Op donderdag 29 januari voeren werknemers van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat actie in Utrecht. Het gaat om medewerkers van onder meer Rijkswaterstaat, het KNMI en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Samen met vakbonden FNV, AC Rijksvakbonden en CNV protesteren zij tegen de nullijn: het onrechtvaardige loondictaat van het demissionaire kabinet voor alle rijksambtenaren. Het gaat om een eerste prikactie, geen staking.
Met de actie laten de werknemers zien dat ook voor hen de maat vol is. ‘Deze mensen hebben hart voor de zaak en voor Nederland,’ zegt Magda Korolczuk, bestuurder FNV Overheid. ‘Zij verrichten cruciaal werk maar krijgen daar geen waardering voor terug. Ze voelen een enorme verantwoordelijkheid voor hun werk. Daarom leggen ze niet zomaar het werk neer. Maar als het kabinet blijft weigeren om met een fatsoenlijk loonbod te komen, dan kan het moment komen dat dit wel gebeurt.’
De actie bij Rijkswaterstaat staat niet op zichzelf. Meer dan 160.000 werkenden worden geraakt door de nullijn: het besluit van het demissionaire kabinet om alle rijksambtenaren dit jaar geen salarisverhoging en geen inflatiecorrectie te geven. Dat dictaat raakt vooral werknemers van uitvoeringsorganisaties als Rijkswaterstaat en de ILT hard. Door hun lonen te bevriezen ondermijnt het kabinet de aantrekkelijkheid van deze banen en jaagt het personeel weg, terwijl deze uitvoeringsorganisaties essentieel zijn voor het functioneren van Nederland.
De vakbonden benadrukken dat deze prikactie een duidelijk signaal is. Als het kabinet doof blijft voor de oproep van rijksambtenaren, zijn verdere acties en stakingen onvermijdelijk. Korolczuk: ‘Bezuinigen op rijksambtenaren betekent bezuinigen op een goed functionerende overheid. Wie nu geen respect toont voor het werk van deze mensen, betaalt daar later de prijs voor. Wij willen dat voorkomen. Maar dan moet het kabinet nu in beweging komen.’