Het Internationaal Gerechtshof bevestigt dat stakingsrecht wezenlijk onderdeel is van vrijheid van vakvereniging en het recht op collectief onderhandelen.
Donderdagmiddag 21 mei heeft het Internationaal Gerechtshof in Den Haag de adviesuitspraak bekendgemaakt over de vraag of het stakingsrecht onderdeel is van het fundamentele arbeidsrecht van vrijheid van organisatie. De uitspraak laat geen ruimte voor twijfek: Het recht op staken is inherent aan het fundamentele arbeidsrecht op organisatie.
De FNV is bijzonder verheugd dat het hoogste gerechtshof ter wereld nu heeft erkend dat het recht om te staken onlosmakelijk is verbonden met het fundamentele arbeidsrecht van vrijheid van organisatie zoals ook vastgelegd in conventie 87 van de ILO, de International Labour Organization.
Werknemers en vakbonden krijgen met deze uitspraak een stevig juridisch fundament om collectieve acties te voeren zonder onnodige beperkingen of sancties. FNV benadrukt dat de uitspraak verstrekkende gevolgen kan hebben, omdat rechters in alle ILO-lidstaten – waaronder Nederland – zich hierop kunnen beroepen in hun rechtspraak. FNV zal de verdere ontwikkelingen rond deze procedure nauwgezet volgen en waar nodig samenwerken met internationale partners om het belang van vakbondsvrijheid en het stakingsrecht te onderstrepen.
Nu het Internationaal Gerechtshof heeft geoordeeld dat het stakingsrecht behoort tot de kern van de fundamentele arbeidsrechten verwacht FNV dat rechters het belang van staken zwaarder mee laten wegen in hun toekomstige uitspraken. De FNV hoopt dat de uitspraak richting zal geven aan wetgevers, juristen en rechters in Nederland om vakbondsvrijheid en het stakingsrecht duurzaam te beschermen.
Daarnaast draagt de uitspraak bij aan rechtszekerheid, institutionele stabiliteit en vertrouwen in het toezichtssysteem van de ILO. Het toezichtssysteem van de ILO is van strategisch belang voor werknemers wereldwijd. Het systeem speelt een cruciale rol bij de handhaving van internationale arbeidsnormen en het aanspreken van overheden en sociale partners op hun verantwoordelijkheden. Juist in een periode van mondiale spanningen en toenemende druk op multilaterale instellingen is een heldere uitspraak van het Hof van groot belang.
De internationale vakbeweging, verenigd in de International Trade Union Confederation (ITUC), heeft dit proces in gang gezet om bevestigd te krijgen dat het recht om te staken wordt beschermd onder ILO-Verdrag nr. 87. Werkgevers betwistten dit. De ILO legde om die reden in november 2023 dit langdurig geschil tussen werknemers- en werkgeversvertegenwoordigers voor aan het Internationaal Gerechtshof. Over de centrale vraag of het stakingsrecht onderdeel is van het fundamentele recht op vrijheid van organisatie zoals vastgelegd in ILO-Verdrag nr. 87 is dan nu eindelijk duidelijkheid.