Cookies op websites van de FNV

De FNV gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de websites zo goed mogelijk te laten functioneren. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig. Daarnaast maken we gebruik van marketing cookies om de website op jouw voorkeuren af te stemmen. Hiervoor kun je onderstaand toestemming geven. Je kunt je instellingen altijd weer wijzigen op de pagina over de cookies.

Functionele & analytische cookies: Cookies die nodig zijn om te zorgen dat de website naar behoren werkt en om analyse uit te voeren

Marketing cookies

:

Deze cookies gebruiken we om de website op jouw voorkeur af te stemmen.

Boosheid neemt toe bij stakende jeugdzorgmedewerkers

Zo'n 600 stakers in Den Haag bij tweede actiedag

Sander Wageman
Door Sander Wageman 29 november 2021

Bijna zeshonderd jeugdzorgprofessionals uit het hele land waren vandaag aanwezig tijdens een massale stakingsbijeenkomst op het Malieveld in Den Haag. Ze vroegen daar aandacht voor betere arbeidsomstandigheden en een beter jeugdzorgstelsel.

Actievoerders houden een spandoek vast met de tekst 'jeugdzorg naar de klote'

Hoop onzin

De hele dag waren er activiteiten en op een groot scherm werd gekeken naar het wetgevend debat van de Kamercommissies VWS en Justitie en Veiligheid waar er over jeugdzorg werd gesproken. Dat debat werd door de stakers getypeert als 'een hoop onzin'.

Betere arbeidsomstandigheden

Al jaren strijdt FNV Zorg en Welzijn voor betere arbeidsomstandigheden voor jeugdzorgmedewerkers, maar de noodzaak is nog nooit zo groot geweest als nu. Ook in deze sector is er sprake van Code Zwart, omdat kinderen en jongeren die acute hulp nodig hebben, soms niet eens meer op een wachtlijst terechtkunnen. Met alle gevolgen van dien. Om deze situatie om te draaien is het hard nodig dat er onder meer geïnvesteerd wordt in medewerkers.

Jeugdzorg is ziek

Voor jeugdzorgmedewerker Tosca Weinberg uit de Kop van Noord-Holland is het duidelijk waarom ze vandaag naar Den Haag was gekomen. ‘Omdat ik vind dat de jeugdzorg ziek is en weer gezond moet worden. Er zijn lange wachtlijsten en steeds meer collega’s verlaten vanwege de hoge werkdruk de sector of melden zich ziek waardoor we het werk met nog minder mensen moeten doen. En door de hoge administratieve druk komen we vaak nauwelijks nog toe aan datgene waar we voor gestudeerd hebben, namelijk jeugdzorg verlenen. En dat maakt mensen boos!’

Water aan de lippen

FNV bestuurder Jeugdzorg Maaike van der Aar: ‘Met op het Malieveld bijna zeshonderd mensen van vele tientallen organisaties en nog eens honderden die thuis meekeken naar het debat in de Tweede Kamer, is volgens mij wel duidelijk hoe breed vertegenwoordigd deze staking is. Mensen zijn na vijf jaar actievoeren klaar met het huidige beleid. De grens is bereikt van wat we nog accepteren. Dat vind ik niet alleen, maar dat is wat ik ook vandaag weer steeds hoor van al die medewerkers uit alle delen van het land. Er zijn FNV-leden die me vertelden dat ze het nog even volhouden, maar dat als er niet snel iets verbetert ze stoppen in de jeugdzorg. En na het Tweede Kamerdebat dat we vandaag hebben gehoord, is de actiebereidheid alleen nog maar gegroeid. Mensen noemden het ‘een hoop onzin’. Ik denk dat ik het daar mee eens ben.’

Tweede actiedag deze maand

De staking in Den Haag vandaag is de tweede deze maand. Op 11 november liepen al honderden jeugdzorgmedewerkers in een lange lichtjesoptocht naar het hoofdkantoor van Jeugdzorg Nederland in Utrecht. Vandaag zijn de pijlen gericht op politiek Den Haag waar door de Tweede Kamer gedebatteerd werd over jeugdzorg. Bij de actie op het Malieveld hadden zich naast honderden werknemers ook werkgevers aangesloten.

Meerdere acties

De kans is groot dat er na vandaag nog meerdere acties volgen. Van der Aar: ‘We merken dat de actiebereidheid onder onze leden hard groeit. Het wordt tijd dat er naar de ruim 32.000 medewerkers in de Jeugdzorg wordt geluisterd. Voor hen is de maat echt vol. Er moet nu echt beweging komen anders is er straks geen jeugdzorg meer over.’