Cookies op websites van de FNV

De FNV gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de websites zo goed mogelijk te laten functioneren. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig.
Daarnaast maken we gebruik van tracking cookies om de website persoonlijker te maken en op jouw voorkeuren af te stemmen. Geef hieronder jouw toestemming. Je instellingen kun je altijd weer wijzigen op de pagina over Cookies.

Lees meer over onze cookies
Ik wil informatie op maat (tracking cookies)

Tracking cookies voor informatie op maat: met deze cookies kunnen we de informatie nog beter op je afstemmen. Als je ervoor kiest deze cookies niet te accepteren, dan is het nog steeds mogelijk gebruik te maken van onze websites maar kan het wel voorkomen dat bijvoorbeeld opnieuw gevraagd wordt een vragenlijst in te vullen als je dat al hebt gedaan.

2021: Jaar van de Uitbanning van Kinderarbeid

Redactie
Door Redactie 01 augustus 2019

De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft eind juli unaniem een resolutie aangenomen waarin 2021 wordt uitgeroepen tot het Internationale Jaar voor de Uitbanning van Kinderarbeid. De VN heeft de Internationale Arbeidsorganisatie ILO gevraagd het voortouw te nemen bij de uitvoering ervan.

meisje aan het werk in steengroeve in India

De resolutie benadrukt de toezeggingen van de lidstaten ‘om onmiddellijke en effectieve maatregelen te nemen om dwangarbeid uit te bannen, een einde te maken aan moderne slavernij en mensenhandel en het verbod en de uitbanning van de ergste vormen van kinderarbeid, met inbegrip van rekrutering en gebruik van kindsoldaten, in te voeren en in 2025 een einde te maken aan alle vormen van kinderarbeid.’

Extra stimulans aan alle inspanningen

Argentinië heeft een leidende rol gespeeld bij het bepleiten voor dit wereldwijde commitment, als vervolg op de IV Global Conference on the Sustained Eradication of Child Labour, die in november 2017 in Buenos Aires plaatsvond. 78 landen hebben de resolutie mede gesponsord. Martin Garcia Moritán, vertegenwoordiger van Argentinië bij de VN, zei: “We hopen dat dit een extra stimulans zal geven aan onze inspanningen en onze vooruitgang om dag na dag verder te gaan naar een wereld waarin geen kind wordt onderworpen aan kinderarbeid of uitbuiting en een wereld waar fatsoenlijk werk voor iedereen een realiteit zal zijn.”

Forse daling van kinderarbeid in deze eeuw

De internationale arbeidsorganisatie van de VN, de ILO, werkt al 100 jaar aan de afschaffing van kinderarbeid; een van de eerste conventies die werd aangenomen, was die over de minimumleeftijd in de industrie (ILO-conventie 5, uit 1919).  Daarna volgde conventie 138 over de minimum leeftijd en 182 inzake de ergste vormen van kinderarbeid, deze laatste is bijna universeel geratificeerd door alle 187 lidstaten van de ILO.

De organisatie is partner in Alliance 8.7 en fungeert als het secretariaat van dit wereldwijde partnerschap voor de uitroeiing van dwangarbeid, moderne slavernij, mensenhandel en kinderarbeid over de hele wereld. De afgelopen jaren is volgens de VN aanzienlijke vooruitgang geboekt, voornamelijk dankzij intensieve belangenbehartiging en nationale mobilisatie, ondersteund door wetgevende en praktische maatregelen. Alleen al tussen 2000 en 2016 was er wereldwijd een daling van 38 procent in kinderarbeid.

Gevaarlijk kinderarbeid vooral onder tieners

De ILO schat dat in 2016:

  • 152 miljoen kinderen in de leeftijd van 5 tot 17 jaar aan het werk waren, waarvan bijna de helft, 73 miljoen, in gevaarlijke arbeidsomstandigheden;
  • gevaarlijke kinderarbeid het meest voorkwam bij kinderen van 15 tot 17 jaar. Niettemin werd tot een vierde van alle gevaarlijke kinderarbeid (19 miljoen) uitgevoerd door kinderen jonger dan 12 jaar;
  • bijna de helft (48 procent) van de slachtoffers van kinderarbeid in de leeftijd van 5-11 jaar was; 28 procent was 12-14 jaar oud; en 24 procent was 15-17 jaar oud;
  • Kinderarbeid voornamelijk geconcentreerd is in de landbouw (71 procent) - dit omvat visserij, bosbouw, veeteelt en aquacultuur - 17 procent in de dienstensector en 12 procent in de industriële sector, inclusief mijnbouw.

Bron: 
ILO