Sta je op het punt om met pensioen te gaan en twijfel je over het juiste moment? Veel 65 jarigen vragen zich af: nu stoppen of het pensioen nog even uitstellen? Zeker met de overgang van het ABP naar het nieuwe pensioenstelsel per 1 januari 2027 kan dat financieel verschil maken.
Wie nog even blijft werken en zijn pensioen uitstelt tot begin 2027, kan mogelijk profiteren van een hogere pensioenuitkering. Dat komt door de zogenoemde invaarbonus.
Op 1 januari 2027 stappen alle ABP deelnemers over naar het nieuwe pensioenstelsel. Dat geldt voor iedereen:
Alle opgebouwde pensioenrechten worden dan omgezet in een persoonlijk pensioenvermogen met een gelijke waarde. Voor gepensioneerden wordt dat vermogen vervolgens vertaald naar een pensioenuitkering.
Deze omzetting gaat alleen door als de dekkingsgraad van het ABP minimaal 100 procent is. Op dit moment ligt die rond de 122 procent. Dat betekent dat het ABP meer dan voldoende vermogen heeft om alle huidige en toekomstige pensioenen te betalen.
Een dekkingsgraad van 109 procent is al voldoende om:
Alles boven die 109 procent mag worden verdeeld onder de deelnemers. Dat extra vermogen heet de invaarbonus, mits de dekkingsgraad op 1 januari 2027 nog steeds hoog genoeg is.
De invaarbonus bestaat uit twee onderdelen.
Alle ABP deelnemers krijgen een verhoging van hun pensioen. Door de wettelijke rekenregels valt deze verhoging voor gepensioneerden iets lager uit dan voor actieve deelnemers.
Dat komt doordat:
Om te voorkomen dat deze groep relatief méér zou krijgen, wordt hun invaarbonus iets lager vastgesteld.
Stel dat ABP voor dit deel van de invaarbonus 5 procent van het totale pensioenvermogen beschikbaar stelt (wat realistisch is bij de huidige dekkingsgraad).
Wie pas begin 2027 met pensioen gaat, ontvangt dus naar verwachting ongeveer 1 procent meer pensioenvermogen dan iemand die eind 2026 stopt.
Bij een dekkingsgraad boven de 119 procent kan een tweede invaarbonus volgen. In dat geval reserveert het ABP 3 procent van het vermogen voor deelnemers die jarenlang te weinig indexatie kregen, waardoor de waarde van hun pensioen achterbleef bij de prijsstijgingen.
Overweeg je om relatief jong met pensioen te gaan, dan is er nog een belangrijk punt om rekening mee te houden: de premiecompensatie.
Deelnemers vanaf ongeveer 40 jaar krijgen compensatie omdat zij in het verleden relatief te veel pensioenpremie hebben betaald. Door het nieuwe pensioenstelsel kunnen zij dit niet meer inhalen.
Ook als (jonge) zestiger kun je hiervoor nog in aanmerking komen, maar alleen als je op 31 december van dit jaar nog actief ABP deelnemer bent. Wie eerder stopt, loopt deze compensatie mogelijk mis.
Twijfel je tussen nu met pensioen gaan of nog even doorwerken? Financieel gezien kan wachten tot begin 2027 gunstiger zijn:
Laat je altijd goed informeren en bereken je persoonlijke situatie, bijvoorbeeld met een pensioenadviseur of via MijnABP.
Als de beleggingen van het ABP vóór de transitie op 1 januari 2027 opeens in waarde zouden kelderen én de rente daalt, dan gaat de dekkingsgraad mee omlaag. Mogelijk kan de invaarbonus dan (deels) niet doorgaan. Stel dat de dekkingsgraad onder de 101,5 procent zou zakken, dan gaan zelfs de pensioenen omlaag.
In deze extreme situatie verliest iedereen sowieso die invaarbonus. Maar moeten de pensioenen worden verlaagd, dan krijgen de gepensioneerden vanaf volgend jaar een aanvulling uit de solidariteitsreserve. Zij worden dus beter beschermd tegen eventuele harde klappen dan niet-gepensioneerden.
Idee is dat zij genoeg tijd hebben om zo’n terugval van de beleggingswaarde de jaren daarna (deels) weer goed te maken.
Dan zijn de beleggingsrisico’s sowieso minder groot. Vanaf 2027 is de beleggingsmix van het pensioenvermogen namelijk afgestemd op de leeftijd van de deelnemer. Wie dichter tegen zijn pensioen aanzit, heeft meer obligaties in portefeuille dan (risicovollere) aandelen.