Hoe houden we het Nederlandse spoor betrouwbaar en betaalbaar? Die vraag staat centraal tijdens het zogenoemde ‘rondetafelgesprek over de toekomstige marktordening op het spoor’ in de Tweede Kamer. FNV Spoor waarschuwt voor de gevolgen van verdere marktwerking en commerciële vervoerders op het spoor. De vakbond wil dat de politiek goed kijkt naar de gevolgen voor reizigers, spoorpersoneel en regionale verbindingen.
‘Je kunt het Nederlandse spoor maar één keer kapotmaken’, zegt Henri Janssen, bestuurder FNV Spoor. ‘Waarom zouden we het spoor anders organiseren als we een goed werkend systeem hebben? Meer marktwerking betekent niet automatisch beter of goedkoper spoor. We moeten voorkomen dat extra bureaucratie en concurrentie ten koste gaan van reizigers en personeel.’
FNV Spoor maakt zich onder meer zorgen over de gevolgen van wisselende vervoerders en commerciële treinen die vooral op winstgevende verbindingen rijden. Volgens de vakbond kan daardoor de samenhang van het spoornet onder druk komen te staan. Ook kunnen wisselingen van vervoerder onzekerheid opleveren voor medewerkers over hun werk, roosters en arbeidsvoorwaarden.
‘Het spoor is meer dan een verzameling winstgevende treinverbindingen. Het is een samenhangend netwerk dat voor heel Nederland van belang is. De politiek moet voorkomen dat commerciële belangen zwaarder wegen dan goede verbindingen voor reizigers en goede banen voor spoorpersoneel’, aldus Janssen.
Tijdens het rondetafelgesprek spreekt FNV Spoor met de vaste Kamercommissie voor Infrastructuur en Waterstaat over de toekomst van het spoor vanaf 2033. De vakbond is uitgenodigd om als vertegenwoordiger van het spoorpersoneel haar visie te geven. FNV Spoor overhandigt daarbij haar ‘position paper’. Hierin wordt het standpunt van de FNV helder uitgelegd.
‘We hebben in Nederland met de NS objectief het best presterende spoorbedrijf van Europa en een speler die wereldwijd structureel in de top 3 staat’, vervolgt Janssen. Waarom zouden we een systeem dat tot de absolute wereldtop behoort, opofferen aan een ideologisch markt-experiment? De geschiedenis leert dat marktwerking het spoor niet goedkoper maakt, maar juist leidt tot bureaucreatie, onnodige overhead en het verschralen van regionale lijnen.’