Ahmed Kansouh (1965), heeft sinds hij op z’n 29ste vanuit Egypte naar Nederland kwam, een bijzondere loopbaan opgebouwd. Als advocaat, gespecialiseerd in vrouwen- en kinderrechten, besloot hij zijn toekomst hier voort te zetten. Zijn laatste functie, voordat hij tot het FNV-bestuur toetrad, was die van stedelijk directeur bedrijfsvoering bij de gemeente Amsterdam.
‘Een sterke FNV is geen doel maar een middel’
Toen Ahmed naar Nederland kwam, kreeg hij te horen dat zijn rechtendiploma hier niet werd erkend. Hij leerde Nederlands, pakte de studie rechten opnieuw op en bouwde stap voor stap aan een nieuwe loopbaan. "Werk - en vooral de waardigheid van werk - is een basisvoorwaarde voor een rechtvaardige samenleving", zegt hij. "Dat heb ik zelf ervaren. Werk geeft mensen niet alleen inkomen, maar ook perspectief en eigenwaarde."
Een sterke FNV is geen doel op zich voor Ahmed. "Ik moet vaak denken aan een uitspraak van oud-volleybalcoach Joop Alberda, die in 1996 olympisch goud won met het Nederlandse mannenteam. Hij zei dat die gouden medaille niet het doel was, maar een middel. Het echte doel was om met de koningin op het bordes staan. Zo kijk ik ook naar de FNV. Een sterke vakbond is geen eindpunt, maar een voorwaarde om samen met onze leden daadwerkelijk invloed te hebben op de toekomst van werk."
Daar hoort volgens Ahmed een duidelijke overtuiging bij. "Ik geloof sterk in het principe buiten = binnen. Wat wij van werkgevers, politiek en samenleving vragen als het gaat om vertrouwen, solidariteit en maatwerk, moeten wij als bestuur zelf ook voorleven."
Hij vat zijn drijfveer samen: "Werk gaf mij ooit opnieuw een plek in deze samenleving. Daarom wil ik mij ervoor inzetten dat iedereen kan zeggen: mijn werk doet ertoe. Ik sta er niet alleen voor."