Sjoerd de Boer, directeur van Nederlands stekkenbedrijf Xclusive Cuttings in Oeganda
Doordat zij trainingen en een uitwisseling in Nederland kreeg, is de hele organisatie professioneler geworden. Daar profiteren de werknemers van, maar ook wij als bedrijven. Uiteindelijk hebben we allemaal belang bij rust en stabiliteit.
Directeur Sjoerd de Boer van stekkenbedrijf Xclusive Cuttings ziet dat de relatie tussen werkgevers en de Oegandese bloemenbond een opmerkelijke transformatie heeft doorgemaakt. Waar gesprekken vroeger vaak uitliepen op confrontaties, is er tegenwoordig sprake van een constructieve sociale dialoog. De steun van Mondiaal FNV heeft hierin, volgens Sjoerd, een doorslaggevende rol gespeeld.
“De relatie met de vakbond was in het verleden zeer moeizaam,” vertelt Sjoerd de Boer, directeur van Xclusive Cuttings, een Nederlands tuinbouwbedrijf in Oeganda dat stekken produceert voor de Nederlandse tuinbouwsector. “Eerder was er eigenlijk continue gedoe wat ook zorgde voor veel onrust onder de werknemers”, aldus de directeur.
En onrust is nooit goed, legt de directeur uit. “Bij onrust zijn mensen er met hun hoofd niet meer bij, wat leidt tot een lagere productie, mindere kwaliteit en uiteindelijk zelfs het missen van orders en ontevreden klanten. Een goede sociale dialoog is daarom geen luxe, maar pure noodzaak, zeker voor de Oegandese tuinbouwsector die arbeidsintensief is en waar meer dan tienduizend mensen werkzaam zijn”, glimlacht de directeur.
Sjoerd noemt het daarom ‘een goede zaak’ dat Mondiaal FNV met de Oegandese bloemenbond UHISPAWU is gaan samenwerken. “De trainingen en capaciteitsopbouw heeft de professionaliteit van de vakbond vergroot. En de ervaring en kennis die Mondiaal FNV heeft ingebracht, heeft de Oegandese vakbond naar een hoger niveau gebracht.”
Ook de scholing van de vakbondsvoorzitter had, volgens de directeur, veel impact. “In Oeganda is een voorzitter van een vakbond altijd sterk bepalend. Doordat zij trainingen en een uitwisseling in Nederland kreeg, is de hele organisatie professioneler geworden. Daar profiteren de werknemers van, maar ook wij als bedrijven. Uiteindelijk hebben we allemaal belang bij rust en stabiliteit.”
Vandaag de dag is de situatie hierdoor gelukkig sterk verbeterd. “Als er iets speelt, kunnen we om de tafel gaan zitten en de kwestie uitpraten. Het contact is veel laagdrempeliger waarbij formele overleggen via HR gaan maar ik ook regelmatig informeel overleg heb rechtstreeks met de vakbondsvoorzitster.” Volgens Sjoerd is inmiddels bij de vakbond meer het bewustzijn gegroeid dat bedrijven ook moeten overleven, omdat bij een faillissement werknemers uiteindelijk hun baan zullen verliezen.
Toch blijven de onderhandelingen soms stevig. Vakbonden zetten hoog in voor loonsverhogingen, terwijl werkgevers worstelen met stijgende kosten door inflatie, hogere prijzen voor luchtvaarttransport en wisselkoersschommelingen. “Er zijn nou eenmaal tegengestelde belangen,” vertelt Sjoerd. “Maar het verschil is dat we nu met elkaar blijven praten en elkaars positie beter begrijpen. De vakbond ziet tegenwoordig dus ook in dat bedrijven moeten kunnen overleven. En het lukt ons hierdoor om tot overeenkomsten te komen over salarissen en de cao.”
Vakbond UHISPAWU strijdt ondertussen hard voor een leefbaar loon. Sjoerd heeft echter moeite met deze term. “Er zijn bepaalde leefbare lonen gedefinieerd waar wij echter niet aan voldoen. Hiermee zeg je eigenlijk dat onze salarissen of onze arbeidsvoorwaarden geen leefbaar loon opleveren. Terwijl wij 550 mensen aan het werk hebben, die wel een goed leven kunnen leiden van de salarissen die wij betalen. Wat dat betreft vind ik de term leefbaar loon discutabel.”
Tegelijkertijd zou de directeur graag zien dat de situatie voor zijn werknemers nog verder verbeterd, maar is dit lastig. “Uiteraard is het niet voor allemaal een leven zoals wij dat gewend zijn. Dat is zeker waar. Wij zouden natuurlijk ook graag willen dat dat anders was, en dat het lonen zouden zijn waarbij de werknemers zich nog meer zouden kunnen permitteren. Aan de andere kant heb je nou eenmaal te maken met een land, met de gemiddelde salariskosten van een land. Wat dat betreft, zijn wij als Nederlands tuinbouwbedrijf wel trots dat we bovengemiddeld betalen.”
Voor de toekomst hoopt Sjoerd dat de sector op dezelfde voet kan doorgaan qua communicatie en samenwerking met de vakbond. “Tegengestelde belangen zullen er altijd zijn en hopelijk kunnen we strubbelingen in de toekomst nog sneller oplossen. Maar als we blijven investeren in dialoog en samenwerking, houden we de sector stabiel en gezond. En dat is in ieders belang.”