Onveilig werk, misstanden, geen rechten: de realiteit in veel bouwprojecten in o.a. Azië en Afrika. Mondiaal FNV en BWI werken samen om vakbonden daar te versterken en misstanden aan te kaarten bij internationale financierders van deze bouwprojecten, zoals de Wereldbank. En dat werpt vruchten af: van gezamenlijke inspecties tot het openen van vakbondskantoren op bouwplaatsen, met effect voor vele werknemers. Hoe bereiken ze dat?
Werken op grote hoogte zonder veiligheidsmiddelen, doorwerken bij temperaturen van bijna 50 graden, geen vrije dagen en zelfs klappen krijgen als je opkomt voor je rechten – dit is de harde realiteit op veel bouwplaatsen. Denk aan het aanleggen van spoorwegen, snelwegen en elektriciteitscentrales. Ook projecten die worden gefinancierd door internationale financiële instellingen (IFI’s) zoals de Wereldbank kennen deze misstanden.
Mondiaal FNV zet zich al jaren in om vakbonden op deze plekken te versterken en hun capaciteit te vergroten om en gebruik te maken van internationale klachtenmechanismen. Linnea Wikström, wereldwijde directeur bouw, gezondheid en veiligheid bij de internationale bouwbond BWI, was er vanaf het begin bij betrokken. Samen met Mondiaal FNV blikt ze terug op de resultaten van deze financiële steun.
.
Linnea Wikström
IFI’s zijn geen commerciële banken, maar instituten die infrastructuur- en ontwikkelingsprojecten stimuleren in landen die dit hard nodig hebben. Deze internationale banken hebben in hun beleid weliswaar clausules over werkomstandigheden, klachtenmechanismen en monitoring opgenomen, maar die functioneren niet goed. De Asian Development Bank (ADB) bijvoorbeeld financierde een metroproject in de Indiase miljoenenstad Patna. Met veel onderaannemers en arbeidsmigranten uit het hele land, die hun rechten niet kennen.
BWI steunt vakbonden om in gesprek te gaan met de werkgevers en de bouwvakkers bewust te maken van hun rechten. Vaak raken werkgevers zo overstuur van de inmenging van vakbonden, dat ze vakbondsleiders en -leden ontslaan. In dat geval moeten vakbonden het hogerop zoeken. Dan ligt het voor de hand zo’n IFI te benaderen. BWI richt zijn pijlen al sinds 2000 op deze instellingen.
“Met de FNV zijn we in 2017 begonnen met een IFI-project rondom bouwplaatsen”, vertelt Wikström. Tot op heden steunde Mondiaal FNV BWI vooral bij IFI-projecten in zuid-Azië en oost-Afrika. Waar liggen hierin de grootste uitdagingen? “Natuurlijk in de politieke ruimte die beschikbaar is voor vakbonden en maatschappelijke organisaties in deze landen. Veel onafhankelijke vakbonden vrezen hun overheid vanwege de politieke druk op hen, zowel in zuid-Azië als in oost-Afrika. Na de eerste vier jaar zagen we ook dat het echt nodig was om de toegang van de vakbonden tot het klachtenmechanisme van de IFI te versterken, zodat ze problemen bij de projecten aan het licht konden brengen door deze actief en onafhankelijk te monitoren en te documenteren, en de resultaten ervan aan de financiers voor te leggen.”
Foto: BWI
In beide regio’s zijn in deze jaren mooie successen geboekt. In zuid-Azië noemt Wikström als grootste winst dat er met de ADB een Memorandum van Overeenstemming (een soort afspraak op hoofdlijnen) is bereikt. “Een grote stap voor alle betrokkenen, want dat was tot dan toe met nog geen enkele IFI gelukt. Daarin is opgenomen dat er aan beleid gewerkt wordt over arbeidsrechten. De ADB had weliswaar beleid rondom gezondheid en veiligheid, maar arbeidsrechten waren hier nog niet in meegenomen. Ook hebben we vastgelegd dat er gezamenlijke inspecties gaan plaatsvinden.”
Inmiddels is dit gebeurd bij de bouw van een waterkrachtcentrale in Nepal en de bouw van een elektriciteitscentrale in Bangladesh. “We namen deel aan het inspectieteam en daarna voerden we gesprekken met de betreffende ministeries over wat onze bevindingen waren op de werkvloer om te zien welke verbeteringen noodzakelijk waren. Na deze inspecties kon in Bangladesh een vakbondskantoor op de bouwplaats geopend worden. In Nepal kregen vakbonden duidelijk meer positie in hun bouwproject, ze werden vaker om advies gevraagd en werden betrokken bij nieuwe audits. Tot dan toe hadden werkgevers en projectautoriteiten de toegang van vakbonden tot werkplekken in beide landen grotendeels geblokkeerd.
Wikström vertelt over een fataal ongeluk dat afgelopen jaar in Pakistan plaatsvond op een grote bouwplaats van een project dat door de ADB gefinancierd werd. De vakbond kreeg geen toegang tot de werkplek, vakbondsleiders waren ontslagen, een ervan was fysiek aangevallen. “Door de politieke situatie in Pakistan was het moeilijk om de ADB te betrekken bij de strijd om de situatie op de werkvloer te verbeteren. In oktober hebben we een bezoek gebracht aan het projectgebied om de misstanden die daar plaatsvonden te documenteren. Daarna hebben we ervoor gezorgd dat de ADB een onafhankelijke audit kon uitvoeren. We hebben het audit-rapport nog niet, maar de vakbond heeft nu weer toegang tot het project en maandelijks overleg met de managers van het project. Ook zijn de ontslagen teruggedraaid.” Met de ADB vinden nu jaarlijks vergaderingen plaats waar wordt gesproken over de arbeidssituaties in de projecten.
Foto: BWI
In oost-Afrika heeft BWI vooral te maken met de Wereldbank en een beetje met de African Development Bank (AfDB), maar deze heeft volgens Wikström weinig capaciteit en is moeilijk te benaderen. “We bewandelen hier een lange weg. Inmiddels zijn de vakbonden veel beter in het documenteren van misstanden bij de verschillende bouwprojecten.”
In het afgelopen jaar heeft een Oegandese vakbond geheel zelfstandig een klacht ingediend bij de Wereldbank over een wegenproject. Daar moesten werknemers zeven dagen per week werken, de vakbond kreeg geen toegang tot de werkplek, er was sprake van seksueel misbruik en een manager had een werknemer in elkaar geslagen. “Dat de vakbond het klachtenmechanisme zelfstandig heeft gebruikt, is een grote overwinning en een direct resultaat van de ondersteuning door de FNV”, zegt Wikström. De Wereldbank ging over tot onderzoek en schreef vervolgens de minister in Oeganda over alle misstanden en zorgde voor een herstelprogramma waarin de zaken gecorrigeerd werden. “Natuurlijk is dat programma niet onmiddellijk geïmplementeerd, maar we zien nu al verbeteringen op de werkvloer. Dat is een grote overwinning voor de vakbond zelf, zeker ook omdat ze dit zelfstandig aangekaart hebben.”
In Kenia vonden bij een wegenproject, gefinancierd door de Wereldbank, ook allerlei misstanden plaats. Werknemers moesten daar op grote hoogte zonder bescherming werken, ook zonder persoonlijke beschermingskleding. Het voedsel dat verstrekt werd, was niet hygiënisch (er liepen maden doorheen), er waren geen toiletten op de werkplaats, wat vooral voor vrouwen een groot probleem was, en er waren geen schaduwplekken. De vakbond kreeg geen toegang tot de werkplek. “Deze zaken zijn inmiddels opgelost dankzij vakbondslobby dat leidde tot ingrijpen van de Wereldbank.”
Het zijn twee recente voorbeelden van successen, maar Wikström kent er vele. Zo verhaalt ze over een project in Rwanda in 2018, waar veel problemen waren met het management, inclusief taalproblemen. Mondiaal FNV initieerde een onderzoek naar misstanden op die werkplek, een opdracht aan onderzoeksbureau Profundo, die internationale projecten in de hele regio onder de loep nam. Tijdens een inspectie waren Wikström en een lokale onderzoeker er getuige van dat een werknemer werd geslagen door een manager, vlak voor hun neus. Daarover werd een rapport opgesteld en naar de betreffende minister gestuurd. De afspraak luidde dat dit rapport niet geopenbaard zou worden als de minister zou zorgen dat dit probleem werd opgelost. De manager is daarop in de gevangenis gezet.
In Kenia speelde in hetzelfde jaar ook een zaak in een wegenproject, dat door de Wereldbank werd gefinancierd. Daar deed de vakbond onderzoek en vormde een groep werknemers met wie ze de arbeidsomstandigheden doornamen. Een vrouw vroeg om een tweede overall, zodat ze de eerste kon wassen. De werknemers werkten daar zeven dagen per week, veertien uur per dag. Daardoor kon ze haar overall alleen ’s avonds uitwassen, maar die droogde ’s nachts niet. Ze wist niet dat ze recht had op één vrije dag per week en dat ze daar ook om kon vragen. Nadat ze hiervan op de hoogte was gesteld, werd ze juist een fervent voorvechter van een zesdaagse werkweek. “Uiteindelijk heeft de vakbond ervoor gezorgd dat er een ploegendienst werd ingevoerd, zodat alle werknemers een dag vrij kregen.”
Interview: Astrid van Unen