Per 1 januari is er een generatieregeling van kracht in de cao VVT, artikel 7.3.6. Deze regeling staat ook bekend als de 80-90-100-regeling. De regeling is onderdeel van het 'afwegingskader duurzame inzetbaarheid'. Omdat de regels rond vervroegd uittreden door de overheid zijn gewijzigd, moest de RVU in de cao worden aangepast.
In artikel 7.3.6, leden 4 en 8, van de cao VVT staat dat de overeengekomen arbeidsduur wordt teruggebracht tot 80%. Alle arbeidsvoorwaarden die bij de arbeidsduur horen, worden ook aangepast. Deze afspraken worden schriftelijk vastgelegd in een addendum (een wijziging van de arbeidsovereenkomst).
Het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering staan in artikel 4.2.11 en 4.2.12 van de cao VVT.
Soms geldt een minimumbedrag (artikel 4.2.11 lid 4 en artikel 4.2.12 lid 5). In de cao VVT betekent salaris het basissalaris exclusief toeslagen, vergoedingen en bijdragen (Bijlage 2, artikel 1.1 lid 17).
Tijdens de generatieregeling krijgt een medewerker een bruto financiële tegemoetkoming van 10% (artikel 7.3.6 lid 5). Over deze 10% wordt geen vakantiegeld of eindejaarsuitkering opgebouwd. Dus een medewerker ontvangt vakantiegeld en eindejaarsuitkering over 80%.
De 10% financiële vergoeding maakt deel uit van het loon. Het is een structurele en periodieke looncomponent.
Let op: het moment van arbeidsongeschiktheid bepaalt wat de basis voor de WIA-berekening is.
De WW-uitkering wordt berekend op basis van het sv-loon van het jaar vóór werkloosheid. De 10% financiële vergoeding telt mee. De WW-uitkering wordt gebaseerd op 90%.
Let op: het moment van werkloosheid bepaalt de basis voor de WW-uitkering.
De cao VVT regelt geen verdere afbouw van de arbeidsduur. Medewerkers kunnen kiezen voor de 80-90-100 of 80-90-90 variant. Voor medewerkers die minder dan 120% van het wettelijk minimumuurloon verdienen, is er een keuze voor 80-95-100 of 80-95-95 variant.
Ja, deelname aan de generatieregeling kan met wederzijdse instemming worden stopgezet.
Het SOVVT heeft FWG en Yaacomm gevraagd een rekentool te maken voor de generatieregeling. De rekentool wordt verwacht in januari 2026. Medewerkers kunnen hiermee berekenen wat de netto gevolgen zijn van deelname.
Tijdens de generatieregeling kunnen medewerkers geen uren uit het Balansbudget opnemen. Uren kunnen vooraf of na afloop van de regeling worden opgenomen. Als de medewerker het Balansbudget niet vooraf opneemt, spreken werkgever en medewerker een kortere looptijd af voor de regeling (artikel 7.3.6 lid 2).
Na afloop van de regeling en vóór de AOW-leeftijd kan het Balansbudget alsnog worden opgenomen.
De cao VVT verbiedt geen extra betaalde activiteiten.
Let op: bij vrijwillige voortzetting bij PFZW geldt dat de medewerker geen pensioen opbouwt voor de uren die minder gewerkt worden. Als er ergens anders pensioen wordt opgebouwd, moet de vrijwillige voortzetting stoppen.
Meer informatie staat op de website van PFZW.