Will-Jan Jacobs is pensioenbestuurder namens de FNV voor de bedrijfstakpensioenfondsen Detailhandel en Bakkers. Hij is ook voorzitter van PensioenLab, een platform dat jongeren en de pensioensector verbindt, en lid van de Taskforce Diversiteit, Gelijkwaardigheid en Inclusie Pensioenfondsen.
Pensioenfondsen beleggen om rendement behalen voor deelnemers en zo te zorgen voor een goed pensioen. Je inleg (premie) maakt vaak slechts een derde uit van je totale pensioen. Twee derde van je pensioen is het rendement op je beleggingen. Pensioenfondsen beleggen je inleg voor lange tijd. Hierdoor lopen de rendementen op. Dat is een stuk beter dan je geld op de bank zetten tegen een spaarrente.
Niet zoveel. Dit hangt af van de regeling die het pensioenfonds kiest onder de Wet toekomst pensioenen (Wtp). Je hebt twee regelingen, de Solidaire premieregeling (SPR) en de Flexibele premieregeling (FPR). De meeste bedrijfstakpensioenfondsen volgen de Solidaire premieregeling. In het nieuwe pensioenstelsel bouwt iedereen een eigen pensioenvermogen op. Hieruit wordt je pensioen betaald. Maar pensioenfondsen houden een gemeenschappelijke administratie bij en een gemeenschappelijke beleggingsportefeuille onder de SPR. Omdat je met één grote portefeuille belegt, kun je meer risico’s lopen. Deze risico’s kun je bovendien afdekken en deel je met elkaar. Daarom is het heel solidair en is de FNV ook een grote voorstander van deze regeling. Met die grote gezamenlijke pot geld heb je bovendien meer toegang tot verschillende beleggingen, zoals bijvoorbeeld vastgoed. Als individu kun je daar niet zomaar in beleggen. Pensioenfondsen kunnen dit wel en dat is heel interessant voor het rendement. De risico’s zijn bovendien beperkt.
Ja, dat is een interessante vraag. De Wtp zoomt daar verder op in. Pensioenfondsen kunnen vrij gedetailleerd berekenen hoeveel risico deelnemers kunnen lopen. Maar hoeveel een persoon aan risico wil lopen, was eigenlijk tot nu toe altijd best wel onbekend. Daarom moeten pensioenfondsen dit nu uitvragen via een risicopreferentieonderzoek (RPO).
In die onderzoeken vragen we hoeveel risico je wil lopen. Dat is iets anders dan berekenen hoeveel risico je kunt lopen. In dat onderzoek geven we zo goed als mogelijk aan hoeveel risico’s je kunt lopen. We geven ook aan welke consequenties het voor je pensioen heeft als je veel of weinig risico neemt. Het kan natuurlijk heel goed zijn dat je helemaal geen risico wil lopen met beleggingen. Maar dan moet je wel beseffen dat je hierdoor rendementen misloopt en je pensioen minder hoog wordt. Met deze informatie in je achterhoofd kun je een betere keuze maken.
Pensioenfondsen gebruiken de antwoorden van hun deelnemers als basis van hun beleggingsbeleid. Dus hoe meer deelnemers het onderzoek invullen, hoe beter. Pensioenfondsen kunnen dan meer op maat beleggen. Dit kan omdat zij naast de berekeningen van hoeveel risico een deelnemer kan lopen, nu ook de risico’s kunnen leggen die deelnemers willen lopen. Pensioenfondsen passen daar het beleggingsbeleid op af. De impact die je als deelnemer hebt op het beleggingsbeleid is dus groot als je aan het onderzoek deelneemt. Ik adviseer dus zeker dat, als je pensioenfonds je vraagt om deel te nemen aan het risicopreferentieonderzoek, je dat doet. Het lijkt soms moeilijk, maar als je er gewoon aan begint, is het vaak makkelijker dan je denkt en het kost weinig tijd. Gewoon doen dus! Je wil toch zeker invloed uitoefenen op je eigen pensioen?