Er zijn drie vooruitstrevende regelingen voor medewerkers in de Ambulancezorg. Het gaat om de Vrijwillige Vertrekregeling, het Vitaliteitspact en de Tijdspaarregeling. Wij beantwoorden hier graag de meestgestelde vragen.
De vragen en antwoorden zijn per regeling genummerd volgens de artikelen.
Er is gekozen voor de neutrale naam Vrijwillige Vertrekregeling. In Nederland wordt nog veel gesproken over wat precies een zwaar beroep is. De sector ambulancezorg wil daar nu geen standpunt over innemen.
Met deze regeling maken we gebruik van de mogelijkheden van de nieuwe wetgeving over RVU en verlofsparen. Daardoor kunnen er afspraken worden gemaakt voor medewerkers die hun werk niet meer tot de AOW-leeftijd kunnen volhouden. Zo proberen we medewerkers toch zo goed mogelijk te helpen.
Met vrijwillig wordt bedoeld dat de werknemer zelf kiest of hij gebruik wil maken van de regeling. De werkgever bepaalt dat dus niet alleen. Tegelijk is het voor de sector belangrijk om medewerkers zoveel mogelijk te behouden. Daarom moet eerder stoppen met werken geen automatische keuze zijn. Werkgever en werknemer moeten samen kijken naar een goede oplossing. Als de werkgever een goed alternatief aanbiedt, dan moet daar serieus naar gekeken worden.
Het kan zijn dat de werkgever een andere oplossing aanbiedt, zodat de werknemer toch gezond kan doorwerken tot de AOW-leeftijd. Als gezondheid een rol speelt, kan de bedrijfsarts advies geven aan zowel de werkgever als de werknemer.
Komen werkgever en werknemer er samen niet uit? Dan kunnen één of beide partijen een onafhankelijke commissie inschakelen. Die commissie doet daarna een bindende uitspraak. Dat betekent dat beide partijen zich aan de beslissing moeten houden. De commissie kijkt welk belang het zwaarst weegt: het belang van de werkgever om de werknemer te behouden of het belang van de werknemer om gebruik te maken van de regeling. De cao-partijen maken nog extra afspraken over waar de commissie op moet letten bij die beoordeling. Net als iedere andere Nederlander mag een werknemer daarna nog naar de kantonrechter gaan.
De huidige wetgeving over RVU en verlofsparen loopt tot eind 2025. Daarom stopt ook deze regeling op dat moment. Deze afspraak komt uit het pensioenakkoord. De overheid denkt ondertussen na over een regeling voor de langere termijn. Cao-partijen volgen deze ontwikkelingen goed. De vakbonden willen graag dat er ook na 2025 een blijvende regeling komt, via de overheid of via de cao.
De AOW-leeftijd verandert regelmatig. Daarom moet je eerst goed bekijken wat jouw AOW-leeftijd is. Dat kun je opzoeken via informatie van de overheid. Daarna tel je 36 maanden terug vanaf jouw AOW-leeftijd. Kom je dan uit vóór 31 december 2025? Dan kun je deelnemen aan de regeling. Zie ook vraag 6,0 over de inzet van de vakbonden om de regeling ook na 2025 te behouden.
Nee, in principe mag dat niet. De regeling is bedoeld voor werknemers die het werk niet meer kunnen volhouden tot hun AOW-leeftijd. Als iemand nog wel gedeeltelijk kan werken, dan past de Regeling Vitaliteitspact misschien beter. Er zijn wel een paar uitzonderingen:
1. Mantelzorg mag wel, betaald of onbetaald.
2. Vrijwilligerswerk mag ook tijdens de regeling.
3. Werkte je al minimaal zes maanden vóór deelname buiten de sector in een betaalde baan? Dan mag je dat werk blijven doen tijdens de regeling. Je mag dat werk dan niet uitbreiden. Dat past namelijk niet bij het doel van de regeling. Zodra je de AOW-leeftijd bereikt, vervalt deze beperking.
De cao-partijen hebben duidelijke voorwaarden afgesproken. Zo blijft de regeling betaalbaar en gaat deze naar de juiste groep medewerkers. Daarom mogen er geen uitzonderingen worden gemaakt. Bij evaluaties kan later bekeken worden of de doelgroep groter moet worden. Bijvoorbeeld als blijkt dat de kosten lager zijn dan verwacht of als medewerkers die de regeling hard nodig hebben nu buiten de regeling vallen.
Werkgever en werknemer mogen natuurlijk wel altijd samen een individuele afspraak maken om uit elkaar te gaan. De werkgever kan daarbij gebruikmaken van de tijdelijke RVU-vrijstelling van de overheid. In dat geval betaalt de werkgever de kosten zelf. Ook gelden dan niet de voordelen van de collectieve regeling, zoals subsidie van het ministerie van SZW.
De regeling is gestart op 1 juli 2021. Daarom hebben cao-partijen afgesproken dat werkgevers soepel omgaan met aanvragen van medewerkers die al aan de voorwaarden voldoen voor de Vrijwillige Vertrekregeling of de Regeling Vitaliteitspact.
De wetgeving over RVU en verlofsparen loopt tot eind 2025. Daarom is ervoor gekozen om ook de Regeling Vitaliteitspact dan te laten stoppen. De komende jaren wordt bekeken hoe beide regelingen in de praktijk werken en welke ontwikkelingen er zijn in de politiek en de zorgsector.
De hoofdregel is dat je tijdens deelname aan de regeling gemiddeld minimaal 18 uur per week blijft werken. Voor sommige functies, vaak verpleegkundige functies, gelden wettelijke regels. Daarin staat dat medewerkers minimaal gemiddeld 24 uur per week moeten werken om hun functie goed uit te kunnen voeren. Alleen in die situaties mag een werkgever een minimum van 24 uur per week eisen.
Voorbeeld: een medewerker wil van 100% naar 80% werken.
Het contract wordt dan aangepast naar 80%. Ook de verlofrechten worden aangepast. Daarnaast krijgt de medewerker een garantietoelage van 10%. Die toelage telt mee voor arbeidsvoorwaarden die met geld te maken hebben, zoals pensioen, ORT, uurloon, eindejaarsuitkering en vakantiegeld. Daardoor werkt iemand uiteindelijk 80% van de tijd, maar ontvangt hij 90% salaris. Over de 10% salaris die de werknemer inlevert, kan gekozen worden om wel of geen pensioen op te bouwen volgens de regels van de cao.
Voorbeeld ABP en PFZW
Een medewerker wil van 100% naar 80% werken.
ABP:
- De medewerker krijgt 80% salaris plus 10% garantietoelage. In totaal is dat 90% salaris.
- De arbeidsvoorwaarden in tijd gaan naar 80%.
- Kiest de werknemer ervoor om pensioen op te bouwen over de ingeleverde 10%? Dan blijft het dienstverband administratief op 100% staan. Die 10% wordt verwerkt als onbetaald verlof.
- Kiest de werknemer daar niet voor? Dan wordt het dienstverband 90%.
PFZW:
- De medewerker krijgt 80% salaris plus 10% garantietoelage. In totaal is dat 90% salaris.
- De arbeidsvoorwaarden in tijd gaan naar 80%.
- Kiest de werknemer voor pensioenopbouw over de ingeleverde 10%? Dan moet daarvoor een formulier worden ingevuld.
- Kiest de werknemer daar niet voor? Dan is geen extra actie nodig en wordt pensioen opgebouwd over 90%.
De werkgever betaalt salaris over de helft van de uren waarvoor de werknemer is vrijgesteld. Dit salaris is zonder toeslagen. In de regeling staat dat werknemer en leidinggevende samen afspraken maken over werktijden en het rooster. ORT wordt daarom alleen betaald over de uren waarop echt onregelmatig gewerkt wordt. Dat geldt ook voor andere toeslagen die bij het rooster horen. Er wordt dus niet gewerkt met een gemiddelde berekening zoals bij sommige andere regelingen.
In de regeling staat dat werknemers hun eigen bijdrage mogen betalen met eigen tijdsbronnen, zoals gespaard verlof. Daarmee worden ook andere regelingen bedoeld waarbij tijd is opgebouwd. Bijvoorbeeld PLB-uren. De arbeidsovereenkomst blijft dan ook voor die uren bestaan. Met ‘gespaard verlof’ of ‘andere tijdspaarregelingen’ wordt dus meer bedoeld dan alleen de nieuwe Tijdspaarregeling. Die regeling is vooral bedoeld om langere periodes verlof op te nemen.
De nieuwe regeling maakt gebruik van de mogelijkheden van de wetgeving over RVU en tijdsparen. Werknemers mogen nu maximaal 100 weken sparen. Eerder was dat 50 weken.
De regeling past goed bij de praktijk in de sector. Veel medewerkers sparen nu al PLB-uren om eerder te kunnen stoppen met werken. Uit een enquête van de vakbonden blijkt ook dat veel medewerkers enthousiast zijn over tijdsparen. Vooral om eerder te stoppen met werken, maar ook voor een langere verlofperiode tussendoor.
Voor werkgevers heeft de regeling voordelen en nadelen. Een voordeel is dat werknemers op korte termijn meer inzetbaar zijn, omdat uren voor later worden opgespaard. Een nadeel is dat de gespaarde uren financieel op de balans moeten komen te staan. Er wordt nog gezocht naar manieren om die uren later extern onder te brengen.
Op dit moment nog niet. In de nieuwe cao na 1 juli 2021 gaan vakbonden en werkgevers verder praten over extra mogelijkheden. Nu mag een werknemer alleen tijd sparen uit deze bronnen:
Het is dus nog niet mogelijk om bijvoorbeeld meeruren van parttimers of compensatieverlof in deze regeling te gebruiken.
Ja. Je bepaalt zelf hoeveel tijd je spaart en uit welke bronnen uit de regeling. Je kunt bijvoorbeeld kiezen om alle ORT om te zetten in tijdsparen. Of alleen een deel daarvan. Je mag je keuze later ook aanpassen. Voor de werkgever moet dit wel goed uitvoerbaar blijven. Daarom spreek je jouw keuze steeds voor twaalf maanden af. Die afspraken worden vastgelegd in een tijdspaarovereenkomst tussen jou en je werkgever.
Na die twaalf maanden kun je dezelfde keuze houden of een nieuwe keuze maken.
De hoogte van de uitkering tijdens de FLO-overgangsregeling hangt af van het salaris in het peiljaar. Neem je tijdspaarverlof op tijdens die periode? Dan kan de uitkering lager worden. Dat komt doordat over opgenomen verlofuren geen toeslagen worden betaald.
De erfgenamen hebben dan recht op uitbetaling van het verlofsaldo dat nog niet is opgenomen.
Afspraken over tijdsparen worden gemaakt voor een jaar of langer. In overleg kunnen die afspraken tussendoor worden aangepast. Het gespaarde saldo blijft staan. Na herstel kan de medewerker alsnog verlof opnemen. Herstelt de medewerker niet en gaat hij uit dienst? Dan wordt het saldo meegenomen in de eindafrekening. Wordt iemand ziek tijdens het opnemen van verlof? Dan gelden dezelfde regels als bij ziekte tijdens vakantie.
Verlof opnemen of uitval door ziekte komt nooit goed uit in een rooster. Daarom moeten werkgever en werknemer hierover altijd overleggen. Omdat de aanvraagtermijn zes maanden is, heeft de werkgever meestal genoeg tijd om vervanging te regelen. Bijvoorbeeld met een oproepkracht of uitzendkracht.
Alleen in uitzonderlijke situaties kan het gebeuren dat verlof op een bepaald moment niet mogelijk is. Bijvoorbeeld als meerdere collega’s tegelijk verlof willen opnemen. In dat geval wordt gekeken of het verlof in een andere periode opgenomen kan worden.
Nee. Tijdens opgenomen tijdspaarverlof krijg je alleen het actuele uurloon zonder toeslagen.
Heb je na het lezen van de informatie op deze pagina nog vragen? Neem gerust contact met ons op. We helpen je graag.