Toen Remco (50) als copywriter op een hogeschool werd aangenomen, zeiden zijn nieuwe collega’s: ‘Eindelijk, een man erbij!’ Op de afdeling communicatie is er veel gelijkheid tussen de (weinige) mannen en (vele) vrouwen. Maar in de communicatie gaat het toch ook nog wel eens mis. ‘Hoe zou jij het als man vinden als er voortdurend met ‘zij’ naar je zou worden verwezen?’
Nee, een ambitieuze vrouw is niet meteen bazig
‘De medewerker, de directeur, de buschauffeur: het zijn, taalkundig gezien, allemaal mannelijke woorden. In een tekst verwijzen we daar dus naar met: ‘hij’. Dat zegt niets over het geslacht van de medewerker/directeur/buschauffeur, het is een afspraak: iedereen wordt zo gewoon op dezelfde wijze aangesproken. Alhoewel, gewoon? Stel, je leest als vrouw: ‘Elke medewerker kan met een klacht terecht bij het klachtenpunt. Daar kan hij zijn zorgen delen en krijgt hij hulp om samen tot een oplossing te komen.’ Voel jij je dan net zo aangesproken als wanneer er ‘zij’ had gestaan? Ik denk het niet. Lees nu maar eens, als man: ‘Elke medewerker kan met een klacht terecht bij het klachtenpunt. Daar kan zij haar zorgen delen en krijgt zij hulp om samen tot een oplossing te komen.’ En, voel jij je nog net zo aangesproken? Nee toch? Je zou als man bijna naar het klachtenpunt willen gaan om hierover te klagen.’
‘Op YouTube staat een video van een kringgesprek, met allerlei beroemde mensen uit de filmwereld. De actrice Meryl Streep zegt daar, vrij vertaald: ‘Vrouwen hebben hun hele leven in het huis van mannen gewoond, ze hebben de taal van mannen leren spreken. Ze beheersen die taal zo goed, dat ze er zelfs in kunnen dromen. Vrouwen spreken dus ‘mans’. Maar: mannen spreken geen ‘vrouws’. Zij dromen er niet in.’ Acteur Bradley Whitford reageert heel gevat: ‘Ik denk dat Meryl probeert te zeggen…’ Ik denk dat zowel in de woorden van Meryl Streep als in de mansplaining-grap van Whitford veel waarheid schuilt. Als een vrouw iets in haar eigen woorden zegt, willen mannen het meteen vertalen naar het ‘mans’. Ze verstaan het niet. Het zou mooi zijn als we uiteindelijk ook in het ‘vrouws’ zouden kunnen praten. En dromen.’
‘De woorden die wij gebruiken, zijn een uiting van onze cultuur. Verander je de cultuur, dan verandert de taal. Denk maar aan alle denigrerende woorden voor minderheden, die vroeger heel gebruikelijk waren en nu echt niet meer kunnen. Maar volgens mij werkt dat ook andersom. Je kan ook de cultuur helpen veranderen door je taalgebruik aan te passen. Als je bijvoorbeeld naar medewerkers verwijst met ‘hij, zij of hen’, spreek je meer mensen aan. Meer mensen voelen zich niet alleen gezien; ze wórden zo ook meer gezien.’
‘Ik ben mij in mijn werk steeds bewuster geworden van het belang van inclusief taalgebruik. Maar via de taal ben ik mij ook steeds bewuster geworden van mijn eigen gedrag. Als man heb je toch de neiging jezelf te willen laten gelden. Net even het laatste woord nemen, de overtreffende grap maken. Als je wat vaker stilstaat bij je woorden, helpt dat je ook bewust(er) te worden van jouw ingesleten patronen.’
‘Natuurlijk gaat het ook bij de meest welwillende medeman nog wel eens fout. Zoals bij iedereen die een nieuwe taal leert. Het is goed daar niet te krampachtig over te doen. Het helpt veel meer om iemand vriendelijk te corrigeren dan om die persoon in de hoek te zetten. Nee hoor mannen, er zijn niet opeens allerlei verboden woorden. Maar denk wel even na waarom je bepaalde woorden gebruikt. Waarom iemand ‘goed rijdt voor een vrouw’, of waarom het eigenlijk zo verbazend is als zij de printer weet te fixen. En complimentjes, op het uiterlijk? Ja hoor, die mag je gewoon geven. Maar zou ik dit ook zo zeggen tegen je moeder of dochter? Zeg je het om iemand zich goed te laten voelen, of heb je andere intenties? Want intenties, daar draait het uiteindelijk om.’
‘Ik merk bij mannen wel eens vermoeidheid op dit onderwerp. Moeten we nu echt al die teksten aanpassen? En mag ik dat nu ook al niet meer zeggen? Ik vind dat een gebrek aan inlevingsvermogen. Hoe zou jij het vinden als jij in teksten jezelf nooit herkent? Bovendien werkt het bevrijdend voor vrouwen én mannen. Nee, een ambitieuze vrouw is niet meteen bazig. En nee, er bestaat niet zoiets als vrouwenlogica. Maar ook: nee, mannen denken niet slechts aan één ding. Ze hoeven ook niet altijd sterk te zijn. Oh, en nooit meer pappadag zeggen, alsjeblieft.’
‘Een cultuur veranderen vraagt om een lange adem. Dat is geen reden om het niet te doen. Roze zien we als een typische meisjeskleur, toch? Maar vóór de Tweede Wereldoorlog werd roze juist als een mannelijke kleur gezien. Zo zie je maar: wat onwrikbaar lijkt in onze samenleving, is uiteindelijk vaak gewoon een conventie. Een afspraak die wij hebben gemaakt - en die we dus ook weer kunnen verbreken.’