Na een aantal stevige onderhandelingen tussen vakbonden en werkgevers in de interieurbouw en meubelindustrie is er een onderhandelingsresultaat bereikt. Werknemers krijgen er in 19 maanden ruim 5,1% bij, daarnaast zijn er goede afspraken gemaakt voor jongeren. Zo krijgen zij al vanaf 18 jaar een zogenoemd vakvolwassen loon, in plaats van het minimumloon.
Thérèse Beurskens, vakbondsbestuurder FNV Bouwen & Wonen: ‘Net als bij de vorige cao-onderhandelingen was het echt zoeken naar ruimte om de belangen van onze leden goed te behartigen. Deze keer waren er gelukkig geen acties nodig omdat werkgevers niet direct de hakken in het zand hadden gezet en ook hebben de partijen er alles aan gedaan om te blijven zoeken naar oplossingen.’
Beurskens: ‘Er ligt een pakket aan afspraken met structurele verbeteringen voor medewerkers op belangrijke thema’s waaronder duurzame inzetbaarheid. Ook komt er ieder twee jaar een onafhankelijk beloningsonderzoek, waardoor er duidelijkheid komt over de loonontwikkeling in de branche. Dit gaat bijdragen aan de cao-onderhandelingen.
Er wordt geïnvesteerd in de toekomst van de branche door het stimuleren van vakopleidingen en instroom van jongeren. De vakbond is ook blij met een loonafspraak met een combinatie van procenten en centen. Door een vast bedrag af te spreken gaan de werknemers in de laagste loonschalen er procentueel meer op vooruit.
Onder de cao Interieurbouw en Meubelindustrie vallen ruim 18.000 medewerkers. Vakmensen, van ontwerpers tot monteurs werkzaam in bijvoorbeeld meubelfabrieken en interieurbouw voor luxe jachten. FNV-leden kunnen tot en met 31 augustus 2026 hun stem uitbrengen. Als zij akkoord zijn, gaat de nieuwe cao in op 1 juli 2026 met einddatum 31 januari 2028.