De FNV maakt zich grote zorgen over de arbeidsomstandigheden van keurmeesters van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) in slachthuizen. De Ondersteunend Medewerkers Toezicht (OMT’ers) doen fysiek zwaar en verantwoordelijk werk aan de slachtlijn, maar kampen met onderbezetting, hoge werkdruk en onvoldoende rust.
Bij sommige slachthuizen loopt het ziekteverzuim inmiddels op tot 20 of zelfs 30 procent. De vakbond waarschuwt dat medewerkers massaal uitvallen, waardoor de voedselveiligheid in het geding kan komen.
‘Deze mensen staan dag in, dag uit aan een lopende band’, zegt Svenja de Groot, bestuurder FNV Overheid. ‘Ze moeten ieder dier controleren dat voorbijkomt. Dat betekent het draaien van ieder karkas terwijl de band doorloopt. Het is loodzwaar werk, en het moet ook nog eens uiterst zorgvuldig gebeuren. Tegelijk zien we dat mensen soms tien uur op een dag werken, nauwelijks ruimte krijgen om pauze te nemen en voortdurend gaten moeten dichtlopen omdat er teveel werk is voor te weinig mensen. Dan is het niet vreemd dat veel mensen uitvallen.’
OMT’ers zijn actief in slachthuizen door heel Nederland en vormen een essentiële schakel in het toezicht op de voedselveiligheid. Aan de slachtlijn controleren zij ieder dier op afwijkingen en mogelijke ziekteverschijnselen. Het tempo van hun werk wordt in belangrijke mate bepaald door de snelheid waarmee karkassen over de band voorbijkomen. Hoe hoger het productietempo van het slachthuis, hoe groter de druk op de keurmeesters. Bij de varkenskeuring komen op sommige bedrijven elk uur tussen de 650 tot 675 karkassen voorbij.
Tegelijkertijd plant de NVWA structureel een minimale personeelsbezetting in. Concrete en afdwingbare afspraken over bandsnelheid, bezetting en werkdruk zijn er niet. Zodra een collega ziek wordt of er onverwacht extra werk ontstaat, is er nauwelijks ruimte om dat op te vangen. Ook uit intern onderzoek van de NVWA zelf blijkt dat de arbeidsbelasting van de keurmeesters te hoog is.
De Groot: ‘Er zit geen lucht in het systeem. Eén zieke collega kan al betekenen dat anderen harder moeten lopen of langer moeten werken. Dit is geen werk waarbij je even een tandje bijzet of een controle overslaat. Juist daarom is het zo onverantwoord om structureel op de ondergrens te plannen.’
De FNV trekt al langer aan de bel over de rusttijden van OMT’ers. Sinds de NVWA twee jaar geleden de inspecties in de slachthuizen heeft overgenomen, ziet FNV de situatie verslechteren. De vakbond heeft de problemen herhaaldelijk bij de NVWA aangekaart, maar ziet onvoldoende verbetering.
‘Wij hangen hier al twee jaar over aan de bel, maar de NVWA is doof voor haar eigen mensen’, aldus De Groot. ‘Er lijkt een enorme afstand te bestaan tussen de ambtelijke top en de medewerkers die dagelijks aan de slachtlijn staan. Je kunt op papier mooie plannen maken, maar uiteindelijk moeten deze mensen op een veilige en verantwoorde manier het echte werk kunnen doen.’
De FNV maakt zich in eerste plaats zorgen over de inspecteurs die het zware werk doen. Maar er staat meer op het spel. De Groot: ‘Onze voedselveiligheid leunt nu op medewerkers die al jarenlang over hun grenzen heengaan. OMT’ers werken keihard, klagen niet snel en hebben hart voor hun werk, maar ze trekken het gewoon niet meer. Als steeds meer inspecteurs uitvallen, kun je de vraag stellen: wie controleert straks ons vlees?’
Volgens FNV kan en moet de NVWA direct maatregelen nemen om de werkdruk en uitval terug te dringenFNV eist daarom dat de NVWA:
FNV plaatst de problemen bij de NVWA ook in een bredere context. Het kabinet wil miljarden bezuinigen op de rijksoverheid en haar uitvoeringsorganisaties. FNV ziet dat ministeries hun uitvoeringsorganisaties nu al taakstellingen opleggen om verder te besparen. De vakbond vreest dat daardoor steeds minder capaciteit beschikbaar komt voor publieke dienstverlening, uitvoering en toezicht.
‘De situatie bij de NVWA laat precies zien waarom je niet eindeloos de kaasschaaf over uitvoeringsorganisaties en inspecties kunt halen’, zegt De Groot. ‘Goed toezicht staat of valt met voldoende goed opgeleide mensen die onder fatsoenlijke omstandigheden hun werk kunnen doen. Als je daar op bezuinigt terwijl de taken blijven liggen, heeft dat onherroepelijk gevolgen voor de kwaliteit van het toezicht.’