Cookies op websites van de FNV

De FNV gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de websites zo goed mogelijk te laten functioneren. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig.
Daarnaast maken we gebruik van tracking cookies om de website persoonlijker te maken en op jouw voorkeuren af te stemmen. Geef hieronder jouw toestemming. Je instellingen kun je altijd weer wijzigen op de pagina over Cookies.

Lees meer over onze cookies
Ik wil informatie op maat (tracking cookies)

Tracking cookies voor informatie op maat: met deze cookies kunnen we de informatie nog beter op je afstemmen. Als je ervoor kiest deze cookies niet te accepteren, dan is het nog steeds mogelijk gebruik te maken van onze websites maar kan het wel voorkomen dat bijvoorbeeld opnieuw gevraagd wordt een vragenlijst in te vullen als je dat al hebt gedaan.

Vragen en antwoorden over het principeakkoord pensioenen

Redactie
Door Redactie 05 juni 2019

Is dit principeakkoord goed voor jongeren? En wat wordt er gedaan voor mensen met zwaar werk? We hebben de vragen die het meest worden gesteld voor je op een rijtje gezet. Staat je vraag er niet bij? Neem dan contact op met ons contactcenter. Daar helpen we je graag verder!

Veelgestelde vragen over het pensioenakkoord

De FNV is een democratische beweging. Via een raadgevend referendum kunnen alle leden hun visie geven. Iedere stem telt even zwaar. Het Ledenparlement zal op basis daarvan besluiten.
Vakbonden onderhandelen over lonen en andere arbeidsvoorwaarden. Pensioen is uitgesteld loon en ook een arbeidsvoorwaarde. Als je daar invloed op wilt hebben, kun je je bij de FNV (of een andere vakbond) aansluiten. En als de bond dan een akkoord sluit, kun je voor of tegen stemmen.

Eigenlijk zijn er twee belangrijke verbeteringen. Ten eerste hebben we nu een betere oplossing voor zware beroepen. Er is een structurele oplossing en een overgangsmaatregel die gericht is op maximaal 3 jaar vóór de AOW-leeftijd stoppen met werken. De werkgever betaalt dan een boetevrije vergoeding op van ongeveer € 19.000 bruto. Ten tweede stijgt de AOW-leeftijd minder snel dan eerder het geval was. Dit betekent dat iedereen, ook jongeren van nu, eerder met pensioen kan. 
Door deze afspraken hebben we nu breed draagvlak in het parlement. Want ook de PvdA en GroenLinks zijn akkoord gegaan. Dat is belangrijk, omdat de vernieuwing van het pensioenstelsel een zaak van lange adem is. 

De ‘strijdleus’ bevriezen op 66 jaar is vorig jaar vastgesteld toen de AOW-leeftijd nog op 66 jaar stond. Inmiddels staat de AOW-leeftijd al op 66 jaar en 4 maanden. Op dit niveau wordt die leeftijd bevroren. Met terugwerkende kracht verlagen is praktisch niet uitvoerbaar. 

Door de snelle verhoging van de AOW-leeftijd komen veel werkenden nu in de problemen. Als oplossing wordt om te beginnen de AOW-leeftijd de komende 2 jaar tot 2022 bevroren op 66 jaar en 4 maanden. In de plannen van het kabinet zou de AOW-leeftijd in 2020 omhoog gaan naar 66 jaar en 8 maanden en in 2021 naar 67 jaar. Dit gaat dus nu niet door.

Nee, dat kan niet vanwege twee belangrijke redenen: 

1. De AOW terug naar 65 jaar wordt als onbetaalbaar beschouwd. De kosten van de huidige afspraken over de bevriezing worden ingeschat op € 5 miljard euro gedurende deze kabinetsperiode. De structurele kosten van de beperking van de stijging (1 jaar stijging levensverwachting geeft 8 maanden langer werken + 4 maanden langer AOW in plaats van 12 maanden langer werken) zijn € 4 miljard per jaar.
2. De verhouding tussen werkenden en niet-werkenden gaat bij 65 jaar te veel uit te pas lopen. Op termijn zijn er dan slechts 2 werkenden op elke AOW-er. 

Vanwege de snelle stijging van het aantal ouderen heeft FNV nooit gepleit voor een vaste AOW-leeftijd. Wel hebben we steeds gepleit voor bevriezing totdat twee problemen waren opgelost: 

1. De 1-op-1 koppeling van de AOW aan de stijgende levensverwachting. Het kabinet wilde 12 maanden langer doorwerken bij 1 jaar stijging levensverwachting. FNV wilde 6 maanden langer doorwerken bij 1 jaar stijging levensverwachting. Het compromis uit het akkoord is 8 maanden langer werken bij 1 jaar stijging levensverwachting. 
2. Een oplossing voor de zware beroepen. Dit is nu bereikt doordat de RVU-boete bij vroegpensioen wordt afgeschaft gedurende 3 jaar voor de AOW-leeftijd voor het inkomen tot minimumloonniveau (voor het inkomen daarboven moet de werkgever nog wel de boete betalen). Daarnaast komen er mogelijkheden om in de cao nadere afspraken te maken over vervroegde uittreding. Ook worden de mogelijkheden voor verlofsparen uitgebreid (van maximaal 50 weken naar maximaal 100 weken verlof). Mensen kunnen ook hun pensioen naar voren halen. 

Zeker! De afspraken die we hebben gemaakt zijn voor jonge mensen net zo belangrijk als voor ouderen. De leeftijd waarop jij met pensioen kunt stijgt minder snel. Voor jongeren is dat verschil het grootst. En we maken het pensioenstelsel begrijpelijker en toekomstbestendiger. Dat is voor jongeren heel belangrijk; met een pensioenregeling op basis van dit akkoord kun je erop vertrouwen dat ook voor jou te zijner tijd een goed pensioen mogelijk is.
Verder gaan we kijken naar hoe we ervoor kunnen zorgen dat meer mensen pensioen opbouwen. Veel jongeren sparen nu nog niet voor pensioen en, in bijvoorbeeld in de uitzendsector, bouw je nog geen pensioen op over het eerste halfjaar. Dat moet snel verbeteren.

Ja, ook de PvdA en GroenLinks doen mee aan dit akkoord. Dat is belangrijk, want dit is een akkoord voor de komende decennia en er moet nog veel uitgewerkt worden de komende jaren. Dit vraagt langjarig commitment van alle partijen. Daarom is breed draagvlak extra belangrijk.  

De RVU-boete die een blokkade opleverde om voor zwaar werk ‘eerder stoppen’ mogelijk te maken wordt deels afgeschaft. We kunnen in cao’s afspreken dat mensen met zwaar werk maximaal 3 jaar voor de AOW-datum mogen stoppen. De werkgever moet dan een vergoeding van € 19.000 per jaar betalen, de rest moet de werknemer bijleggen uit verlof-spaarregelingen of het naar voren halen van pensioen. Belangrijk is nu dat de cao-afspraken hierover worden gemaakt. Een sterke FNV is dan essentieel.
Er kunnen op basis van deze regeling ook individuele afspraken tussen werkgever en werknemer gemaakt worden over eerder uittreden, ook als het in dit individuele geval niet in de cao was geregeld.

De komende vijf jaar krijgen werkgevers en werknemers de gelegenheid om afspraken te maken over eerder stoppen met werken voor werknemers voor wie doorwerken tot de AOW-leeftijd te zwaar is. Samen bepalen zij om welke groepen het gaat; dat is een kwestie van sectoraal maatwerk.  Het kabinet helpt daarbij, door de heffing op vroegpensioen, de zogenaamde RVU-heffing, aan te passen. Maximaal drie jaar vóór de AOW-leeftijd mogen werkgevers een uitkering voor vervroegd uittreden aanbieden. Voor bedragen tot ongeveer 19.000 euro per jaar hoeft hierover dan geen RVU-heffing te worden betaald. 

Dit bedrag komt in netto termen overeen met de netto AOW. Het is voor de werknemer die van zijn werkgever zo’n bedrag mee krijgt dus alsof zijn AOW eerder in gaat. De werknemer kan ervoor kiezen om in aanvulling daarop al wat van zijn ouderdomspensioen naar voren te halen. Zo kunnen ook mensen met lagere inkomens eerder stoppen met werken. 

Het kabinet heeft ermee ingestemd om samen met de vakbonden en werkgevers te onderzoeken of de AOW-leeftijd in de toekomst gekoppeld kan worden aan 45 dienstjaren. Dit is vooral belangrijk voor de mensen die al heel jong zijn begonnen met werken.

De afgelopen maanden hebben we gezien dat er breed maatschappelijk draagvlak is om de 1-op-1-koppeling nu al aan te passen. We gaan een stap verder dan in november, omdat we nu al bepalen welke koppeling het moet worden en omdat we ook gelijk financiële dekking gezocht hebben.
Dit is een grote verbetering van de sociale zekerheid, met ook een stevig prijskaartje. Daarom is een belangrijke voorwaarde hiervoor dat er ook breed draagvlak is in het parlement. Met PvdA en GroenLinks er bij hebben we dat brede draagvlak gevonden. 

De commissie Parameters onder leiding van Jeroen Dijsselbloem heeft onderzoek gedaan naar de regels van het huidige stelsel. Volgens deze commissie zijn in het huidige pensioenstelsel vanaf 2021 extra kortingen nodig op de pensioenen. Het laat zien wat er mis is met het huidige systeem en waarom we dat willen veranderen. De rekenregels die nu gehanteerd worden, maken het onmogelijk om het geld bij de mensen te krijgen. Dat willen we oplossen in het nieuwe pensioenstelsel. Onderdeel van het akkoord is dat er een stuurgroep komt die voor invoering van het nieuwe contract waakt over alle voorwaarden. Dat betekent dat we met die stuurgroep een nieuw advies zullen vragen in 2020. Het huidige advies van de commissie Parameters is alleen relevant als het pensioenakkoord wordt verworpen in het FNV-referendum. Lees meer in ons persbericht 

De meeste werknemers bouwen pensioen op in een uitkeringsregeling: een regeling waarbij de pensioenuitkering vooraf met een bepaalde zekerheid wordt vastgesteld. De afgelopen jaren bleek die zekerheid beperkt: pensioenen stegen niet altijd met de inflatie mee en werden soms zelfs verlaagd. Daardoor brokkelt het vertrouwen in het pensioenstelsel af.
Voor veel mensen is niet duidelijk hoe ze pensioen opbouwen. Het stelsel sluit ook onvoldoende aan bij ontwikkelingen op de arbeidsmarkt: mensen veranderen steeds vaker van baan en er komen meer flexwerkers en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers).
Tot slot hebben meerdere kabinetten aangekondigd de huidige doorsneesystematiek af te schaffen. 

Om de kwaliteit van ons pensioenstelsel ook op langere termijn te waarborgen, introduceren we een nieuw solidair contract. Hier delen mensen en generaties de risico’s, zowel in de opbouwfase als in de uitkeringsfase. 
In deze nieuwe solidaire regeling komt het deel van de dekkingsgraad boven de 100 eerder dan nu beschikbaar voor indexatie. We bouwen wel minder buffers op. Er is dus eerder zicht op een stijging van de pensioenen en de pensioenopbouw. 
De ingelegde premie komt ten goede aan de ‘eigen’ pensioenopbouw, in het collectieve geheel. Dit maakt het makkelijker voor zzp’ers om aanvullend pensioen op te bouwen. Pensioenfondsen gaan hier mogelijkheden voor scheppen.

Het nieuwe contract is een solidaire premiecontract. Met uitgebreide risicodeling zowel in de opbouwfase als in de uitkeringsfase. Met een goed uniform beleggingsbeleid dat zorgt voor goede pensioenen voor betaalbare premies.

De pensioenen kunnen sneller omhoog (indexatie), omdat pensioenvermogen minder vast komt te zitten in buffers. Het pensioen gaat daardoor wel meer meebewegen met de economische situatie. Dit betekent dat wanneer het economisch goed gaat er sneller kan worden geïndexeerd en als het tegenzit wordt er sneller gekort. Die indexaties worden wel gespreid, zodat alles ook behoorlijk stabiel is, zonder grote schokken. Om grote schokken te voorkomen worden de mee- en tegenvallers uitgesmeerd over 10 jaar.

De pensioenen kunnen in het nieuwe stelsel sneller geïndexeerd worden dan nu, zeker in goede economische tijden. Als het minder goed gaat, gaan de pensioenen wel omlaag. De verhoging en verlaging van het pensioen mag over 10 jaar worden uitgesmeerd, zodat gepensioneerden geen grote schommelingen in hun inkomen hebben. Ook hoeven pensioenfondsen volgend jaar niet te korten als zij een dekkingsgraad van boven de 100% hebben. 

Nee, er komen geen persoonlijke pensioenpotjes. Pensioen blijft collectief en solidair geregeld. Maar het wordt wel makkelijker en overzichtelijker om aan werknemers duidelijk te maken hoeveel ze al voor hun pensioen hebben gespaard en wat dat ongeveer zou betekent voor het inkomen na pensionering. Maar de onzekerheid op de financiële markten kan nog wel voor plussen maar ook voor minnen zorgen.

Allereerst moet je verschil maken tussen AOW en pensioen. Voor de AOW geldt dat de nieuwe afspraak onmiddellijk moet worden omgezet in wet. Dan wordt de verhoging van de AOW-leeftijd op 1 januari 2020 bevroren op 66 jaar en 4 maanden. Voor pensioenregelingen - dit is het pensioen dat wordt opgebouwd omdat je werkt - geldt dat de afspraken op hoofdlijnen zijn gemaakt en verder moeten worden uitgewerkt. Dan moet de Pensioenwet worden gewijzigd. Vervolgens moeten alle pensioenregelingen in Nederland worden aangepast en moeten pensioenfondsen (administratie)systemen aanpassen. De verwachting is dat de nieuwe wet nog minstens 2 jaar op zich laat wachten. De invoering kan dan in 2022 beginnen en het zal dan nog een paar jaar duren voordat alle fondsen zijn overgestapt.

Het Kabinet wil per sé blijven uitgaan van de risicovrije rente bij het vaststellen van de verplichtingen van pensioenfondsen. Het kan zijn dat er wel een beperkte aanpassing zal komen. Het sneller uitdelen van positieve resultaten boven de dekkingsgraad van 100, moet er voor zorgen dat het beoogde pensioen wordt gehaald. Premie en rendement bepalen samen de uitkomst van een pensioenregeling, los van de rente waarmee we in het systeem rekenen. Wij blijven letten op een evenwichtige verdeling hiervan over alle generaties. 

Je premie wordt omgezet in pensioenopbouw die past bij je premie en je leeftijd. Aangezien de premie van jongeren langer belegd kunnen worden, levert die meer pensioenopbouw op dan dezelfde premie voor een oudere. Dat betekent dat jongeren meer pensioen op gaan bouwen dan ouderen, terwijl dat nu voor iedereen gelijk is. 
Doordat de doorsneesystematiek ineens wordt afgeschaft moeten mensen die daardoor het voordeel op latere leeftijd mislopen, wel gecompenseerd worden. 

De plotselinge overstap op een nieuwe manier van pensioenopbouw heeft tot gevolg dat de huidige deelnemers minder pensioen opbouwen dan eerder verwacht. In het akkoord is afgesproken dat deze werknemers gecompenseerd gaan worden. De uitwerking daarvan ligt bij de Stuurgroep waar de FNV deel van uitmaakt. Die Stuurgroep moet het eens worden alvorens invoering kan plaatsvinden. 

De volledige inhoud van het principeakkoord pensioen vind je op de site van de SER

In het akkoord zijn afspraken gemaakt over:

  • nieuwe pensioenregels voor alle Nederlanders,
  • dat zzp'ers makkelijker toegang krijgen tot pensioenfondsen,
  • de mogelijkheid tot collectieve afspraken over pensioenen voor zzp’ers,
  • een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zzp’ers.

Lees meer over deze afspraken op de site van fnvzzp.nl

De FNV heeft ruim 25.000 zelfstandigen in haar ledenbestand. Deze zelfstandigen beslissen net zoals alle leden van de FNV mee over het beleid. Vorig jaar werd met een overweldigende meerderheid de 'visie op zelfstandige arbeid' aangenomen. Alle zelfstandigen hebben de gelegenheid gekregen om mee te denken over oplossingen voor arbeidsongeschiktheid en pensioen. We hebben bijeenkomsten gehouden en filmpjes met uitleg op de website gezet waar leden de gelegenheid hadden om met elkaar te discussiëren. Een verplichting voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering bleek voor de meeste leden de enige oplossing. Alleen dan wordt de verzekering toegankelijk voor iedereen. Verzekeraars krijgen namelijk een acceptatieplicht. En betaalbaar voor iedereen. Zowel jong en oud, mensen met risicovolle beroepen of juist niet, iedereen betaalt mee. Het is ook niet meer mogelijk dat bepaalde risico’s worden uitgesloten. Als je nu aan je knie bent geopereerd, kan een verzekeraar bepalen dat toekomstige problemen met die knie niet onder de dekking vallen. Dat is ook afgelopen. 

Voor de zomer van 2020 moet er een wetsvoorstel komen. Dat betekent dat belangenbehartigers begin 2020 hun ideeën kunnen inbrengen. Wij vinden een verzekering die zich aanpast aan je inkomen de beste oplossing. Dat wil zeggen dat de premie inkomensafhankelijk is. De uitkering is dat vervolgens ook. Of de uitvoering publiek of privaat zal zijn, weten we nog niet. Koolmees heeft wel laten doorschemeren dat hij aan een publieke regeling denkt. Van belang is dat kosten die een zelfstandige maakt kunnen worden doorberekend in het tarief. Over het hoe en wat als het gaat om tarief berekenen, heeft het Expertisecentrum Zelfstandigen van FNV ZZP een uitgebreid aanbod aan workshops en trainingen.

De exacte regels over de mogelijkheid van de opt-out bij de verplichte AOV zijn nog niet bekend. Wel is zeker dat het om een volwaardig alternatief moet gaan. Denk bijvoorbeeld aan zelfstandige boeren: zij hebben een verzekering die de kosten dekt van het inhuren van een vervanger bij ziekte. Het bedrijf kan op dit manier blijven draaien zodat inkomen gegarandeerd is.

Een broodfonds is geen alternatief voor de nieuwe arbeidsongeschiktheidsverzekering bij langdurige arbeidsongeschiktheid.

Een broodfonds is geen volledig alternatief, vanwege de beperkte periode van schenkingen van maximaal 2 jaar. Een broodfonds keert ook niet standaard uit tot de AOW gerechtigde leeftijd.

Deelnemen aan een broodfonds is niet voldoende om van de opt-out gebruik te maken die is afgesproken bij de verplichte AOV. (Hoe de nieuw verplichte collectieve aov er gaat uit zien weten we nog niet !)

Allereerst: nog niks is zeker! Het is nog niet gezegd dat er een speciale verzekering voor zzp'ers moet komen. Het is ook mogelijk dat er één verzekering komt voor alle werkenden. Het gaat erom dat iedere werkende fatsoenlijk is verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid.

Over de uitvoering wordt nog nagedacht. Over hoe de verzekering moet worden aangevraagd, hoe hoog de premie wordt, wat de wachttijd is, enzovoort, komt pas in 2020 meer duidelijkheid.

FNV Zelfstandigen wil een inkomensafhankelijke premie en inkomensafhankelijke uitkering voor langdurige arbeidsongeschiktheid. Het gaat om langdurige arbeidsongeschiktheid. Het is best mogelijk om de eerste periode op te vangen met een buffer of bijvoorbeeld een broodfonds. Zodra daar meer duidelijkheid over te geven is, geven we die.