Als je met pensioen gaat dan verandert er veel. In plaats van loon krijg je AOW en misschien een pensioenuitkering. Bekijk onze handige tips over wat er voor jou verandert in deze nieuwe levensfase.
Ongeveer zes maanden voordat je stopt met werken, krijg je een vragenlijst van je pensioenfonds. Deze vragenlijst moet je invullen en terugsturen. Met jouw antwoorden maakt het pensioenfonds een overzicht van het pensioen dat je gaat ontvangen.
Het pensioenfonds stuurt je daarna een zogenoemde pensioenofferte. In dit document staat hoeveel pensioen je krijgt. Je moet deze offerte ondertekenen en terugsturen. Meestal ontvang je deze ongeveer drie maanden vóór je eerste pensioendag.
Let op: niet ieder pensioenfonds neemt zelf contact met je op. Je bent en blijft daarom zelf verantwoordelijk voor het aanvragen van je pensioen.
De Sociale Verzekeringsbank (SVB) stuurt je ongeveer vier maanden vóór je AOW-leeftijd een bericht dat je AOW kunt aanvragen. Je kunt je AOW digitaal aanvragen of met een formulier. Woon je in het buitenland? Dan moet je zelf contact opnemen met de SVB om je AOW aan te vragen.
In het jaar dat je stopt met werken kun je te maken krijgen met een vervelende verrassing bij de belasting. Dat komt doordat je in dat jaar misschien meer dan één inkomen hebt, bijvoorbeeld salaris, pensioen en AOW.
Vaak wordt bij elk inkomen automatisch heffingskorting toegepast. Maar je hebt daar maar één keer recht op. Daardoor kan het gebeuren dat je te weinig belasting betaalt. De Belastingdienst stuurt je dan later een aanslag om de belasting alsnog te betalen.
Sommige mensen schrikken hiervan. Het is daarom verstandig om hier alvast geld voor opzij te zetten. Je kunt er ook voor zorgen dat maar één instantie de heffingskorting toepast, bijvoorbeeld de SVB.
Dit kun je zelf regelen met je pensioenfonds of met een andere instantie die een uitkering aan je betaalt. In het jaar waarin je de AOW-leeftijd bereikt, kun je ook te maken krijgen met de (alleenstaande)ouderenkorting.
Na je pensionering kan je inkomen hoger of lager zijn dan daarvoor. Dit kan gevolgen hebben voor je huurtoeslag of zorgtoeslag. Heb je een lager inkomen? Dan kun je recht hebben op meer toeslag.
Heb je een hoger inkomen? Dan kan het zijn dat je te veel huurtoeslag of zorgtoeslag ontvangt. Dat bedrag moet je later weer terugbetalen. De Belastingdienst kan je hierover informeren. Als FNV-lid kun je ook advies en hulp krijgen van Belastingservice FNV.
Voor elk jaar dat je verzekerd bent voor de AOW bouw je 2% AOW op. De opbouw begint vijftig jaar vóór jouw AOW-leeftijd. Je kunt AOW opbouwen tot het moment waarop je jouw AOW-leeftijd bereikt.
Na je AOW-leeftijd kun je blijven werken. Dit valt onder de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd. Vraag je werkgever naar de mogelijkheden.
Ontvang je (pre)pensioen en ga je weer werken, of werk je nog? Let dan goed op. Het kan zijn dat je daardoor minder (pre)pensioen krijgt. Soms is werken naast je (pre)pensioen zelfs niet toegestaan. Vraag daarom altijd bij je pensioenfonds na wat de regels zijn.
Heb je na het lezen van de informatie op deze pagina nog vragen? Neem gerust contact met ons op. We helpen je graag.