Cookies op websites van de FNV

De FNV gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de websites zo goed mogelijk te laten functioneren. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig. Daarnaast maken we gebruik van marketing cookies om de website op jouw voorkeuren af te stemmen. Hiervoor kun je onderstaand toestemming geven. Je kunt je instellingen altijd weer wijzigen op de pagina over de cookies.

Functionele & analytische cookies: Cookies die nodig zijn om te zorgen dat de website naar behoren werkt en om analyse uit te voeren

Marketing cookies

:

Deze cookies gebruiken we om de website op jouw voorkeur af te stemmen.

Reacties politieke partijen op witboek Marktwerking

In het witboek Marktwerking analyseren we de gevolgen van marktwerking en delen we onze visie. Ook hebben we de politiek om hun reactie gevraagd. Die hebben we per partij samengevat in een paar regels. Wil je de uitgebreide reactie lezen, klik dan onder de samenvatting op ‘Lees de uitgebreide reactie’.

Politieke partijen reageren op witboek Marktwerking

PvdA

Klara Boonstra (directeur Wetenschappelijk Bureau PvdA) plaats het witboek in de discussie rond verdelingsvraagstukken van (semi)publieke goederen en diensten die altijd, maar zeker ook door de Corona crisis, gevoerd moet worden. Ze constateert dat marktwerking een besmette term is geworden omdat veel markten zijn gedereguleerd. Zonder regulering  wordt dan al gauw geld de enige prikkel die stuurt. Het debat zou wat haar betreft dan ook moeten gaan over betere en effectieve ordening van markten.

Over verdelingsvraagstukken en marktwerking tijdens de coronacrisis

Op dit moment wordt de opmaak van onze samenleving enorm op de proef gesteld, net als die van alle andere samenlevingen overigens. Hoe hebben wij die georganiseerd? Welke prikkels hebben we in regelsystemen gestopt om allerlei actoren zoals de overheid, de kinderopvang en de scholen en universiteiten, de burgers en de winkeliers, de werkgevers en de werknemers, zich op een bepaalde manier te laten gedragen? Is in Nederland voor geld alles te koop en krijgt degene die het kan betalen betere zorg? Of maakt het voor de vraag of de overheid je een bepaalde voorziening verschaft niet uit of je rijk of arm bent? Krijgt iedereen nu dezelfde zorg, ongeacht of je een restitutie, combinatie, natura of budgetpolis hebt afgesloten? Moet je de kinderopvang blijven betalen ook als je je kind niet naar de crèche kan brengen? En geldt dat ook voor je collegegeld als je geen onderwijs ontvangt? Ben je verzekerd voor werkloosheid, ook als voor jou geen premies zijn betaald omdat je zzp-er bent?

Het is opvallend (en verheugend) dat onze overheid tal van marktmechanismen in deze moeilijke tijden zonder veel woorden buiten werking stelt. Maar is dat een situatie die wij eigenlijk voor alle tijden wensen? Waarschijnlijk toch niet.

Verdelingsvraagstukken worden niet op elk moment in de geschiedenis op dezelfde manier beantwoord. Natuurlijk, markten zijn van alle tijden, of dat nu om de arbeidsmarkt of om de markten van goederen of diensten gaat. En met een markt is an sich niet per definitie zoveel mis. Vraag en aanbod moeten elkaar vinden, of dat nu om arbeid, vervoer of koekjes gaat. Er zijn maar weinig zaken te bedenken waarvoor dat niet geldt. Marktwerking is echter een besmette term geworden omdat veel markten zijn gedereguleerd. De markt kan in vele gevallen zijn gang gaan, zonder regulering en dan is al gauw geld de enige prikkel die stuurt. Verminderd is op vele terreinen de ordening van markten, die juist van ons land een sterke sociale markteconomie heeft gemaakt. Met niet alleen een sterke rol voor de overheid maar ook voor de sociale partners op de arbeidsmarkt. Het debat zou wat mij betreft dan ook niet moeten gaan over min of meer marktwerking, maar over betere en effectieve ordening van markten.

Een debat over ordening en regulering gaat niet over meer of minder, zoals bij marktwerking, maar over hoe de publieke en private belangen voor elk onderwerp apart op de beste manier kunnen worden ingericht en gewaarborgd. Dat zijn bij uitstek politieke onderwerpen, waarover best van mening mag worden verschilt. De vraag hoe markten moeten worden geordend is een veel inhoudelijker en kwalitatiever debat, dat broodnodig is. In plaats van elkaar om de oren te slaan met termen als neoliberalisme, moet de zoektocht vaar een rechtvaardiger samenleving immers gaan over de kwaliteit van de voorzieningen en de wijze waarop deze in de samenleving moeten worden verdeeld.

 

D66

Coen Brummer (directeur Wetenschappelijk Bureau D66) vindt het witboek een rijke waaier aan ervaringen van mensen die op cruciale plekken in onze samenleving werken. Hij geeft aan dat de afgelopen decennia publieke verantwoordelijkheden naar de markt zijn gebracht of opgegaan in mistige publiek-private samenwerkingen, waar niemand echt de baas over is. Dat is niet goed voor het vertrouwen in de overheid en dat is niet (altijd) goed voor de mensen die dit werk doen. Verder roept hij de vakbond op aandacht te hebben voor robotisering, flexibilisering en digitalisering om scherpe scheidslijnen in de samenleving te voorkomen.

De huidige én de toekomstige arbeidsmarkt moet beter

Ik vind het een witboek een rijke waaier aan ervaringen van mensen die op cruciale plekken in onze samenleving werken. Daarom heb ik het gelezen met plezier, met verwondering en soms ook met ergernis. Wat ik meeneem uit de verhalen, is dat het tijd is voor een herwaardering van de publieke sector. Dat begint bij de vraag: wat is eigenlijk precies die publieke sector? Wat moet publiek zijn en wat niet? En hoe willen we omgaan met mensen die werk doen waar we allemaal het belang van inzien? Dit witboek toont aan dat daar nog een boel te verbeteren valt. De afgelopen decennia zijn onder het mom van efficiëntie publieke verantwoordelijkheden naar de markt gebracht of opgegaan in mistige publiek-private samenwerkingen, waar niemand echt de baas over is. Dat is niet goed voor het vertrouwen in de overheid en dat is niet (altijd) goed voor de mensen die dit werk doen. Dat zie je duidelijk in dit witboek.

Graag wijs ik op nog een uitdaging, een die nog niet genoemd is in dit witboek. Het komend decennium is al bestempeld als de nieuwe roaring twenties, vol robotisering, flexibilisering en digitalisering. Als we niets doen, is een toename te verwachten van het aantal onzekere banen, bijvoorbeeld door robotisering op de arbeidsmarkt of door de voortdurende druk van vraag en aanbod via de ondoorzichtige werking van platforms en apps. Deze ontwikkelingen kunnen de scheidslijnen in de samenleving versterken. Het zou goed zijn als politieke partijen dit risico onderkennen en alles op alles te zetten om mensen voor te bereiden op verandering door deze in goede banen te leiden.

Laten we hopen dat dit witboek een aanzet is om de huidige én de toekomstige arbeidsmarkt te verbeteren.

 

SP

Ruud Kuin (hoofd Wetenschappelijk Bureau SP) noemt het heel goed nieuws dat de FNV met dit witboek voor een duidelijke visie en strategie kiest rond marktwerking. Hij constateert binnen de bond ook duidelijke en goede verandering van denken in vergelijking met 15 jaar geleden. Hij vindt het mooi dat deze visie ook met het geluid van leden wordt vertolkt. De SP hecht grote waarde aan de publieke sector en is altijd uitgesproken negatief geweest over de marktwerking. De SP onderschrijft dan ook de conclusies van het witboek.

Tijden veranderen, nu heel snel, en soms wat langzamer. Het is een jaar of 15 geleden dat ABVAKABO FNV, de FNV-vakbond voor de publieke sector, van mening was, dat zij zich niet actief moest bemoeien met de politieke besluitvorming over bijvoorbeeld marktwerking. Zij koos een ‘ambtelijke’ opstelling; de politiek kiest en besluit en de vakbond heeft te dealen met de gevolgen’. Hoe onhoudbaar dat was, werd al snel duidelijk. Bij de privatisering van een aantal gemeentelijke vuilnisophaaldiensten ontstond, naast ambtelijke ophaaldiensten, een private cao met goedkopere arbeidsvoorwaarden. Het werd daardoor een kwestie van tijd dat nagenoeg alle ophaaldiensten privaat werden. In de thuiszorg werd de aanbesteding geïntroduceerd. Al snel werd duidelijk dat de prijs leidend werd, en dat dit ten koste ging van de kwaliteit en de arbeidsvoorwaarden. De voorbeelden zijn, zoals ook in dit witboek is te zien, inmiddels talrijk. Politieke besluiten over hoogte van de budgetten, decentralisatie, verzelfstandiging, marktwerking, en privatisering hebben per definitie gevolgen voor de regie van de professional, de kwaliteit van het werk en de arbeidsvoorwaarden. De vakbond moet daar een visie en strategie op hebben. Het is dan ook heel goed nieuws dat de FNV dat nu duidelijk doet in dit witboek. En nog mooier om te zien dat dit vooral is gebeurd aan de hand van de ervaringen van de werkvloer.

De SP hecht grote waarde aan de publieke sector en is altijd uitgesproken negatief geweest over de marktwerking. Roel Kuiper, voormalig eerste kamerlid CU, constateerde dat de SP in de jaren negentig de eerste en enige partij was, die zich verzette tegen vermarkting van de publieke sector. ‘De prijs voor het ombouwen van de warme verzorgingsstaat naar een kille waarborgstaat is hoog. De medewerkers verliezen het vertrouwen in het beleid van de overheid. Ik pleit voor de wederopbouw van de beschaving’, aldus Jan Marijnissen in 1996. Een paar jaar later lanceert hij met veel prominente Nederlanders het manifest: Stop de uitverkoop van de beschaving. In een uitgave van het Wetenschappelijk Bureau van de SP van 2005 met als titel: ‘De zorg is geen markt’ wordt geconstateerd dat: ‘..er geen enkel bewijs is dat concurrentie in de zorg werkbaar is en de snel stijgende kosten weet te beheersen.’ Agnes Kant verwoordt het als fractievoorzitter in 2008 zo: ‘De markt heeft geen moraal, geen publiek belang, en geen solidariteit. De markt maakt meer kapot dan ons lief is.’ Het Wetenschappelijk Bureau van de SP start in datzelfde jaar een onderzoek naar de staat van de publieke sector. In een periode van 8 jaar (2008-2016) spreken we met 60.000 werkers uit alle delen van de publieke sector. Het leidt tot het rapport: ‘De publieke sector aan het woord’. De ervaringen en conclusies lijken erg veel op die van het witboek van de FNV.

De verzorgingsstaat werd afgebroken en publieke voorzieningen werden aan de markt overgelaten. Schaalvergroting en concurrentie werden de standaard, onder de dekmantel van efficiency. We kregen meer bureaucratie, minder kwaliteit en veelal een hogere prijs. De menselijke maat is weg, en nu betaalt de samenleving een zware prijs voor die drang naar schaalvergroting en concurrentie. We moeten wat de SP betreft de markt terugdringen en investeren in dat wat van ons allemaal is. Goede zorg, goed onderwijs, betaalbare woningen, betaalbaar openbaar vervoer, en duurzame energie. En we geven de zeggenschap weer aan de mensen die het werk doen. De SP onderschrijft dan ook de conclusies van het Witboek.

 

CDA

Arjen Siegmann (Wetenschapper Wetenschappelijk instituut CDA) vindt dat de medewerkers in het witboek uit de zorg 100% gelijk hebben en het kunnen onderscheiden van markt en niet-marktsectoren cruciaal is. Ook onderschrijft hij het belang van goede aanbestedingen en contracten. Dit witboek laat daar volgens hem goed de knelpunten zien. Wel stelt hij – vanuit de waarde rentmeesterschap - vragen over de betaalbaarheid en van de zorg. Ook vraagt hij zich af hoe de roep om solidariteit via vaste contracten zich verhoud tot een wereld met steeds meer ZZP’ers.

Met het witboek heeft FNV een stuk afgeleverd dat er mag zijn. De werknemers in de zorg: zij hebben 100% gelijk. Het kunnen onderscheiden van markt en niet-marktsectoren in de economie: cruciaal. En het belang van goede contracten en aanbesteding: helemaal waar. Dit is een stuk dat goed weergeeft waar we staan in Nederland met het aanbesteden van (semi)publieke diensten en waar de knelpunten zich bevinden.

Denkend vanuit dit stuk kom ik dan op een aantal nieuwe vragen, die ik hierbij zou willen stellen. Ze komen op uit mijn eigen traditie, die van het christendemocratisch denken over markt en overheid. En vanwege de beperkte ruimte zijn ze kort. Ik ben uiteraard bereid tot discussie in het openbaar, zoals die er hopelijk na afloop van de coronacrisis weer gaat komen.

Ten eerste de betaalbaarheid van de zorg. Het witboek stelt terecht dat veel decentralisaties gepaard zijn gegaan met bezuinigingen. Maar je kunt het ook omdraaien: een decentrale uitvoering met marktwerking leek de beste, of enige, manier om de zorg betaalbaar te houden. Nieuwe vormen van organisatie zullen daar ook een antwoord op moeten geven: hoe houden we het betaalbaar? In de christendemocratie hechten we erg aan dit aspect van rentmeesterschap.

Ten tweede de marktwerking. Er wordt nu heel veel verdiend aan thuishulp en thuiszorg zegt men, door ‘snelle jongens’. Maar is dat juist niet een argument vóór marktwerking? Er zijn kennelijk veel mensen met initiatief die klanten weten te vinden en nuttige hulp aanbieden. En nog geld overhouden. Zou je dan niet eerder kritisch naar de hoogte van de tarieven moeten kijken, in plaats van ‘de markt’ de schuld te geven? Hoe kunnen we gespreide verantwoordelijkheid vorm geven?

Ten derde (en slot): wat als er nog veel meer ZZP’ers bijkomen? Het economisch bureau van ING schat in dat het er wel eens 2 miljoen zouden kunnen worden. Zij zullen zich op nieuwe manieren organiseren, bijvoorbeeld via platforms waar ze hun diensten aanbieden. Publieke gerechtigheid en solidariteit wordt nu al snel ingevuld als ‘geef vaste contracten’, maar moeten we niet een pas op de plaats maken? Heel veel is nog niet duidelijk.

 

GroenLinks

Robbert Bodegraven (directeur Wetenschappelijk Bureau GroenLinks) vindt dat de FNV een waardevol rapport toevoegt aan de inmiddels indrukwekkende hoeveelheid publicaties over marktwerking in de publieke sector. De interviews maken nog eens indringend duidelijk wat er aan schort. De oproep aan de overheid om als opdrachtgever verantwoordelijkheid te nemen voor goede en eerlijke arbeidsvoorwaarden kan de politiek zich direct ter harte nemen. Wel zou hij graag nog extra nadruk willen leggen op meer medezeggenschap en de precieze vormen waarop marktwerking kan worden teruggebracht.

Kritiek op marktwerking, als onderdeel van bredere kritiek op neoliberalisme en het moderne kapitalisme, zet de toon in veel maatschappelijke en politieke debatten. Vooral als het over onze publieke sector gaat moet de vrije markt het ontgelden. Niet verwonderlijk. Problemen in de zorg, in het onderwijs, bij de politie en tal van andere beroepsgroepen in de publieke sector laten zien dat er iets grondig is misgegaan. Nu we midden in een gezondheidscrisis zitten die een dringend beroep doet op onze publieke sector, zien we waar dat toe geleid heeft. Een krakend zorgsysteem, veel eenzaamheid en dreigende ontslagen bij geprivatiseerde publieke dienstverleners.

Marktwerking heeft haar voordelen en leidt onmiskenbaar tot goede en mooie dingen. Soms komen vraag en aanbod moeiteloos samen en bereiken een optimaal evenwicht. Voor consumentenproducten als tv’s of koelkasten gaat het doorgaans prima. Daar zorgt de markt voor een optimum en de best mogelijke prijs. Voor diensten die als een publiek goed in een eerlijke verhouding verdeeld moeten worden in de samenleving werkt het dikwijls minder goed. Daar vraagt de vrijheid van de markt om regulering door een partij die kaders stelt en richting bepaalt. Een marktmeester die niet het kostenoptimum maar de kwaliteit als hoogste doel kiest. Een tv en een koelkast willen we voor de beste prijs. Zorg en onderwijs willen we met de beste kwaliteit. Zo’n rol als marktmeester past de overheid.

Kwaliteit in plaats van winst

‘Goed Publiek Werk’, het witboek dat de FNV nu lanceert, voegt een waardevol rapport toe aan de inmiddels indrukwekkende hoeveelheid publicaties over marktwerking in de publieke sector. Eminences grises uit de politiek als Herman Tjeenk Willink en Roel Kuiper schreven er behartenswaardige boeken over, denktank WRR publiceerde meerdere rapporten over publieke sector en markt en ook mijn eigen partij, GroenLinks, presenteerde recent de initiatiefnota ‘Samen de Baas’ over het terugdringen van marktwerking in de publieke sector. Stuk voor stuk belangrijke publicaties, die net als het FNV witboek wijzen op de teloorgang van onze publieke sector. De FNV spreekt zelfs van betonrot, een goed gekozen term die de langzame afbraak van kwaliteit in de sector plastisch verbeeldt.
Zoals van de FNV verwacht mag worden, komen in het witboek mensen aan het woord die in de dagelijkse praktijk oplopen tegen de gevolgen van de sinds de jaren tachtig ingevoerde marktwerking. In de zorg, in het openbaar vervoer, in de schoonmaaksector en bij de publieke omroep. De testimonials van al deze mensen maken nog eens indringend duidelijk wat er aan schort. Ze ervaren te weinig waardering, hebben te weinig grip op hun werk, merken dat er over hun hoofden heen besloten wordt over de invulling van hun werk en uiten hun onbegrip over managers en bureaucratie. Organisaties in de publieke sector zijn door technocratische managers gestuurde ‘geldmachines’ geworden, in plaats van democratisch georganiseerde ‘werkgemeenschappen’. FNV pleit er in dit witboek voor in de publieke sector voor organisatievormen te kiezen waarbij samenwerking, vakmanschap, de kwaliteit van het product en het primaire proces centraal staan. Daarin sluit dit pleidooi mooi aan bij de andere, eerder genoemde publicaties.

Nationalisatie?

Om die omslag te maken ziet FNV de oplossing in twee aanpassingen. Allereerst zullen er politieke keuzes gemaakt moeten worden. Niet de markt, maar de politiek moet ervoor zorgen dat publieke diensten die niet failliet mogen gaan verschoond blijven van marktwerking. Hetzelfde geldt voor publieke diensten die uit aan elkaar geknoopte netwerken bestaat, zoals het openbaar vervoer. En ook die delen van de publieke sector waar aanbieder en afnemer niet over dezelfde informatie kunnen beschikken zouden buiten marktwerking gesteld moeten worden.

Politieke keuzes zijn hier zeker nodig en de FNV heeft volledig gelijk als ze de politiek oproept hier meer en beter te reguleren. Maar het had best een stapje verder mogen gaan. Want welk alternatief stelt FNV voor? Gaat het erom de vrije markt hier te beteugelen? Of zoekt FNV de oplossing in het opheffen van marktwerking? Pleit het voor nationalisatie van al het trein-, bus- en tramverkeer (geen gek idee)? Wil het de zorg in zijn geheel in handen van de overheid plaatsen (misschien een minder goed idee)? Het wordt niet duidelijk, terwijl een heldere stellingname hier wel gewenst is.

Het tweede deel van de aanbevelingen richt zich op arbeidsvoorwaarden. De oproep aan de overheid om, als opdrachtgever in de publieke sector, verantwoordelijkheid te nemen voor goede en eerlijke arbeidsvoorwaarden is heel terecht en kan de politiek direct ter harte nemen.

Meer zeggenschap

In dit mooie FNV witboek blijft toch ook nog een belangrijk aspect onderbelicht.  Uit de vele testimonials blijkt duidelijk dat als er één ding is dat werknemers in de publieke sector wensen, dat meer zeggenschap is. In de aanbevelingen komt dat nauwelijks aan bod. Dat lijkt me een gemis. Gebrek aan zeggenschap is immers misschien wel de belangrijkste oorzaak voor veel frustraties en uitval bij mensen die onze publieke sector overeind houden. Bij de leerkrachten op de basisschool, waarvan een kwart na afstuderen van de pabo het onderwijs weer verlaat. Bij de middelbare schooldocenten, waar dertig procent het onderwijs voor hun dertigste weer verlaat. En bij de zorgverleners, waarvan jaarlijks bijna twintig procent zijn werkgever vaarwel zegt.
Dat gebrek aan zeggenschap is een rechtstreeks gevolg van toegenomen marktwerking in de zorg. Sinds in de jaren tachtig het New Public Management zijn intrede deed in de publieke sector moest alles efficiënter en goedkoper. De werkwijze in het bedrijfsleven moest als lichtend voorbeeld gevolgd worden. Leidinggevenden met lange praktijkervaring werden ingewisseld voor managers met een bedrijfskundige achtergrond maar zonder ook maar een dag ervaring in de praktijk van het werk. Zeggenschap kwam steeds hoger in de organisatie te liggen, vaak tot op het niveau van toezichthouders die nooit iemand uit de praktijk zagen of spraken.

Die afstand leidde tot wantrouwen en bureaucratie. En tot hoge werkdruk, uitval en veel, heel veel frustratie. Niet voor niks nam de laatste jaren het aantal zzp-ers in de zorg met vijftig procent toe, en verdubbelde het aantal zzp-ers in het onderwijs. Het is voor mensen die met hart en ziel in de publieke sector werken vrijwel de enige manier om zich aan de verstikkende regeldruk en het gebrek aan invloed op het werk te ontworstelen.

Het teruggeven van zeggenschap aan de mensen die het uitvoerende werk in de publieke sector doen is dan ook hoognodig. Door werknemers recht op inspraak te geven in de besluiten die bestuurders en managers nemen. De professionals op de werkvloer hebben immers onmisbare kennis van de dagelijkse praktijk. Ze hebben bovendien de inhoudelijke expertise die cruciaal is voor de uitvoering van hun werk. Verder zouden de professionals het recht moeten krijgen om mee te beslissen wie hun toezichthouders worden. Managers moeten weer mensen worden die de praktijk van het werk kennen. En de menselijke maat moet weer terug in de publieke sector. De geleidelijke schaalvergroting in zorg, onderwijs, politie en andere publieke diensten heeft voor grotere anonimiteit gezorgd. En leidde tot een afname van betrokkenheid van professionals die het uitvoerende werk doen. Terug naar kleinschaligheid vergroot de betrokkenheid van de mensen op de werkvloer bij de organisatie en geeft meer mogelijkheden om invloed uit te oefenen op het werk. In de Initiatiefnota ‘Samen de Baas’ van GroenLinks worden concrete aanbevelingen gedaan om de zeggenschap langs deze lijnen te versterken.

Het FNV witboek ‘Goed Publiek Werk’ biedt een waardevolle analyse en bruikbare inzichten voor aanpassingen in de publieke sector. Een sector waarvan het belang tijdens de Corona-crisis duidelijker dan ooit onderstreept wordt. Als we erin slagen de inzichten en aanbevelingen van de FNV samen te brengen met die van kennisinstituten en experts en die van politieke partijen met een gelijkluidende agenda, dan moet het lukken om de publieke sector weer terug te brengen naar waar het hoort: strevend naar de hoogst mogelijke kwaliteit in dienst van de samenleving en haar burgers.