Cookies op websites van de FNV

De FNV gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de websites zo goed mogelijk te laten functioneren. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig.
Daarnaast maken we gebruik van tracking cookies om de website persoonlijker te maken en op jouw voorkeuren af te stemmen. Geef hieronder jouw toestemming. Je instellingen kun je altijd weer wijzigen op de pagina over Cookies.

Lees meer over onze cookies
Ik wil informatie op maat (tracking cookies)

Tracking cookies voor informatie op maat: met deze cookies kunnen we de informatie nog beter op je afstemmen. Als je ervoor kiest deze cookies niet te accepteren, dan is het nog steeds mogelijk gebruik te maken van onze websites maar kan het wel voorkomen dat bijvoorbeeld opnieuw gevraagd wordt een vragenlijst in te vullen als je dat al hebt gedaan.

Video: Bloed, zweet en tranen op de palmolieplantages in Colombia

Project

Redactie
Door Redactie 05 oktober 2017

Het is nog donker in het dorpje Puerto Wilches in Colombia als mannen met rubberen laarzen en slaperige koppen zich op een hoek verzamelen, hun lunchpakketje in de hand. Precies om kwart voor vijf ’s ochtends haalt een antiek uitziende bus hen op om naar het palmoliebedrijf Palmas de Monterrey te gaan.

Colombia palmolievruchten

Check de indrukwekkende docu over palmolie in Colombia

Het warme klimaat en de grote ondergrondse watervoorraden zijn uitmuntend om oliepalm te verbouwen. Deze boom kan per dag tot 350 liter water consumeren en van haar vrucht wordt in Colombia gretig palmolie gemaakt. Het land is namelijk Latijns-Amerika’s grootste palmolieproducent. Europa, en Nederland in het bijzonder, neemt hier zo’n 30 procent van af. De overige 70 procent blijft in Colombia en wordt vooral gebruikt voor biodiesel.

Palmolie in veel producten

Palmolie zit in ongeveer de helft van de voedingsmiddelen in de supermarkt. De olie zit bijvoorbeeld  in de meeste tandpasta’s en shampoo, maar ook in Doritos chips, margarine, koekjes, chocola en schoonmaakmiddelen. Het gebruik van biobrandstoffen waar palmolie in zit verwerkt, heeft de internationale vraag flink doen stijgen. Maar met de toenemende vraag, kwamen ook de problemen. Grote stukken oerwoud werden gekapt, Colombiaanse boeren raakten ontheemd door de aanleg van plantages op hun land, en arbeidsrechten staan ernstig onder druk in de sector.

Ploeteren op de plantage

Eenmaal bij het palmoliebedrijf aangekomen, wacht de arbeiders uit Puerto Wilches een lange, zware dag. “Ze laten ons als een stel slaven werken hier,” zegt Hector Rodríguez, verwijzend naar Colombia’s slavernijverleden. Hij zit achterop een houten kar die voortgetrokken wordt door een buffel en is op weg naar zijn voormalige werkplaats op de plantage. Al zwoegend begeeft de buffel zich over een pad dat een groene zee van palmbomen doorkruist met het eerste daglicht. Een buffel kan een kar met zo’n 700 kilo palmfruit trekken, maar dit is vaak nog niet eens het quotum waar een plantagearbeider per dag aan moet voldoen. Plantagearbeiders hebben wisselende quota tot 1600 kilo palmfruit die zij dagelijks moeten oogsten.

Hector op palmolieplantage in Colombia

Hector Rodriguez

Veel gezondheidsrisico's

Rodríguez woont samen met zijn vrouw en drie jonge kinderen in een huis dat uit houten planken is gebouwd. Er is duidelijk geen geld besteed aan het verven of lakken van zijn muren. “Het is altijd al mijn droom geweest om mijn huis op te knappen,” zegt Rodríguez met een trieste blik. “Maar ik heb er geen geld voor”. 

Al 18 jaar werkt Rodríguez in de palmoliesector en drie jaar geleden kreeg hij een vast contract van Palmas de Monterrey. Kort daarna kreeg hij lichamelijke klachten: zijn rug en schouders waren versleten door het zware werk op de plantage. Het palmoliebedrijf was hem verplicht een andere baan binnen het bedrijf aan te bieden, waardoor hij nu verschillende klusjes uitvoert in de fabriek waar de oliën van de palmvruchten worden onttrokken. Maar daar verdient hij nu veel minder mee dan met zijn oude werk. Op de plantage kon hij namelijk een flinke bonus bovenop zijn magere loon verdienen als hij meer dan zijn verplichte quotum oogstte, en nu zit hij op een arbeidsplaats waar hij vast 27 duizend Colombiaanse pesos per dag verdient (zo’n €7,65), zonder bonussen. 

Dit bedrag komt net boven het Colombiaanse minimumloon uit. “Bij ziekte worden we gestraft met een slecht betaald baantje,” klaagt Rodríguez, die een verbouwing met zijn huidige loon wel kan vergeten.

Veel plantagewerkers hebben klachten aan hun rug en schouders, maar er zijn weinig alternatieve werkmogelijkheden. Het vaste contract heeft Rodríguez te danken aan het harde werk van de vakbond Sintrapalmas, dat langdurig onderhandelingen voerde met het palmbedrijf. Mondiaal FNV steunt deze vakbond.

Arbeiders gaan naar palmolieplantage in Colombia

Arbeiders gaan naar palmolieplantage in Colombia

Kleine overwinningen voor zwaar vakbondswerk

Miguel Antonio García is de president van de vakbond Sintrapalmas in Puerto Wilches. Hij begon te werken op de plantage toen hij 18 jaar was. Met zijn huidige 47 jaar is hij vrijwel ‘op’. Nu wacht hij op een schouderoperatie. “De situatie is verslechterd. De palmfruitquota zijn maar liefst vijf keer gestegen, terwijl het loon hetzelfde is gebleven.” Het is volgens Garcia moeilijker geworden om te sparen en toekomstplannen te maken zonder goede en stabiele inkomsten, en  door het grote gezondheidsrisico dat het werk met zich meedraagt.

In Colombia zijn veertien vakbonden geregistreerd in de palmolie-industrie met in totaal 5209 leden. De vakbonden hebben hard moeten onderhandelen om werknemers aan een vast contract te helpen. Vroeger hadden de arbeiders hier wel beschikking over, maar toen de paramilitairen de regio van Puerto Wilches in 1994 binnentraden werden werknemers en vakbondsleden flink onder druk gezet en bedreigd. De palmoliebedrijven begonnen toen met het uitbesteden van werk zonder vaste contracten.

'Elke dag gevochten voor vaste contracten'

“De enige manier waarop iemand zijn arbeidsrechten nog kan claimen,” begint García met een ernstige blik in zijn ogen, “is via de vakbonden”. Hij legt uit dat niet georganiseerde arbeiders geen enkele manier hebben om met het bedrijf te onderhandelen. Dankzij stakingen in 2011 en in 2014 bleven de (resterende) vakbonden druk op de palmoliesector uitoefenen. “We hebben elke dag gevochten voor de directe contracten voor arbeiders, daarom zijn we georganiseerd en heeft de arbeider een vaste baan.” Formalisering van arbeid is bij veel bedrijven nog niet gelukt, maar op zijn minst heeft Sintrapalmas bij Palmas de Monterrey al iets voor haar mensen kunnen bereiken. 

Lid van een vakbond, baan kwijt

Veel andere bedrijven in de sector werken met tijdelijke arbeiders die een werkgever bij lichamelijke klachten gemakkelijk aan de kant kan zetten. Verder hebben de meeste palmoliebedrijven niet zo veel op met de vakbonden. Arbeidsrechten worden vaak geschonden en als een werknemer het waagt om zich bij een vakbond aan te sluiten wordt deze vaak ontslagen – er is toch geen vast contract.

Maar zelfs een vast contract geeft blijkbaar geen garantie dat je je werk houdt. De 30-jarige Andrey Piñeros was lid van de vakbond Sintraproaceites toen hij voor het palmoliebedrijf Indupalma werkte, in het dorp San Alberto. Zijn vakbondsbezigheden kwamen hem duur te staan. Enthousiast als hij is voor het vakbondswerk, werd hij een mondig lid binnen Sintraproaceites en wilde in toenemende mate over verbetering van arbeidsomstandigheden praten. De vakbond probeerde hem al af te remmen in zijn activiteiten, maar het bedrijf besloot hem uiteindelijk op straat te zetten. "De Colombiaanse wet is zo opgesteld dat een werkgever een contract unilateraal kan opzeggen," vertelt Piñeros. Hij voelt zich niet meer gesteund door zijn vakbond.

Haast onder de palmbomen

Luz op de palmolieplantage in Colombia

Luz op de palmolieplantage in Colombia

De werkdag op de plantage in Palmas de Monterrey loopt op zijn einde. Een kleine gestalte komt haastig onder de palmbladeren aanlopen en sproeit een witte wolk over een tros met palmvluchten. “Het besproeiingsmechanisme werkt niet zo goed,” lacht de 26-jarige Luz verlegen, een alleenstaande moeder die als ‘besproeier’ op de plantage de palmvruchten tegen plagen beschermt. Ze draagt een spijkerbroek en rubberen laarzen en heeft geen mondkapje voor. “Sorry, ik moet door”, verontschuldigt ze zich na een tijdje. De bus naar huis vertrekt bijna en ze heeft nog niet haar dagquotum van 10 hectare behaald. Zo snel als ze opdook, verdwijnt ze weer tussen de palmbladeren.

Feiten

  • Ongeveer de helft van de producten in een Europese supermarkt bevat palmolie;
  • In Colombia hebben paramilitairen boeren vermoord om plek te maken voor palmoliebedrijven;
  • Colombia is ‘s werelds vierde palmolieproducent;
  • Tussen 2000 en 2015 zijn 15 vakbondsleden in de Colombiaanse palmoliesector vermoord en 12 bedreigd, volgens cijfers van de Escuela Nacional Sindical (ENS);
  • Het was daardoor vrijwel onmogelijk voor de vakbonden om hun werk uit te voeren. De afgelopen jaren is het, ondanks dat er nog steeds paramilitairen aanwezig zijn, mogelijk geweest om stakingen te organiseren en vakbondswerk openlijk uit te voeren;
  • Sinds het vrijhandelsverdrag tussen de Verenigde Staten en Colombia in 2012 zijn arbeidsomstandigheden in de palmolieindustrie verbeterd. In het vrijhandelsverdrag zelf is echter niets beschreven over arbeidsrechten; deze rechten zijn bevochten door de vakbonden die meer druk zijn gaan uitoefenen sinds het vrijhandelsverdrag.

Gemaakt door Sytske Susie Jellema en Bram Ebus.