Cookies op websites van de FNV

De FNV gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de websites zo goed mogelijk te laten functioneren. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig.
Daarnaast maken we gebruik van tracking cookies om de website persoonlijker te maken en op jouw voorkeuren af te stemmen. Geef hieronder jouw toestemming. Je instellingen kun je altijd weer wijzigen op de pagina over Cookies.

Lees meer over onze cookies
Ik wil informatie op maat (tracking cookies)

Tracking cookies voor informatie op maat: met deze cookies kunnen we de informatie nog beter op je afstemmen. Als je ervoor kiest deze cookies niet te accepteren, dan is het nog steeds mogelijk gebruik te maken van onze websites maar kan het wel voorkomen dat bijvoorbeeld opnieuw gevraagd wordt een vragenlijst in te vullen als je dat al hebt gedaan.

Vragen en antwoorden over het pensioenakkoord

Redactie
Door Redactie 15 september 2019

In juni 2019 zijn in het pensioenakkoord belangrijke afspraken gemaakt over de AOW-leeftijd, eerder stoppen met werken, en een nieuw pensioencontract. Hieronder de meest gestelde vragen met de antwoorden.

Veelgestelde vragen over het pensioenakkoord

3  belangrijke dingen:

  • Door het pensioenakkoord wordt de AOW-leeftijd gedurende 2 jaar tot 2022 bevroren op 66 jaar en 4 maanden. Daarna stijgt de AOW-leeftijd minder snel. In de plannen van het kabinet zou de AOW-leeftijd in 2020 omhoog gaan naar 66 jaar en 8 maanden en in 2021 naar 67 jaar. Dit gaat dus nu niet door. Dit betekent dat iedereen, ook jongeren van nu, eerder met pensioen kan.
  • Voor mensen met zwaar werk wordt het dankzij dit akkoord mogelijk om afspraken te maken over tot 3 jaar eerder vroegpensioen.
  • Er komt een nieuw pensioencontract, waarin het gemakkelijker wordt om rendementen uit te keren aan de pensioendeelnemers.

Door het pensioenakkoord is de AOW-leeftijd vervroegd. Vergeleken met vóór het akkoord kan dit bijvoorbeeld 4, 8 of 11 maanden verschil uitmaken. Zo wordt het ook voor mensen met zwaar of belastend werk gemakkelijker om gezond hun pensioen te halen.

Volgens de wet eindigt een dienstverband automatisch met de AOW-leeftijd, tenzij iets anders is afgesproken in een cao of arbeidsovereenkomst. Is er geen afspraak, dan betekent AOW-leeftijd automatisch pensioen.

Voor veel mensen een opluchting: ze krijgen een aantal maanden eerder al AOW. Dankzij die extra AOW-uitkering (844 euro per maand voor een alleenstaande) zijn ook zij nu in staat om te stoppen met werken.

Check hier je AOW-leeftijd

De meeste mensen hebben pensioen opgebouwd om te kunnen pensioneren op 65 jaar (dit was tot 2011 de oude AOW-leeftijd). Door het opschuiven van die AOW-leeftijd ging de hoogte van de uitkering omhoog, omdat gerekend werd met minder uitkeringsjaren. Het totale vermogen dat voor jou bijeen is gebracht is daardoor echter niet groter of kleiner geworden.

Nu de leeftijd weer iets omlaag gaat, wordt het maandelijkse pensioen opnieuw berekend. Omdat het over iets meer maanden wordt uitgekeerd, valt het bedrag per maand nu weer iets lager uit. Maar bijvoorbeeld bij een modaal pensioen is het financiële voordeel van de extra maanden AOW-uitkering altijd nog vele malen groter. 

Sommige mensen willen nog niet stoppen met werken op hun AOW-datum. Kijk hiervoor of er een afspraak staat in je cao of arbeidsovereenkomst. Als er geen afspraak is, dan kun je in overleg met je werkgever tot overeenstemming proberen te komen.

Onderdeel van het pensioenakkoord is het aanpassen van de huidige kortingsregels. Om rust te brengen in het stelsel zouden kortingen in 2020 en 2021 waarschijnlijk van de baan zijn en anders in elk geval een stuk kleiner. Maar door de verder dalende rente komen volgens de rekenregels van het kabinet en De Nederlandsche Bank veel grote pensioenfondsen nu toch in de gevarenzone.

De pensioenfondsen in Nederland behoren tot de best presterende fondsen ter wereld, maar ons stelsel is erg afhankelijk van de rentestand en de rekenregels zijn hier strenger dan in andere landen.

De FNV vindt korten nu heel onverstandig. Alleen vanwege de dalende rente zouden we dan moeten korten. Dat valt niet uit te leggen. 

De FNV roept minister Koolmees op om pensioenkortingen te voorkomen. De pensioenfondsen zijn rijker dan ooit. De economie draait nog goed. Dan zijn kortingen op pensioenen en pensioenopbouw van werkenden helemaal niet uit te leggen.

We hebben juist een akkoord gesloten om vertrouwen in het stelsel te verbeteren en het pensioen beter uitlegbaar te maken. Daarbij horen nieuwe financiële spelregels. We moeten nog uitwerken wanneer met het nieuwe pensioencontract wel en niet gekort zal worden, of wanneer er geïndexeerd kan worden. In afwachting van die uitwerking zou je nu geen maatregelen moeten nemen die misschien straks helemaal niet nodig zijn. 

De FNV vindt korten op de pensioenen niet nodig. Maar mocht het onverhoopt toch zover komen, dan kan altijd nog de AOW-uitkering omhoog.

Kortingen betekenen immers inkomensverlies voor veel gepensioneerden. In dat geval heeft het kabinet de verantwoordelijkheid om de koopkracht van gepensioneerden op peil te houden, zo vindt de FNV. Het pensioen bestaat immers uit twee delen: het aanvullend pensioen (daarvoor spaar je zelf) én de AOW-uitkering (het ‘staatspensioen’ dat wordt opgebracht vanuit belasting en premies). Als het ene deel omlaag gaat, kun je dat compenseren in het andere deel.

Alle generaties profiteren van een hogere AOW-uitkering, niet alleen de ouderen van nu. Wie nu jong is krijgt later ook die hogere AOW. Voor de pensioenfondsen is het gunstig omdat het aandeel van de AOW in de oudedagsvoorziening stijgt. En de overheid kan het geld voor de AOW-verhoging nu eigenlijk gratis krijgen door de lage rente. 

In het pensioenakkoord zijn ook afspraken gemaakt waardoor een vroegpensioen mogelijk wordt voor mensen met zwaar werk. Dit kan worden geregeld in de cao. Daar kunnen sectoren nu zelf afspreken wat volgens hen een zwaar beroep is.

Hierdoor wordt een vroegpensioen mogelijk tot maximaal 3 jaar voor de AOW-leeftijd. De werkgever kan hiervoor een vergoeding betalen van € 19.000,- per jaar. Dit is gelijk aan het bedrag van de AOW-uitkering. Voor de rest kan de werknemer gebruik maken van extra verlofsparen of het naar voren halen van het pensioen. Zodra dat wettelijk mogelijk is wil de FNV hier zo snel mogelijk afspraken over maken in cao’s. Een sterke vakbond is dan essentieel. Op basis van de regeling kunnen ook individuele afspraken worden gemaakt tussen werkgever en werknemer over eerder uittreden, ook als dat niet in de cao staat. De wettelijke regeling die het mogelijk maakt dat werkgevers een vergoeding betalen van 19.000 euro, gaat naar verwachting op 1 januari 2021 in.

In het pensioenakkoord is hier een studie over afgesproken. Het kabinet heeft ermee ingestemd om samen met de vakbonden en werkgevers te onderzoeken of de AOW-leeftijd in de toekomst gekoppeld kan worden aan 45 dienstjaren. Dit is vooral belangrijk voor de mensen die al heel jong zijn begonnen met werken. Op dit moment is hier nog niet meer over bekend. 

De komende jaren komt er een ander soort pensioenuitkering. Dit nieuwe solidaire contract komt in de plaats van de huidige uitkeringsovereenkomst. Belangrijk verschil is dat pensioenfondsen minder hoge buffers hoeven aan te houden. Hierdoor kunnen bij voldoende rendement de pensioenuitkeringen en pensioenopbouw gemakkelijker meestijgen met de prijzen (indexatie). Op verzoek van het kabinet wordt de zogenaamde ‘doorsneesystematiek’ afgeschaft. Afgesproken is dat hierdoor geen groepen erop achteruitgaan.

Het nieuwe contract wordt de komende jaren ingevoerd onder leiding van een Stuurgroep met vertegenwoordigers van het kabinet, werkgevers en de vakbonden. Zij houden in de gaten of het nieuwe contract aan alle afspraken voldoet en trekken indien nodig aan de bel. 

Tot het pensioenakkoord ging het kabinetsbeleid uit van een 1-op-1 koppeling van de AOW-leeftijd aan de stijgende levensverwachting. Dus bij 1 jaar stijging van de gemiddelde levensverwachting moesten we ook 12 maanden langer doorwerken. De FNV wilde 6 maanden langer doorwerken bij 1 jaar stijging levensverwachting. Het compromis uit het akkoord is 8 maanden langer werken bij 1 jaar stijging levensverwachting.

Zeker! De afspraken die we hebben gemaakt zijn voor jonge mensen net zo belangrijk als voor ouderen. De leeftijd waarop jij met pensioen kunt, stijgt minder snel. Voor jongeren is dat verschil het grootst. En we maken het pensioenstelsel begrijpelijker en toekomstbestendiger. Dat is voor jongeren heel belangrijk; met een pensioenregeling op basis van dit akkoord kun je erop vertrouwen dat ook voor jou te zijner tijd een goed pensioen mogelijk is.

Verder gaan we kijken naar hoe we ervoor kunnen zorgen dat meer mensen pensioen opbouwen. Veel jongeren sparen nu nog niet voor pensioen en, in bijvoorbeeld in de uitzendsector, bouw je nog geen pensioen op over het eerste halfjaar. Dat moet snel verbeteren. 

De commissie Parameters onder leiding van Jeroen Dijsselbloem heeft onderzoek gedaan naar de regels van het huidige stelsel. Volgens deze commissie zijn in het huidige pensioenstelsel vanaf 2021 extra kortingen nodig op de pensioenen. Dit laat goed zien wat er mis is met het huidige systeem en waarom we dat willen veranderen. De rekenregels die nu gehanteerd worden, maken het onmogelijk om het geld bij de mensen te krijgen. Dat willen we oplossen in het nieuwe pensioenstelsel. Onderdeel van het akkoord is dat er een stuurgroep komt die voor invoering van het nieuwe contract waakt over alle voorwaarden. Dat betekent dat we met die stuurgroep een nieuw advies zullen vragen in 2020. Het huidige advies van de commissie Parameters is alleen relevant als het pensioenakkoord wordt verworpen in het FNV-referendum. Lees meer in ons persbericht 

De meeste werknemers bouwen pensioen op in een uitkeringsregeling: een regeling waarbij de pensioenuitkering vooraf met een bepaalde zekerheid wordt vastgesteld. De afgelopen jaren bleek die zekerheid beperkt: pensioenen stegen niet altijd met de inflatie mee en werden soms zelfs verlaagd. Daardoor brokkelt het vertrouwen in het pensioenstelsel af.

Voor veel mensen is niet duidelijk hoe ze pensioen opbouwen. Het stelsel sluit ook onvoldoende aan bij ontwikkelingen op de arbeidsmarkt: mensen veranderen steeds vaker van baan en er komen meer flexwerkers en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers).

Tot slot hebben meerdere kabinetten aangekondigd de huidige doorsneesystematiek af te schaffen. 

Het gaat om een solidair contract, dat werkenden en gepensioneerden eerder perspectief biedt op een koopkrachtig pensioen.

Om de kwaliteit van ons pensioenstelsel ook op langere termijn te waarborgen, introduceren we een nieuw solidair contract. Hier delen mensen en generaties de risico’s, zowel in de opbouwfase als in de uitkeringsfase.

In deze nieuwe solidaire regeling komt het deel van de dekkingsgraad boven de 100 eerder dan nu beschikbaar voor indexatie. We bouwen wel minder buffers op. Er is dus eerder zicht op een stijging van de pensioenen en de pensioenopbouw.

De ingelegde premie komt ten goede aan de ‘eigen’ pensioenopbouw, in het collectieve geheel. Dit maakt het makkelijker voor zzp’ers om aanvullend pensioen op te bouwen. Pensioenfondsen gaan hier mogelijkheden voor scheppen.

Het nieuwe contract is een solidaire premiecontract. Met uitgebreide risicodeling zowel in de opbouwfase als in de uitkeringsfase. Met een goed uniform beleggingsbeleid dat zorgt voor goede pensioenen voor betaalbare premies.

De pensioenen kunnen sneller omhoog (indexatie), omdat pensioenvermogen minder vast komt te zitten in buffers. Het pensioen gaat daardoor wel meer meebewegen met de economische situatie. Dit betekent dat wanneer het economisch goed gaat er sneller kan worden geïndexeerd en als het tegenzit wordt er sneller gekort. Die indexaties worden wel gespreid, zodat alles ook behoorlijk stabiel is, zonder grote schokken. Om grote schokken te voorkomen worden de mee- en tegenvallers uitgesmeerd over 10 jaar.

De pensioenen kunnen in het nieuwe stelsel sneller geïndexeerd worden dan nu, zeker in goede economische tijden. Als het minder goed gaat, gaan de pensioenen wel omlaag. De verhoging en verlaging van het pensioen mag over 10 jaar worden uitgesmeerd, zodat gepensioneerden geen grote schommelingen in hun inkomen hebben. Ook hoeven pensioenfondsen volgend jaar niet te korten als zij een dekkingsgraad van boven de 100% hebben.

Nee, er komen geen persoonlijke pensioenpotjes. Pensioen blijft collectief en solidair geregeld. Maar het wordt wel makkelijker en overzichtelijker om aan werknemers duidelijk te maken hoeveel ze al voor hun pensioen hebben gespaard en wat dat ongeveer betekent voor het inkomen na pensionering. Maar de onzekerheid op de financiële markten kan nog wel voor plussen maar ook voor minnen zorgen.

Allereerst moet je verschil maken tussen AOW en pensioen.

  • Voor de AOW geldt dat de nieuwe afspraak onmiddellijk moet worden omgezet in wet. Dan wordt de verhoging van de AOW-leeftijd op 1 januari 2020 bevroren op 66 jaar en 4 maanden. 
  • Voor pensioenregelingen - dit is het pensioen dat wordt opgebouwd omdat je werkt - geldt dat de afspraken op hoofdlijnen zijn gemaakt en verder moeten worden uitgewerkt. Dan moet de Pensioenwet worden gewijzigd. Vervolgens moeten alle pensioenregelingen in Nederland worden aangepast en moeten pensioenfondsen (administratie)systemen aanpassen. De verwachting is dat de nieuwe wet nog minstens 2 jaar op zich laat wachten. De invoering kan dan in 2022 beginnen en het zal dan nog een paar jaar duren voordat alle fondsen zijn overgestapt.

Het Kabinet wil per se blijven uitgaan van de risicovrije rente bij het vaststellen van de verplichtingen van pensioenfondsen. Het kan zijn dat er wel een beperkte aanpassing zal komen. Het sneller uitdelen van positieve resultaten boven de dekkingsgraad van 100, moet ervoor zorgen dat het beoogde pensioen wordt gehaald. Premie en rendement bepalen samen de uitkomst van een pensioenregeling, los van de rente waarmee we in het systeem rekenen. Wij blijven letten op een evenwichtige verdeling hiervan over alle generaties.

Allereerst moet je verschil maken tussen AOW en pensioen.

  • Voor de AOW geldt dat de nieuwe afspraak onmiddellijk moet worden omgezet in wet. Dan wordt de verhoging van de AOW-leeftijd op 1 januari 2020 bevroren op 66 jaar en 4 maanden.
  • Voor pensioenregelingen - dit is het pensioen dat wordt opgebouwd omdat je werkt - geldt dat de afspraken op hoofdlijnen zijn gemaakt en verder moeten worden uitgewerkt. Dan moet de Pensioenwet worden gewijzigd. Vervolgens moeten alle pensioenregelingen in Nederland worden aangepast en moeten pensioenfondsen (administratie)systemen aanpassen. De verwachting is dat de nieuwe wet nog minstens 2 jaar op zich laat wachten. De invoering kan dan in 2022 beginnen en het zal dan nog een paar jaar duren voordat alle fondsen zijn overgestapt.

Het Kabinet wil per sé blijven uitgaan van de risicovrije rente bij het vaststellen van de verplichtingen van pensioenfondsen. Het kan zijn dat er wel een beperkte aanpassing zal komen. Het sneller uitdelen van positieve resultaten boven de dekkingsgraad van 100, moet er voor zorgen dat het beoogde pensioen wordt gehaald. Premie en rendement bepalen samen de uitkomst van een pensioenregeling, los van de rente waarmee we in het systeem rekenen. Wij blijven letten op een evenwichtige verdeling hiervan over alle generaties. 

Je premie wordt omgezet in pensioenopbouw die past bij je premie en je leeftijd. Aangezien de premie van jongeren langer belegd kunnen worden, levert die meer pensioenopbouw op dan dezelfde premie voor een oudere. Dat betekent dat jongeren meer pensioen op gaan bouwen dan ouderen, terwijl dat nu voor iedereen gelijk is. 

Doordat de doorsneesystematiek ineens wordt afgeschaft moeten mensen die daardoor het voordeel op latere leeftijd mislopen, wel gecompenseerd worden.

De plotselinge overstap op een nieuwe manier van pensioenopbouw heeft tot gevolg dat de huidige deelnemers minder pensioen opbouwen dan eerder verwacht. In het akkoord is afgesproken dat deze werknemers gecompenseerd gaan worden. De uitwerking daarvan ligt bij de Stuurgroep waar de FNV deel van uitmaakt. Die Stuurgroep moet het eens worden alvorens invoering kan plaatsvinden. 

De volledige inhoud van het principeakkoord pensioen vind je op de site van de SER

In het akkoord zijn afspraken gemaakt over:

  • nieuwe pensioenregels voor alle Nederlanders,
  • dat zzp'ers makkelijker toegang krijgen tot pensioenfondsen,
  • de mogelijkheid tot collectieve afspraken over pensioenen voor zzp’ers,
  • een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zzp’ers.

Lees meer over deze afspraken op de site van fnvzzp.nl

De FNV heeft ruim 25.000 zelfstandigen in haar ledenbestand. Deze zelfstandigen beslissen net zoals alle leden van de FNV mee over het beleid. Vorig jaar werd met een overweldigende meerderheid de 'visie op zelfstandige arbeid' aangenomen. Alle zelfstandigen hebben de gelegenheid gekregen om mee te denken over oplossingen voor arbeidsongeschiktheid en pensioen. We hebben bijeenkomsten gehouden en filmpjes met uitleg op de website gezet waar leden de gelegenheid hadden om met elkaar te discussiëren. Een verplichting voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering bleek voor de meeste leden de enige oplossing. Alleen dan wordt de verzekering toegankelijk voor iedereen. Verzekeraars krijgen namelijk een acceptatieplicht. En betaalbaar voor iedereen. Zowel jong en oud, mensen met risicovolle beroepen of juist niet, iedereen betaalt mee. Het is ook niet meer mogelijk dat bepaalde risico’s worden uitgesloten. Als je nu aan je knie bent geopereerd, kan een verzekeraar bepalen dat toekomstige problemen met die knie niet onder de dekking vallen. Dat is ook afgelopen. 

Voor de zomer van 2020 moet er een wetsvoorstel komen. Dat betekent dat belangenbehartigers begin 2020 hun ideeën kunnen inbrengen. Wij vinden een verzekering die zich aanpast aan je inkomen de beste oplossing. Dat wil zeggen dat de premie inkomensafhankelijk is. De uitkering is dat vervolgens ook. Of de uitvoering publiek of privaat zal zijn, weten we nog niet. Koolmees heeft wel laten doorschemeren dat hij aan een publieke regeling denkt. Van belang is dat kosten die een zelfstandige maakt kunnen worden doorberekend in het tarief. Over het hoe en wat als het gaat om tarief berekenen, heeft het Expertisecentrum Zelfstandigen van FNV ZZP een uitgebreid aanbod aan workshops en trainingen.

De exacte regels over de mogelijkheid van de opt-out bij de verplichte AOV zijn nog niet bekend. Wel is zeker dat het om een volwaardig alternatief moet gaan. Denk bijvoorbeeld aan zelfstandige boeren: zij hebben een verzekering die de kosten dekt van het inhuren van een vervanger bij ziekte. Het bedrijf kan op die manier blijven draaien zodat inkomen gegarandeerd is.

Een broodfonds is geen volledig alternatief voor de nieuwe arbeidsongeschiktheidsverzekering bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Dit vanwege de beperkte periode van schenkingen van maximaal 2 jaar. Een broodfonds keert ook niet standaard uit tot de AOW-gerechtigde leeftijd.

Deelnemen aan een broodfonds is niet voldoende om van de opt-out gebruik te maken die is afgesproken bij de verplichte AOV. (Hoe de nieuwe verplichte collectieve aov er gaat uitzien weten we nog niet!)

Allereerst: nog niks is zeker! Het is nog niet gezegd dat er een speciale verzekering voor zzp'ers moet komen. Het is ook mogelijk dat er één verzekering komt voor alle werkenden. Het gaat erom dat iedere werkende fatsoenlijk is verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid.

Over de uitvoering wordt nog nagedacht. Over hoe de verzekering moet worden aangevraagd, hoe hoog de premie wordt, wat de wachttijd is, enzovoort, komt pas in 2020 meer duidelijkheid.

FNV Zelfstandigen wil een inkomensafhankelijke premie en inkomensafhankelijke uitkering voor langdurige arbeidsongeschiktheid. Het gaat om langdurige arbeidsongeschiktheid. Het is best mogelijk om de eerste periode op te vangen met een buffer of bijvoorbeeld een broodfonds. Zodra daar meer duidelijkheid over te geven is, geven we die.

Nee. Op sociale media zie je wel verhalen dat het pensioenakkoord zou leiden tot uitverkoop van ons pensioenstelsel aan de markt en met name de verzekeraars.

Ons pensioenstelsel is een mix van een publiek gefinancierd staatspensioen voor iedere inwoner van Nederland (de AOW) en privaatrechtelijk gespaard aanvullend pensioen (via collectieve afspraken in de tweede pijler als arbeidsvoorwaarde en/of als individuele regeling in de derde pijler).

De afgelopen decennia heeft het aanvullend pensioen aan belang gewonnen, terwijl de publiek gefinancierde AOW is achtergebleven bij de ontwikkeling van de welvaart. In die zin is het pensioen de afgelopen tijd verder geprivatiseerd (meer afhankelijk gemaakt van financiële markten).

Met het pensioenakkoord wordt een beweging andersom gemaakt: op korte termijn wordt eenmalig 8 miljard aan publieke middelen extra uitgegeven en op lange termijn nog eens 4 miljard structureel. Dat is vooral ten behoeve van de AOW. Hiermee wordt het publiek gefinancierde deel van ons pensioen relatief vergroot. Door het akkoord wordt ons stelsel dus zeker niet verder geprivatiseerd, integendeel.

Het pensioenakkoord leidt niet tot individualisering en commercialisering. Het geeft bedrijfstakpensioenfondsen juist een sterk, collectief en solidair, nieuw contract met een grote mate van risicodeling tussen individuele deelnemers en generaties.

Ja dat klopt, het gaat om twee nieuwe pensioencontracten.

In de eerste plaats komt er een nieuw collectief en solidair contract dat perspectief biedt op indexatie, doordat gerealiseerde rendementen (positief en negatief) eerder kunnen worden toegekend aan de deelnemers. Dat nieuwe contract heeft juridisch het karakter van een premieovereenkomst, maar is een collectief en solidair contract waarin alle deelnemers samen delen in de risico’s (zowel het langleven, kortleven, als het beleggingsrisico) en ook risico’s over langere periode door de tijd en over generaties kunnen worden gedeeld.

Het is dus nadrukkelijk geen IDC-regeling waarbij de risico’s worden geïndividualiseerd. Door een aantal van de nadelen van het huidige contract te beperken en eerder te kunnen indexeren, zal de druk op partijen om op een IDC-regeling over te stappen met de introductie van dit nieuwe contract juist minder worden. Daarmee zal de huidige trend tot individualisering door het akkoord eerder afnemen dan toenemen.

Het andere contract is een uitbreiding van de huidige Wet verbeterde premieregelingen zoals die op dit moment voor beschikbare premieregelingen van toepassing is. In dit contract worden uitsluitend in de uitkeringsfase de risico’s collectief gedeeld. 

Onze pensioenfondsen (bedrijfstak- of ondernemingspensioenfondsen) zijn geen commerciële instelling, dus de winsten (en verliezen) komen ten goede aan het collectief van de deelnemers. Bij verzekerde regelingen is dat anders.

Bij een beschikbare premieregeling wordt alleen een premie afgesproken. Deelnemers bouwen met hun premie en rendement een vermogen op, waarmee zij op pensioendatum een levenslange uitkering aankopen, met de mogelijkheid om het opgebouwde pensioenkapitaal ook in de uitkeringsfase (deels) risicodragend te laten doorbeleggen. Maar door de daling van de rente en de gestegen levensverwachting valt de hoogte van de uitkering momenteel vaak veel lager uit dan verwacht toen de pensioenregeling werd afgesloten. Doorbeleggen maakt de uitkering iets minder afhankelijk van de rente op één moment, maar zorgt wel voor extra risico voor het pensioen op hogere leeftijd.

Ongeveer zes keer meer werknemers zitten bij een pensioenfonds dan er een beschikbare premieregeling hebben.

Een groot percentage van de werkgevers en werknemers valt in Nederland onder een door de wet verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds. Grof gezegd betekent dit, dat als het bedrijf in een bepaalde branche werkzaam is, dat dan de pensioenregeling van die branche op de betrokken werknemers van toepassing is.

In het pensioenakkoord is een uitdrukkelijke voorwaarde dat de verplichtstelling overeind blijft in het nieuwe stelsel. De verplichtstelling staat overigens op geen enkele wijze ter discussie. Collectiviteit en solidariteit worden door het akkoord behouden. Het akkoord leidt niet tot privatisering of individualisering en dus ook niet tot commercialisering.
De stuurgroep houdt nauwlettend in de gaten dat de verplichtstelling Europees rechtelijk houdbaar blijft. En anders kan de stelselwijziging op deze manier niet doorgaan.