De forensische klinieken zitten klem. Het tbs-stelsel is vastgedraaid en de wachttijden van in- en uitstroom blijven oplopen. Wat is hier aan de hand? Wat is nodig om uit deze beklemming te raken? Daarover praten we met Narinder Ganpat, sociotherapeut en FNV-vakbondsman bij het Centrum voor Transculturele Psychiatrie Veldzicht in Balkbrug.
RTV Noord bond in september 2025 de kat de bel aan. Die kopte Explosieve sfeer in Mesdagkliniek door personeelstekort boven een uitvoerig nieuws-item. De betrokken FNV bestuurder sloot hier op de FNV Noord site op aan met het praktische voorstel voor een extreme make-over in de Mesdagkliniek: vervang de leiding en bouw de organisatie van de grond af opnieuw op.
Narinder Ganpat is 35 jaar sociotherapeut bij Veldzicht en deels vrijgesteld voor vakbondswerk. Narinder: ‘In de TBS-klinieken zouden de behandeling en de relatie van de patiënt met de zorgverlener centraal moeten staan, waarbij de bedrijfsleiding de kennis en kunde van de werknemers goed meeneemt bij de werkuitvoering. Met de juiste forensische scherpte opereren. Maar dat is juist niet het geval. Integendeel. De opeeenvolgende regeringen en daarmee de overheid, de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) en de bedrijfsleidingen van de TBS-klinieken plaatsen niet de behandeling en de zorg maar het financiële plaatje centraal.’
Narinder analyseert: ‘Het vastlopen van deze specifieke forensische zorg en het personeelstekort kunnen herleid worden naar een mix van drie elkaar beïnvloedende hoofdfactoren, namelijk financiering, bedrijfsvoering en werkklimaat, met diverse subfactoren zoals miscommunicatie, concurrentie op arbeidsvoorwaarden, en, last but not least, werkdruk.’
Voor het beeld: Nederland heeft 11 tbs-klinieken. Twee zijn van het Rijk: Veldzicht in Balkbrug en de Oostvaarderskliniek in Almere. De andere negen zijn geprivatiseerd. In Noord-Nederland zijn dat Trajectum in Boschoord, GGZ Drenthe in Assen en de Mesdagkliniek in Groningen.
Bij de kliniek in Balkbrug is plaats voor 172 patiënten die in achttien eenheden verblijven. Er werken circa 600 mensen, onder andere in de sociotherapie, verpleging, beveiliging, administratie, psychiatrie, psychologie, arbeidstherapie, maatschappelijk werk, polikliniek en bedrijfsleiding. Het tbs-stelsel stuurt op gedragsverandering, die terugkeer in de maatschappij mogelijk moet maken, voor zover dat kan. Gemiddeld duurt een behandeling acht jaar, twee periodes van drie jaar en een van twee jaar. Elke twee jaar oordeelt de rechter over eventuele verlenging. De rechter kan in bepaalde situaties zoals het resocialisatietraject de behandeling met een jaar verlengen, onder voorwaarden voor de kliniek en de patiënt.
Narinder: ‘Het tbs-stelsel is money-driven. De staat, de zorgverzekeraars, de NZA, de Divisie Forensische Zorg van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) en de ketenpartners zijn de spelverdelers bij deze zorg. De NZA bepaalt een bedtarief, zogeheten bedletters. Hoe complexer de zorg, des te hoger de alfabetletter en het tarief. Als een patiënt vorderingen maakt en stappen weet te zetten, daalt de bedletter en dus ook het tarief. Daar gaat het fout. Voor het terugkeertraject van een patiënt in de maatschappij, de zogeheten resocialisatie, hebben we een stappenplan: van lokaal verlof via regionaal verlof naar landelijk verlof. Hierbij zetten we bij de eerste stap relatief veel begeleiding in en schalen voor de vervolgstappen langzaam af. Dat bedtarief houdt hier onvoldoende rekening mee, waardoor er een capaciteitsprobleem in de formatie ontstaat en de resocialisatie veel langzamer gaat.’
‘De stokkende resocialisatie heeft grote gevolgen voor de uitstroom en daardoor ook voor de instroom. De patiënten houden ongewild en onnodig de bedden bezet en blijven dus veel langer in de kliniek. Hierdoor lopen de wachttijden voor nieuwe patiënten op. Natuurlijk mega-frustrerend voor de mensen die in gevangenissen voor behandeling in de wacht staan en niet naar de klinieken kunnen doorstromen. Dat leidt tot spanningen in de gevangenissen én in de klinieken, voor de patiënten en voor allen die bij de behandeling betrokken zijn.’
‘Bij de rijksinstellingen én bij de geprivatiseerde klinieken is de bedrijfsvoering ouderwets hiërarchisch top-down gebleven. De zorgprofessionals met hun kennis en kunde worden niet gehoord. Het management faalt want het doet niets met de inzichten van de werkvloer. Dat is gewoon niet van deze tijd. Frustrerend. De jongere werknemers pikken dat niet, die houden het dan voor gezien en vertrekken naar werk waar hun inzichten en ervaringen wel serieus genomen worden.’
De bedrijfscultuur bij de klinieken en de arbeidsvoorwaarden leiden tot een hoog personeelsverloop. Narinder: ‘De nu in deze sector startende werknemers zijn goed opgeleid en super gedreven. Helemaal goed. Maar ze zijn ook veel kritischer en stappen sneller naar werk elders over als de beloning, het werkklimaat, of de werksfeer hun niet bevalt. Uit exit-gesprekken met werknemers weten we dat ze dat onder andere doen vanwege het werkklimaat, zich niet gehoord en gezien voelen, en onvoldoende autonomie hebben. Deze uitstroom van jonge en gekwalificeerde werknemers neemt toe.’
Opmerkelijk detail: het structurele personeelstekort en het stijgende personeelsverloop zijn zo groot dat nieuwe werknemers meteen meedraaien in de roosters in plaats van de normale inwerkperiode te doen. Een start zonder eerst fundamentele kennis over het reilen en zeilen van een tbs-kliniek op te doen.
‘De rijks-tbs-klinieken vallen onder de cao Rijk. De geprivatiseerde klinieken en de reguliere geestelijke gezondheidszorg, met totaal 110.000 werknemers, vallen onder de betere cao GGZ. Dat leidt tot concurrentie op arbeidsvoorwaarden. Uitsluitend naar de cao gekeken is het aantrekkelijk naar een geprivatiseerde kliniek over te stappen. Maar die kunnen werknemers vanwege het hierboven geschetste werkklimaat ook voor gezien houden om over te stappen naar de reguliere geestelijke gezondheidszorg. Dan heb je, gemiddeld, normalere werktijden, een rustiger werksfeer, word je meer gehoord en gezien en heb je meer autonomie.’
‘Voor de bond zijn het personeelstekort in de tbs-zorg, de werkdruk die daar het gevolg van is, het werkklimaat én de foute want onvoldoende financiering door de NZA belangrijke issues. Die hebben grote negatieve effecten op de werknemers en hun intrinsieke motivatie en op de bedrijfsorganisaties. De werk-privé-balans is bovendien zwaar verstoord door de druk op de werknemers om de roosters met overwerk sluitend te maken.’
Narinder tot slot: ‘De regering en de NZA moeten de financiering van de tbs-zorg herijken zodat de zorg én de resocialisatie volledig gefinancierd zijn. Dan wordt de uitstroom weer normaal en de instroom dus ook. In de concurrentie op arbeidsvoorwaarden kan voorzien worden via een arbeidsmarkttoelage. En de organisaties zelf? Niet langer de top-down-structuur en -cultuur maar omgekeerd: vanaf de grond de klinieken opnieuw opbouwen en daarin de inzichten en kennis van de werkvloer serieus nemen. Zet alle betrokkenen bij elkaar en ga met elkaar het gesprek aan over hoe je als organisatie de zorg zo goed mogelijk kan neerzetten.’
Foto: FNV
Tekst:
Nieuwsredactie FNV Noord
Janwillem Compaijen