Cookies op websites van de FNV

De FNV gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de websites zo goed mogelijk te laten functioneren. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig. Daarnaast maken we gebruik van marketing cookies om de website op jouw voorkeuren af te stemmen. Hiervoor kun je onderstaand toestemming geven. Je kunt je instellingen altijd weer wijzigen op de pagina over de cookies.

Functionele & analytische cookies: Cookies die nodig zijn om te zorgen dat de website naar behoren werkt en om analyse uit te voeren

Marketing cookies

:

Deze cookies gebruiken we om de website op jouw voorkeur af te stemmen.

Vragen en antwoorden webinar 'Uitwerking pensioenakkoord' 26 maart

Redactie
Door Redactie 28 mei 2020

Op 26 maart organiseerde de FNV een landelijk webinar over pensioenen. Han Busker en Tuur Elzinga beantwoordden de belangrijkste vragen over pensioen en de uitwerking van het pensioenakkoord. In juni 2019 sloot de FNV met het kabinet, werkgevers en andere vakbonden het pensioenakkoord. Het afgelopen jaar is er aan de uitwerking van het pensioenakkoord gewerkt.

Tijdens de webinar was er de mogelijkheid om vragen te stellen. Door het grote aantal vragen was het niet mogelijk om alles tijdens het webinar te beantwoorden. Hieronder kun je alle vragen en antwoorden nog eens nalezen.

Bekijk de webinar

De vragen en antwoorden

Minister Koolmees is samen met onder andere de FNV ook op dit moment druk doende met de uitwerking van het pensioenakkoord. Naar verwachting kunnen de vooraf gestelde deadlines gehaald worden.

Het beleggen in aandelen is bij pensioenfondsen onderdeel van een (meerjarig) beleggingsplan. Veelal worden aandelen gekocht of verkocht om binnen de bandbreedtes van deze plannen te blijven. Op welke wijze dat gebeurt verschilt per pensioenfonds. Veruit de meeste pensioenfondsen voeren geen actief handelsbeleid op aandelen om (korte termijnwinst) te maken. Pensioenfondsen beleggen de premies van deelnemers op de lange termijn.

De wijze waarop de € 800 miljoen wordt ingezet voor eerder stoppen met werken is nog onderwerp van discussie. Geld wordt deels ingezet voor duurzame inzetbaarheid en deels voor vervroegd uittreden. Vanuit FNV is de inzet dat sectoren met zwaar werk een groter deel van de subsidie mogen besteden aan vervroegd uittreden.

In het pensioenakkoord is afgesproken, dat de eerste 5 jaar na het akkoord, werkgevers een boetevrij bedrag van € 19.000,- (maximaal 3 jaar) aan werknemers mogen betalen. Na de eerste 5 jaar moet er een regeling zijn die voorziet in een recht op pensioen na 45 dienstjaren.

Pensioenfondsen moet nu rekenen met een rekenrente om te bepalen of er voldoende geld in kas is om alle uitkeringen nu en in de toekomst te kunnen doen. De reeds opgebouwde rechten zijn tegen de huidige rekenrente gewaardeerd. Bij een dekkingsgraad van 100% of meer kunnen alle (toekomstige) uitkeringen gedaan worden.

Het vasthouden aan een rekenrente van 0% maakt het bereiken van overeenstemming er niet makkelijker op. De FNV zet in op een pensioen waarbij meevallers en tegenvallers eerder worden verwerkt. Hierdoor moet het mogelijk zijn om sneller tot indexatie te komen. FNV zet in op een stelsel waarbij de risicovrije rente niet langer bepalend is.

De maatregelen die de overheid nu neemt ter ondersteuning van werknemers en werkgevers zijn noodmaatregelen die gefinancierd worden uit een begrotingsoverschot en leningen. De ‘eventuele kosten’ van de uitwerking komen in de toekomst ten laste van de begrotingen van diverse Ministeries.

Op dit moment is het nog niet te zeggen wat de impact op de dekkingsgraden van pensioenfondsen is. De dekkingsgraad op 31 december van een jaar is bepalend hoe een pensioenfonds er voor staat. De FNV neemt deze mogelijke ontwikkelingen wel mee in de gesprekken over de vormgeving van het nieuwe pensioencontract. 

In veel gevallen is het vastgoed niet direct eigendom van pensioenfondsen en daarmee beslissen zij niet over de hoogte van de huur. Wél kunnen zij druk uitoefenen op de eigenaren. Daar waar pensioenfondsen wel zelf eigenaren zijn van het vastgoed, zou het goed zijn als de besturen naar dit onderwerp kijken. Als FNV zijn we voor een breed steunpakket dat ervoor zorgt dat werknemers hun baan kunnen behouden.

Pensioenfondsen zijn privaatrechtelijke stichtingen waar de overheid geen beslag kan leggen op het vermogen. In de jaren ’80 van de vorige eeuw kon en gebeurde dit wel via ‘Uitnamewetten’, maar enkel bij het ABP. Door het loskoppelen van het fonds van de Nederlandse Staat kan dit niet meer.

Voor aankoop van pensioen uit een beleggingsverzekering zijn in een crisis 2 zaken van belang. Dalende beurskoersen hebben invloed op het bedrag wat uiteindelijk beschikbaar is om een pensioen in te kopen. Daarnaast is de rente op het moment van inkoop bepalend voor hoe hoog het levenslange ouderdomspensioen zal zijn. Hoe lager de rente, hoe lager het in te kopen bedrag. FNV is een groot voorstander van opbouw van pensioen in pensioenfondsen om zo de risico’s met elkaar te delen.

In het algemeen is het zo dat als pensioenpremies moedwillig te laat betaald worden, pensioenfondsen een recht hebben om ook een rente te heffen. In deze tijd van de corona-crisis zien veel pensioenfondsen hier vanaf en gebruiken zij mogelijkheden in de reglementen om uitstel van premiebetaling te verlenen. De gedachte hierachter is dat deze crisis de bedrijven en werknemers overkomen is.

Ja, dalende beurskoersen hebben invloed op de dekkingsgraad van pensioenfondsen. In welke mate dat is hangt af van welk gedeelte van het vermogen belegd is in aandelen, maar bijvoorbeeld ook van de stand van de rente van andere onderdelen in de beleggingsportefeuille.

Hier is moeilijk antwoord op te geven. Volgens deskundigen dalen aandelenkoersen als de (markt)rente stijgt en vice versa. Er zijn echter ook veel deskundigen die van mening zijn dat deze koppeling niet automatisch geldt.

Bij sommige pensioenfondsen is het gebruik dat er (extra) premie wordt geheven voor de verhoging van de pensioenen. Dit is een resultaat van onderhandelingen tussen de sociale partners die betrokken zijn bij die pensioenfondsen. Als we als FNV hier breed op in willen zetten, zullen we dat via onze verenigingsdemocratie vorm moeten geven en opnemen in ons arbeidsvoorwaardenbeleid.

Op dit moment wordt onderzocht op welke wijze het vorm gegeven kan worden dat iedereen die 45 jaar heeft gewerkt met pensioen kan.

De wetgever heeft besloten dat het hanteren van een vaste rente niet wenselijk is als er sprake is van ‘exceptionele marktomstandigheden’. De reden van aanpassing van het FTK naar het nFTk (n staat voor nieuw) was vooral gelegen in het feit dat de wetgever van mening was dat de regels in het ‘oude’ FTk aangescherpt dienden te worden.

Of het gebruik van een rekenrente in het nieuwe pensioencontract wordt losgelaten is onderdeel van de uitwerking die nu plaatsvindt. Over een mogelijke uitkomst is nu nog niets te zeggen. In het nieuwe beoogde contract wordt niet langer uitgegaan van de risicovrije rente.

Op dit moment is de verkenning nog gaande. Het effect op mogelijke indexatie is om die reden nog niet te noemen, maar wel genoemd moet worden dat een eventuele afschaffing altijd samen moet gaan met andere maatregelen én dat voor de FNV haar eigen beleid leidend is.

Deze punten hebben zeker de aandacht van de FNV en we zetten ons hier zeker voor in.

Het is de bedoeling dat nog in 2020 het nieuwe pensioencontract vorm heeft gekregen, zodat een en ander ook politiek besloten kan worden. Daarna volgt er een implementatiefase naar het nieuwe contract. Vooralsnog lijkt het erop dat de gestelde deadlines gehaald kunnen worden.

Of er zicht kan zijn op inhaalindexatie hangt van een aantal zaken af. Ten eerste van het beleid van het pensioenfonds waar iemand bij is aangesloten. Daarnaast moet ook de dekkingsgraad voldoende ruimte bieden voor inhaalindexatie. Verder hangt het er bij het ontwerp van het nieuwe pensioencontract vanaf of en op welke wijze de nieuwe rechten ondergebracht worden in het nieuwe systeem.

Dit kan door de (over)rendementen van het pensioenfonds op een eerlijke wijze toe te delen aan de deelnemers.

Dit is onderdeel van het totaalpakket voor invoering het nieuwe pensioencontract. Of en op welke wijze compensatie plaats zal hebben is nu nog niet te zeggen.

Of pensioenen gekort gaan worden is afhankelijk van de dekkingsgraad van elk individueel pensioenfonds op 31 december van enig jaar. FNV is er geen voorstander van dat in het zicht van een nieuw pensioencontract per 1 januari 2022 er in 2021 nog kortingen plaats zullen moeten hebben. Ook vorig jaar zijn de kortingen opgeschort vanwege de onderhandelingen over een nieuw stelsel.

Pensioenfondsen zijn nu verplicht te rekenen volgens bepaalde rekenregels. Als uit deze rekensommen blijkt dat de dekkingsgraad niet hoog genoeg is voor indexatie, zal deze niet plaatsvinden. Dit verandert niets aan het in het fonds aanwezige vermogen.

De rekenrente is thans onderdeel van de discussie over het nieuwe pensioencontract.

Nee. Pensioenfondsen zijn privaatrechtelijke stichtingen waar via de overheid of direct geen vermogen naar de EU kan en mag gaan.

De impact van het coronavirus is helaas ongekend groot. Of en in welke mate dit invloed heeft op de levensverwachting en de gevolgen voor de AOW- en pensioenleeftijd is op dit moment nog niet te voorspellen.

Als FNV zijn wij één van de partijen die het nieuwe pensioenakkoord hebben afgesproken. Onderdeel hiervan was de afschaffing van de doorsneesystematiek, met als voorwaarde dat geen groepen erop achteruitgaan.

Het kabinet heeft de levensloopregeling op 1 januari 2012 afgeschaft. Er geldt een overgangsregeling die loopt tot 1 januari 2022. Daarna houdt de regeling op te bestaan.

Verwacht mag worden dat in 2020 de uitwerking van het pensioenakkoord af is. De beoogde ingangsdatum blijft 1 januari 2022. Per 1 januari 2022 zou alle wetgeving voor het nieuwe stelsel klaar moeten zijn. De afspraken over zwaar werk moeten al per 1 januari 2021 ingaan.

Op dit moment lijkt naast de noodzakelijke aandacht voor de cruciale beroepen, de aandacht van de overheid uit te gaan naar het beperken van economische effecten. Vooralsnog zijn er geen signalen over compensatie voor gepensioneerden door de overheid.

Aan de vraag hoe en op welke wijze het nieuwe pensioencontract wordt ingevoerd wordt nog gewerkt. En daarin zit ook de vraag of in hoeverre fondsen verplicht naar het nieuwe stelsel moeten. 

De rente (UFR) waar pensioenfondsen mee moeten rekenen dient per 2021 gehanteerd te worden. Dit staat los van het nieuwe pensioencontract. De invloed op het nieuwe pensioencontract van de nieuwe parameters is nog niet te noemen. De methodiek van de parameters is onderdeel van de gesprekken over het nieuwe pensioencontract.

Correctie van indexatie achterstand dient te komen uit de dekkingsgraad van een pensioenfonds. Als de dekkingsgraad niet hoog genoeg is, kan er geen correctie plaats vinden. Daarbij is het ook van belang dat een pensioenfonds een beleid heeft ten aanzien van deze correcties.

De FNV heeft reeds nu al aandacht voor mogelijke negatieve impact van het corona-virus op dekkingsgraden van pensioenfondsen. Of en welke impact het corona-virus op de dekkingsgraden van pensioenfondsen heeft, is nu nog niet te zeggen. Hiervoor is de zogenaamde beleidsdekkingsgraad per 31 december bepalend. 

De beurzen hebben te lijden gehad als gevolg van de corona-crisis. Of dit per het einde van het jaar is, het meetmoment voor indexatie of kortingen, is op dit moment nog niet te zeggen. Tijdelijke koersdalingen op de beurs worden later weer ingelopen en hebben minder impact dan de lage rekenrente.

Veel pensioenfondsen kennen de mogelijkheid om vrijwillig pensioen op te blijven bouwen. Hiervoor betaalt de deelnemer dan zelf de premie.

De AOW-leeftijd wordt vastgesteld door de overheid. De ingangsdatum kiezen van het pensioen dat u opbouwt via de werkgever kan wel.

De subsidiepot is deels beschikbaar voor duurzame inzetbaarheid (gezond je pensioen halen, bijv. door aanpassingen werkplek, werkroosters etc.). En deels voor vervroegde uittreden (RVU-regeling, generatiepact etc.) Sectoren met veel zwaar werk mogen een groter deel van het subsidiegeld gebruiken voor vervroegde uittreding.

Wij onderzoeken of een structurele regeling mogelijk is om te kunnen stoppen met werken na 45 dienstjaren. Zolang de structurele regeling er nog niet is, geldt een tijdelijke regeling die in de cao afgesproken kan worden. Bij die tijdelijke regeling kun je 3 jaar voor ingang AOW stoppen waarbij de werkgever een compensatie moet geven omdat je nog geen AOW krijgt. Daar bovenop kun je zelf aanvullen vanuit je pensioen of vanuit gespaard verlof. De mogelijkheid om verlof te sparen wordt verruimd van 1 jaar verlof naar 2 jaar verlof. Ook komt er een mogelijkheid om 10% van je pensioen in één keer op te nemen.

Die 68 jaar is de rekenleeftijd die de overheid verplicht heeft voor pensioenregelingen. U kunt uw pensioen wel gewoon laten ingaan op de voor u geldende AOW-leeftijd.

Ervan uitgaande dat u niet onder een regeling zwaar werk valt (zie aldaar), kunt u uw pensioen naar voren halen. Als u dat 2 jaar voor je pensioendatum doet, moet u er rekening mee houden dat u 2 jaar een AOW-gat van ruim € 21.000 per jaar heeft. Bovendien wordt hierdoor uw pensioen niet over 21 maar over 23 jaar uitgesmeerd. 

Als u geen vast dienstverband heeft, is het niet mogelijk om gebruik te maken van de tijdelijke regeling voor zwaar werk.

Sociale partners kunnen in de cao afspreken voor wie het begrip ‘zwaar werk’ van toepassing in en dan voor deze groep afspraken maken over eerder stoppen. Sociale partners kennen hun sector/bedrijf het best en kunnen dat dus het beste beoordelen.

Sociale partners kunnen in de cao afspreken voor wie het begrip ‘zwaar werk’ van toepassing in en dan voor deze groep afspraken maken over eerder stoppen. Sociale partners kennen hun sector/bedrijf het best en kunnen dat dus het beste beoordelen.

U heeft daar zeker een punt. Dat is overigens ook niet nieuw. In het verleden is bij allerlei regelingen voor eerder stoppen met werken een gedeelte hiervan uit de loonruimte gefinancierd. Werkgevers hebben er toe aan meebetaald en moeten dat nu weer doen. Overigens komen de uitvoeringskosten of het opzetten van deze regelingen gedurende de komende 4 jaar in aanmerking voor subsidie van jaarlijks € 200 miljoen.

Het stond wel op ons wensenlijstje om de fiscale heffing bij pensionering voor de AOW-datum gelijk te trekken aan de fiscale heffing na de AOW-datum. Dat is echter geen onderdeel geworden van het Pensioenakkoord. Wel blijven wij daar naar streven.

De arbeidsongeschiktheidsuitkering loopt door tot de AOW-leeftijd bereikt is. Vanaf die datum wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering vervangen door de combinatie van AOW-uitkering en opgebouwd pensioen. In de meeste pensioenregelingen loopt de pensioenopbouw tijdens arbeidsongeschiktheid overigens door, zonder dat de deelnemer (en voormalig werkgever) daarvoor nog premie hoeven te betalen.

Zeker, juist op dit moment leent de financiële situatie zich er niet voor, denk aan de horeca. Als de corona-crisis hopelijk achter ons is, is het de vraag of en wanneer de economie weer terugveert. Omdat de regeling zwaar werk pas per 2021 kan ingaan, is het dus afwachten, wat het tweede halfjaar van 2020 brengt. Overigens zou het ook kunnen dat in sommige bedrijfstakken juist weer behoefte ontstaat aan uittredingsregelingen. Dat zou voor de werkgever financieel wel eens gunstiger kunnen uitpakken dan het betalen van een transitievergoeding. De werknemer kan in dat geval met pensioen in plaats van in de WW en heeft dan bijvoorbeeld geen sollicitatieplicht.

We hopen daar bij lange na niet aan te komen, maar als er 17.000 mensen in Nederland zouden overlijden aan het corona-virus, is dat 0,1% op de totale bevolking, waarvan minstens  90% of meer ouder dan 70 jaar. Dat heeft wel enig effect op het sterftecijfer van de oudere generatie, maar veel minder op de levensverwachting en het sterftecijfer van de gemiddelde werkende Nederlander. Juist dat is bepalend voor de betaalbaarheid van pensioenen voor toekomstige generaties.

31 december 2021 is de einddatum van de levensloopregeling. Eind 2021 wordt uw tegoed uitgekeerd via uw werkgever. Die doet eerst de wettelijke inhoudingen. Maar u heeft ook de mogelijkheid om vrijvallende gelden over te hevelen naar de pensioenregeling, zodat ze later kunnen worden gebruikt als aanvulling op bijvoorbeeld de zwaar-werk-regeling. Houdt u te zijner tijd zelf vooral de vinger aan de pols. Heeft u eind 2021 geen werkgever meer? Dan regelt de financiële instelling, die uw levenslooprekening beheert, voor u de wettelijke inhoudingen en keert het nettobedrag aan u uit. 

Dat wordt nog besproken. FNV wil graag invoering met ingang van 2021 (tegelijk met de regeling zwaar werk), Koolmees mikt op invoering met ingang van 2022.

Dat een werkgever misbruik maakt - u noemt dat terecht het verdienmodel -, kan de FNV lang niet altijd voorkomen. In individuele gevallen en ook collectief proberen wij dit, waar mogelijk, beter te regelen voor leden, die dat ons voorleggen. Overigens is wel vrijwillige voorzetting van uw pensioenopbouw voor een aantal jaren mogelijk. Maar u betaalt dan ook de werkgeverspremie en dat is zeker voor lage inkomens een te dure grap. Het is echter niet zo dat u door verlies van uw vaste aanstelling vlak voor uw pensioen uw aanspraken verliest. U kunt inderdaad uw pensioenopbouw niet automatisch voortzetten. Stel dat u jaarlijks 1,75% opbouwde en u wordt 2 jaar voor uw pensioendatum ontslagen, dan wordt uw totale pensioenaanspraak 3,5% lager.