Een koude douche. Zo noemt FNV Zorg & Welzijn de voorstellen die werkgeversorganisatie De Nederlandse GGZ heeft neergelegd bij het begin van de onderhandelingen over een nieuwe cao voor de mensen in de geestelijke gezondheidszorg. Want ze zijn vooral vaag en niet concreet.
De werkgevers komen met hun inzet voor de cao nergens met goede voorstellen. Over het terugbrengen van de enorme werkdruk: ‘focus op uitvoerbaarheid’. De salarissen? ‘Verantwoorde loonontwikkeling’. Stages en vergoedingen? Helemaal geen voorstellen.
Elise Merlijn, vakbondsbestuurder van FNV Zorg & Welzijn: ‘Dit is erg teleurstellend. De mensen in de GGZ verdienen veel beter dan wat er nu op tafel ligt. Terwijl de verzuimcijfers in de geestelijke gezondheidszorg steeds verder stijgen, presenteren de werkgevers een cao-inzet die getuigt van een schrikbarend gebrek aan inlevingsvermogen. Hoe kun je als sector die nota bene draait om gezondheid de overbelasting van het eigen personeel zo negeren?’
De cijfers liegen er niet om. In februari 2026 tikte het ziekteverzuim in de GGZ de 8,6 % aan. Dat zijn volgens Merlijn ‘geen onschuldige griepjes, maar opgebrande professionals die zich niet meer kunnen inzetten voor de meest kwetsbare mensen, en nu zelf aan de kant staan. Het meest pijnlijke is dat we de toekomst van de sector wegjagen nog voordat hun carrière is begonnen. Wel 42% van de mensen die de sector verlaten jonger is dan 35 jaar.’
De FNV stelt een cao voor van een jaar met 6% loonsverhoging en meer onregelmatigheidstoeslag. De werkgevers in de GGZ willen een cao voor maar liefst 29 maanden. Om het verzuim te stoppen wil de vakbond maatregelen waarmee werk en privé van werknemers weer in balans komen. Bijvoorbeeld door zekerheid over de roosters, waarbij medewerkers drie maanden van tevoren weten waar ze aan toe zijn. Als er toch een beroep wordt gedaan op de flexibiliteit van mensen, moet daar een flex-bonus van € 100 tegenover staan.
Verder vindt de vakbond dat het recht op onbereikbaarheid wettelijk moet worden vastgelegd, zodat iedereen werk even kan loslaten en vrije tijd ook echt hersteltijd is. Ook stelt de FNV een ‘Fit to Finish-regeling’ voor: het recht op een gesprek vanaf tien jaar voor de AOW-leeftijd waarin afspraken worden gemaakt over het gezond halen van de eindstreep.
Er zijn al veel afspraken binnen de cao gemaakt om aan het einde van de loopbaan in te zetten, zoals balansverlofuren, de generatieregeling of vrijstelling van diensten, maar deze moeten wel afgestemd worden op de persoonlijke behoefte van werknemers. Voor dat gesprek moet verplicht tijd voor worden gemaakt.
Merlijn: ‘De signalen uit het veld zijn niet nieuw: wij eisen al lang goed werkgeverschap om het werk in de zorg, en specifiek in de GGZ, werkbaar, aantrekkelijk en bestendig te houden. Het concreet maken van duurzame inzetbaarheid in de cao is geen luxe, maar een bittere noodzaak om de vicieuze cirkel van verzuim te doorbreken.’