Cookies op websites van de FNV

De FNV gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de websites zo goed mogelijk te laten functioneren. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig. Daarnaast maken we gebruik van marketing cookies om de website op jouw voorkeuren af te stemmen. Hiervoor kun je onderstaand toestemming geven. Je kunt je instellingen altijd weer wijzigen op de pagina over de cookies.

Functionele & analytische cookies: Cookies die nodig zijn om te zorgen dat de website naar behoren werkt en om analyse uit te voeren

Marketing cookies

:

Deze cookies gebruiken we om de website op jouw voorkeur af te stemmen.

Overheid voorkom uitbuiting gevluchte Oekraïners op bouwplaats

portret Erna Bosschart
Door Erna Bosschart 23 maart 2022

In Nederland geldt tot 1 april dat voor alle, en dus ook voor de recent voor de oorlog gevluchte Oekraïners, een tewerkstellingsvergunning verplicht is. De overheid werkt de richtlijn Tijdelijke Beschermingsmaatregelen van de Europese Commissie nu uit en wil gevluchte Oekraïners alleen op basis van een meldplicht laten werken. FNV wil daaraan een set van basisvoorwaarden toevoegen om te voorkomen dat deze vluchtelingen straks worden uitgebuit.

FNV Bouwen en Wonen wil om te beginnen dat alle Oekraïners worden geregistreerd, ook op hun werkplek, om zo uitbuiting te voorkomen. Want over de positie van Oekraïense medewerkers die vóór het uitbreken van de oorlog al op onze arbeidsmarkt werkzaam waren, is weinig bekend. Hans Crombeen, bestuurder FNV Bouwen en Wonen: ‘Wat we wel weten over arbeidsmigranten van buiten de EU werkzaam in de bouw voorspelt weinig goeds.’ De onduidelijkheid van de cijfers over hoeveel arbeidsmigranten werken in de bouw en een slecht functionerende meldplicht zijn illustratief voor de huidige zorgelijke situatie vindt de FNV. Crombeen: ‘Hoewel die meldplicht al in maart 2020 is geïntroduceerd, heeft er nog steeds geen formele evaluatie plaatsgevonden en blijft de data giswerk.’

Oekraïners verdienen onze bescherming

De Nederlandse overheid heeft werkgevers opgeroepen een tewerkstellingsvergunning aan te vragen voor Oekraïners die al in Nederland werkten vóór het uitbreken van de oorlog, die de vergunning niet bezitten of waarvan de vergunning is verlopen. Het kabinet wil vanaf 1 april de normale regelingen rondom een tewerkstellingsvergunning verruimen, zodat voor gevluchte Oekraïners alleen een meldplicht geldt. Crombeen: ‘Veel is nog onduidelijk, maar het belang van goede registratie van de mensen is onontbeerlijk. Dat moeten we in onze sector goed regelen met elkaar. Want ook de al in Nederland werkzame mensen kunnen nu niet of nauwelijks terugkeren.’ 

Basisvoorwaarden om misbruik te voorkomen

De FNV vindt dat toekomstperspectief aan deze mensen moet worden geboden. Banen moeten duurzame banen zijn waarop je een bestaan kan bouwen. Crombeen: ´Toegang tot informatie, toegang tot recht en zichtbaar maken waar deze mensen zijn, maar ook waar zij aan de slag gaan. Het zijn allemaal basisvoorwaarden om misbruik te voorkomen. Dat weten we in de bouw maar al te goed. We verwachten dat de overheid doet wat zij moet doen, zodat misbruik van deze mensen en zwartwerk (werken zonder enige bescherming) voorkomen wordt. Dat moeten we nu regelen, voordat grote groepen Oekraïense vluchtelingen aan het werk gaan in Nederland.’ 

Loonconstructies die werknemers benadelen voorkomen

Vluchtelingen die eenmaal een status uit hoofde van de Tijdelijke Beschermingsmaatregelen hebben, mogen vrij reizen in Europa in het kader van gezinshereniging. Maar zij kunnen slechts in één land van de tijdelijke beschermingsmaatrelen gebruikmaken. Het document dat de status van een vluchteling aangeeft, is nodig om onder andere een bankrekening te openen en dus te kunnen werken. FNV vindt het zeer belangrijk dat goed geregistreerd wordt wie zich waar (in welk land) bevindt. Crombeen: ‘Wij willen loonconstructies die werknemers ernstig benadelen voorkomen. Het belang van deze mensen op een duurzame toekomst en het toezien op het respecteren van de rechten van de mens moeten voorop staan.’