Cookies op websites van de FNV

De FNV gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de websites zo goed mogelijk te laten functioneren. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig. Daarnaast maken we gebruik van marketing cookies om de website op jouw voorkeuren af te stemmen. Hiervoor kun je onderstaand toestemming geven. Je kunt je instellingen altijd weer wijzigen op de pagina over de cookies.

Functionele & analytische cookies: Cookies die nodig zijn om te zorgen dat de website naar behoren werkt en om analyse uit te voeren

Marketing cookies

:

Deze cookies gebruiken we om de website op jouw voorkeur af te stemmen.

Kapotgewerkt en opgebrand: ruim ton schadevergoeding

‘Enorm opgelucht’ is mevrouw H. volgens haar advocaat Govert Jan Knotter. Na een langlopende schadeprocedure wegens een ernstige burn-out ontving ze ruim een ton, maar belangrijker voor haar is dat de zaak nu voorbij is. Ze werkte zich letterlijk kapot bij een groot bedrijf voor afvalinzameling en -recycling.

‘Zowel geestelijk als lichamelijk is ze er niet meer bovenop gekomen. Ze wordt waarschijnlijk nooit meer de oude. Ze was er zo slecht aan toe dat zij haar hobby, tuinieren, niet meer kon uitoefenen.’

Lange adem

De zaak is aangespannen door Bureau Beroepsziekten FNV, dat dankzij een grote vasthoudendheid vaak letselschadezaken wint. Ook deze zaak duurde erg lang. ‘Eerst moet de rechter de aansprakelijkheid vaststellen. Dat is altijd lastig. In dit geval bepaalde het hof pas in 2010 dat de werkgever aansprakelijk was’, aldus Knotter.

Daarna is er nog drie jaar gesteggeld over de hoogte van de schadevergoeding. ‘De onderhandelingen liepen vast. Toen moesten we bij de kantonrechter een schadestaatprocedure beginnen. Die heeft mevrouw H. op de meeste onderdelen gelijk gegeven en kon de zaak eindelijk ‘geregeld’ worden. Alles bij elkaar heeft het bijna 14 jaar geduurd voordat resultaat kon worden bereikt.’

60 uur per week

Haar manager was niet voor rede vatbaar, blijkt uit het dossier. Mevrouw H. was eind jaren negentig bijna 7 jaar in dienst als duizendpoot (van planner tot onder meer logistiek manager, hoofd bedrijfsbureau, regiomanager, hoofd verkoop en project coördinator), toen ze bezweek onder het vele werk.

Ze oefende meerdere functies tegelijkertijd uit. De leidinggevende bood haar geen ondersteuning; hij vond dat de hoeveelheid werkzaamheden moest kunnen. Ze werkte meer dan 60 uur per week om de werkzaamheden af te krijgen en nam geen pauzes.

Thuis doorwerken

H. meldde zich ziek met klachten als hoge bloeddruk en overspanningsklachten. Toch liet de leidinggevende haar thuis doorwerken. Zodoende werkte ze vanaf haar ziekmelding bijna weer volledig, na verloop van tijd gedeeltelijk op haar werkplek.

Dit terwijl ze af en toe zwart voor ogen zag, maar ze hoopte snel beter te zijn. Op aandringen van de huisarts beëindigde ze eind 1999 haar werkzaamheden. In juni 2000 belandde zij 80-100% in de WAO.

Drie functies tegelijk

Vanaf het moment dat ze taken als regiomanager erbij kreeg, moest ze 24 uur bereikbaar zijn voor alarmmeldingen, ongeacht het tijdstip. Ze werd ongeveer 2 keer per week ‘s nachts of in het weekend uit bed gebeld, soms moest ze naar de vestiging toe komen.

De volgende dag moest ze toch ‘s morgens weer vroeg opstaan. In principe had mevrouw H. op dat moment drie functies: logistiek manager, regiomanager (24-uur oproepbaar) én hoofd verkoop.

In februari 1999 besloot het hoofdkantoor dat de bedrijfsprocessen in alle regio’s gelijk gemaakt moeten worden. Mevrouw H. werd aangewezen om in dat kader ook nog eens projectcoördinator te worden, zo kreeg ze na haar vakantie te horen.

De regiomanager had van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat afspraken voor haar gemaakt. H. moest hiervoor duizenden kilometers per maand reizen aangezien de vergaderingen overal in Nederland plaatsvonden. Haar manager vond dat ze dat er makkelijk bij kon doen: “Dat is voor jou toch geen probleem.”

Dit hield in dat H. een dubbelfunctie had van 24 uur per dag. Ze werkte ongeveer 60 uur per week om haar werkzaamheden af te kunnen ronden, voor zover mogelijk. Pauzes had ze niet; ze at brood tussen werkzaamheden door.

Geen tegenspraak

De manager duldde geen tegenspraak en heeft veel medewerkers ontslagen. Mevrouw H. was zelf ook bang haar baan te verliezen.

Mevrouw H. moest van hem medewerkers ontslaan. Ze zag hier geen reden toe maar hij vond dat zij niet in de cultuur pasten. Ze moest dossiers aanleggen en redenen zoeken om medewerkers te ontslaan. Dit ging enorm tegen haar gevoel in.

Mevrouw H. is na het ontslaan van een chauffeur door hem bedreigd. Hij belde haar onder andere thuis op met de boodschap ‘Ik krijg je wel’. Dat heeft ze niet durven uiten bij de manager. Ze heeft in opdracht van hem minstens vier mensen ontslagen.

Koninginnedag

Nog een voorbeeld. De manager wilde op Koninginnedag in 1999 een teambuildingsdag houden. Mevrouw H. vond dit niet zo’n goed idee, aangezien ze het met haar gezin wilde vieren. Maar hij dreigde dat als ze niet zou komen ze uit het managementteam gezet zou worden.

H. durfde indertijd niet meer alleen te rijden; haar man bracht haar naar de locatie, een paar uur rijden vanaf haar huis. Tijdens de dag barstte ze in huilen uit en zijn ze naar huis teruggegaan. Toen ging definitief ‘het licht’ uit.