Cookies op websites van de FNV

De FNV gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de websites zo goed mogelijk te laten functioneren. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig.
Daarnaast maken we gebruik van tracking cookies om de website persoonlijker te maken en op jouw voorkeuren af te stemmen. Geef hieronder jouw toestemming. Je instellingen kun je altijd weer wijzigen op de pagina over Cookies.

Lees meer over onze cookies
Ik wil informatie op maat (tracking cookies)

Tracking cookies voor informatie op maat: met deze cookies kunnen we de informatie nog beter op je afstemmen. Als je ervoor kiest deze cookies niet te accepteren, dan is het nog steeds mogelijk gebruik te maken van onze websites maar kan het wel voorkomen dat bijvoorbeeld opnieuw gevraagd wordt een vragenlijst in te vullen als je dat al hebt gedaan.

Pensioenregeling Sociale werkvoorziening

Vanaf 1 januari 2015 gelden nieuwe wettelijke regels voor pensioenregelingen. Die komen erop neer dat er minder ruimte is voor pensioenopbouw. Dit geldt helaas ook voor de sociale werkvoorziening. Het was dus niet de vraag óf we onze regeling gingen aanpassen (het moet namelijk van de wet), maar wel hoe we dat doen.

De belangrijkste afspraken voor de pensioenregeling van het PWRI

  • De opbouw van het ouderdomspensioen zakt van de huidige 1,9% naar 1,701% per jaar.
  • Vanaf 2015 is uitgangspunt dat je met pensioen kunt gaan als je ook recht hebt op AOW, en die AOW-leeftijd stijgt. Eerder stoppen met werken kan, maar dan wordt je maandelijkse pensioen lager.
  • Het partnerpensioen wordt juist verbeterd: in plaats van nu nog 36,75% wordt weer gespaard voor 70% van het ouderdomspensioen. Bij pensionering kun je er voor kiezen het partnerpensioen om te zetten in een hoger ouderdomspensioen.
  • Hoewel de premie iets omlaag had gekund, blijft die in 2015 hetzelfde als dit jaar. Hiermee wordt binnen PWRI een buffer opgebouwd voor slechtere tijden. Er verdwijnt dus geen pensioengeld in de zakken van werkgevers.
  • De franchise (het deel van je salaris waarover je geen pensioen opbouwt) blijft ongewijzigd. Omdat ook de premie dus hetzelfde blijft, betalen werknemers in 2015 evenveel premie als dit jaar.

Veranderingen per 1 januari 2013

Sinds 1 januari 2013 is het volgende veranderd in de pensioenregeling:

  • Vanaf 1 januari 2013 bouwen deelnemers de helft minder nabestaandenpensioen op.
  • De B-regeling vervalt voor deelnemers geboren na 31 december 1949. Voor mensen geboren voor of op die datum blijft de regeling bestaan. De B-regeling is een voorwaardelijke regeling, waarmee deelnemers konden stoppen op hun 63e door een aanvulling van hun pensioen.
  • Als een arbeidsongeschikte deelnemer op of na 1 januari 2013 voor een groter percentage arbeidsongeschikt wordt, bouwt hij over deze toename van arbeidsongeschiktheid slechts de helft van zijn pensioen op.

Wat betekenen deze veranderingen voor de deelnemers?   

Voor deelnemers aan de pensioenregeling van het PWRI betekenen deze veranderingen het volgende:

  • De opbouw van nabestaandenpensioen was 70% van het ouderdomspensioen; in de nieuwe regeling is dit 36,75% (iets meer dan de helft dus).
  • Het nabestaandenpensioen dat je hebt opgebouwd vóór 1 januari 2013 blijft gewoon staan en wordt niet de helft minder.
  • Als je overlijdt vóór je 65e en je was nog werkzaam in de SW, heeft de halvering van de opbouw geen nadelig gevolg voor het nabestaandenpensioen voor je partner: die krijgt dan net als nu 70% van het te behalen ouderdomspensioen uitgekeerd.
  • Als je overlijdt ná je 65e, krijgt je partner minder nabestaandenpensioen. Dat komt doordat je vanaf 1 januari 2013 minder nabestaandenpensioen opbouwt voor na je 65e. Je kunt het lagere nabestaandenpensioen voor je partner voorkomen door een deel van je ouderdomspensioen om te zetten in nabestaandenpensioen.
  • Als je de SW-sector verlaat en voor je 65e geen deelnemer meer bent van de SW-pensioenregeling, bouw je geen SW-pensioen meer op. Dat was altijd al zo. Voor het nabestaandenpensioen betekent dit dat je al opgebouwde pot natuurlijk gewoon onverkort blijft staan. Dit geldt voor het nabestaandenpensioen dat je hebt opgebouwd voor 2013 en het nabestaandenpensioen dat je opbouwt vanaf 1 januari 2013. Dit opgebouwde pensioen kun je ook meenemen naar het pensioenfonds van je nieuwe werkgever.
  • Maar vanaf 1 januari 2013 bouw je alleen nog op voor nabestaandenpensioen voor overlijden na je 65e verjaardag. Mocht je dan na vertrek uit de SW voor je 65e overlijden, is het nabestaandenpensioen voor je partner afhankelijk van
    1) of je bij een ander pensioenfonds bent gaan opbouwen, en hoe de regeling voor nabestaandenpensioen er daar uitziet, en 
    2) je al opgebouwde nabestaandenpensioen, wat weer afhankelijk is van je leeftijd (hoe ouder, hoe meer opgebouwd nabestaandenpensioen) en hoe lang je in de SW hebt gewerkt (hoe langer, hoe meer nabestaandenpensioen).
  • Wat niet verandert, is dat je nabestaandenpensioen kunt omzetten in ouderdomspensioen. Dat is natuurlijk interessant voor mensen zonder partner en kinderen. Maar doordat je voortaan minder nabestaandenpensioen opbouwt, kun je minder nabestaandenpensioen in ouderdomspensioen omzetten.

  • Het pensioenfonds PWRI kent de zogenoemde B-regeling. Deze regeling is voorwaardelijk: deelnemers hebben recht op de B-regeling als ze aan bepaalde voorwaarden voldoen. Het bestuur van het PWRI besloot jaarlijks of de B-regeling toegekend werd voor een bepaalde groep deelnemers. Met de B-regeling zouden deelnemers op hun 63e kunnen stoppen met werken door een aanvulling op hun pensioen.
  • Er werd echter nog maar weinig gebruik van gemaakt. Dat is ook niet zo gek: tot voor kort bestond er ook een C-regeling, die de uitkering aanvulde tot 80 procent. Maar die bestaat niet meer, waardoor het inkomen als je stopt met werken op 63 jaar tot je 65e veel lager uitpakt. Daar kunnen de meesten niet van rondkomen en zij kiezen dus voor doorwerken.
  • In het principeakkoord wordt de regeling afgeschaft voor iedereen geboren na 31 december 1949. Dit heeft voor de mensen die er in de toekomst nog gebruik van dachten te maken twee effecten:
    1) Deze mensen kunnen nog steeds eerder stoppen met werken, maar daarvoor moeten ze hun ouderdomspensioen ‘naar voren halen’. Hun pensioenuitkering vóór hun 65e wordt  lager dan deze met de B-regeling zou zijn geweest. Door het naar voren halen daalt ook het pensioen vanaf 65 jaar;
    2) De B-regeling had ook effect op je ouderdomspensioen vanaf 65 jaar, als je besloot om niet te stoppen op je 63e. Afschaffing van de regeling leidt voor de mensen die nog aanspraak maakten op de B-regeling tot een ouderdomspensioen dat iets lager is (gemiddeld 1 à 2 procent lager). Dus bijvoorbeeld niet 77, maar 75 procent van je salaris.

De premievrije opbouw van pensioen voor mensen die arbeidsongeschikt zijn, wordt gehalveerd. Nu wordt bij arbeidsongeschiktheid nog een volledig pensioen opgebouwd, in de nieuwe regeling wordt dus de helft opgebouwd.

De opbouw van pensioen voor een deelnemer die arbeidsongeschikt is, is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid. Voor mensen die voor 1 januari 2013 al arbeidsongeschikt zijn, verandert hun opbouw niet zolang hun mate van arbeidsongeschiktheid niet wijzigt. 

Maar:

  • Als je in 2013 voor een groter percentage arbeidsongeschikt wordt, geldt dat de pensioenopbouw over dat (nieuwe) deel lager wordt ten opzichte van de huidige situatie. De premievrije pensioenopbouw over dat deel bedraagt de helft van het percentage dat op dit moment geldt.
  • Als je in 2013 voor het eerst arbeidsongeschikt wordt verklaard, val je onder de nieuwe regeling en bouw je dus voor het deel dat je arbeidsongeschikt bent verklaard een half pensioen op.

Aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend.