Cookies op websites van de FNV

De FNV gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de websites zo goed mogelijk te laten functioneren. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig. Daarnaast maken we gebruik van marketing cookies om de website op jouw voorkeuren af te stemmen. Hiervoor kun je onderstaand toestemming geven. Je kunt je instellingen altijd weer wijzigen op de pagina over de cookies.

Functionele & analytische cookies: Cookies die nodig zijn om te zorgen dat de website naar behoren werkt en om analyse uit te voeren

Marketing cookies

:

Deze cookies gebruiken we om de website op jouw voorkeur af te stemmen.

Zorgmedewerkers de dupe door laffe houding werkgevers bij aanvraag tweede zorgbonus

portret Danielle van Essen
Door Danielle van Essen 26 juli 2021

FNV Zorg & Welzijn roept werkgevers in de zorg op om vooral niet laf om te gaan met de aanvraag van de tweede zorgbonus voor hun medewerkers. De vakbond ontvangt de laatste dagen veel signalen dat zowel grotere als kleinere zorgwerkgevers de bonus niet durven aan te vragen, omdat ze geen risico willen lopen dit later terug te moeten betalen.

De bonus bedraagt ongeveer € 200 tot € 240 per medewerker en kan tot dinsdagvond 27 juli, 18.00 uur worden aangevraagd door de werkgevers. Het kabinet verdeelt een bedrag van € 720 miljoen over het totaal aantal aanvragen.  

‘Als uitbreiding op de handreiking die voor de aanvraag van de eerste zorgbonus is opgesteld, is er nu een extra zin toegevoegd aan de omschrijving van ‘uitzonderlijke prestatie’ en die zin zorgt voor veel onduidelijkheid bij werkgevers’, zegt Bert de Haas, bestuurder FNV Zorg & Welzijn. ‘Regulier werk dat wordt voortgezet in een andere vorm’ valt niet onder de term ‘uitzonderlijke prestatie’. Ik heb met een aantal werkgevers in de thuiszorg nu de discussie moeten voeren of er inderdaad sprake is van het voortzetten van regulier werk. Feit is dat werknemers onder moeilijke omstandigheden hebben moeten werken, onder hoge druk stonden, met een verhoogd risico om zelf besmet te raken of cliĆ«nten te besmetten. Dat alleen vinden wij al een uitzonderlijke prestatie en daar zouden zij voor beloond moeten worden.’  

Handreiking zorgt voor onduidelijkheid

Het is aan werkgevers om te bepalen welke werknemers een uitzonderlijke prestatie geleverd hebben en in aanmerking voor de bonus zouden moeten komen. Het ministerie van VWS heeft hiervoor een handreiking opgesteld om daar hulp bij te bieden. In de praktijk wordt deze nu gebruikt als toetsingsinstrument waardoor werknemers worden uitgesloten voor de bonus en daarmee de dupe worden van verkeerde keuzes van hun werkgever. De Haas: ’Werkgevers willen hun medewerkers het extraatje wel geven, maar durven niet, omdat de regeling zo beperkt wordt opgevat. Het zou het ministerie sieren als de aanvraagprocedure wat langer wordt opengesteld en de handreiking wordt verduidelijkt.’

Structurele loonsverhoging in plaats van bonus

De FNV is van het begin af aan geen voorstander van de zorgbonus geweest. ‘Dat medewerkers extra financiĆ«le waardering horen te krijgen voor hun inzet en het risico om besmet te raken, staat buiten kijf. Alleen hebben wij steeds gezegd dat dat het beste in de vorm van een structurele loonsverhoging kan worden gegeven, in plaats van met losse bonussen. Juist om dit soort discussies tussen werkgevers en werknemers te voorkomen. We hebben in de zomer van 2020 al berekend dat een bedrag van € 1,5 miljard per jaar nodig zou zijn voor een structurele verhoging van de cao-lonen voor alle medewerkers in de zorg. Met het bedrag van € 3 miljard dat het kabinet nu gebudgetteerd heeft voor de twee zorgbonussen had iedereen in de zorg dus twee jaar structurele loonsverhoging kunnen krijgen. Laat het kabinet hiervan leren en over de derde en eventuele vierde coronagolf niet weer overgaan op een eenmalige bonus.’         

Tot nu toe zijn 182.820 zorgmedewerkers besmet geraakt met COVID-19, 1.023 zijn in het ziekenhuis terecht gekomen en 33 zorgprofessionals zijn overleden, volgens de cijfers van het RIVM.