toezichthouders, De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten, spelen een belangrijke rol.
De overgang naar het nieuwe stelsel was intens, maar dankzij die gezamenlijke inzet is het gelukt om bij zowel Bpf Schoonmaak als Bpf Koopvaardij per 1 januari 2026 over te gaan. Dat vind ik echt iets om trots op te zijn.
Anne: 'Ja, voor veel mensen zal dat merkbaar zijn. De minister heeft laten berekenen dat fondsen die per 1 januari 2026 zijn overgegaan naar het nieuwe stelsel er gemiddeld met 14% op zijn vooruitgegaan. Deelnemers van pensioenfondsen, die per 1 januari 2026 zijn overgestapt naar het nieuwe stelsel, ontvangen dit voorjaar een berekeningsbrief waarin staat wat de hoogte van hun pensioenuitkering wordt in het nieuwe stelsel.
Voor gepensioneerden heeft dat direct effect op de portemonnee. Tegelijkertijd blijft het belangrijk om te benadrukken dat pensioen een langetermijnvoorziening is. Maar we mogen zeker trots zijn op hoe goed het pensioen in Nederland is geregeld.'