De FNV is teleurgesteld over de voorwaarden van het Noodfonds Energie voor 2026 en 2027. Hoewel minister Vijlbrief heeft aangekondigd dat het fonds terugkomt, laat de regeling volgens de vakbond opnieuw veel huishoudens in de steek. Vooral mensen die noodgedwongen nauwelijks nog hun huis verwarmen, vallen buiten de boot. De FNV roept het kabinet op om te kiezen voor een structurele aanpak van energiearmoede.
Om gebruik te kunnen maken van het Noodfonds moeten huishoudens niet alleen een laag inkomen hebben, maar ook een relatief hoge energierekening. Daardoor komen mensen die uit angst voor hoge kosten bijna niet meer stoken, niet in aanmerking voor steun. Naar schatting gaat het om ongeveer 119.000 huishoudens die leven in verborgen energiearmoede.
‘De minister erkent dat deze groep bestaat, maar kiest er vervolgens bewust voor om niets voor hen te doen. Dat betekent dat tienduizenden mensen deze winter opnieuw in de kou zitten, met alle gevolgen van dien voor hun gezondheid en welzijn’, zegt Maureen van der Pligt, bestuurder FNV Uitkeringsgerechtigden.
Ook voor huishoudens die wel aan de voorwaarden voldoen, schiet de regeling volgens de FNV tekort. Het Noodfonds vergoedt slechts de helft van de energiekosten boven de vastgestelde energiequote. Gemiddeld komt dat neer op ongeveer 20 euro per maand per huishouden.
Daarnaast is de vakbond kritisch op de financiering van het fonds. Van de 150 miljoen euro uit de bestaande Envelop Armoede en Schulden gaat 105 miljoen euro naar het Noodfonds Energie. Volgens de FNV wordt de regeling daarmee betaald met geld dat al bedoeld was voor de bestrijding van armoede en schulden.
‘Het kabinet kiest voor tijdelijke noodmaatregelen, terwijl energiearmoede een structureel probleem is’, vervolgt Van der Pligt. ‘Wij vinden dat woningen sneller moeten worden verduurzaamd, maar dat huishoudens ook financieel ondersteund moeten worden zolang hun energierekening hoog blijft.’
Van der Pligt: ‘De minister heeft beloofd dat niemand achter het net zal vissen. Wij zullen hem kritisch blijven volgen en verwachten dat hij duidelijk maakt waar het extra geld vandaan komt om die belofte daadwerkelijk waar te maken.’