René Kouwenhoven is bestuurder internationaal industrie & agrarisch bij vakbond FNV.
FNV-vakbondsbestuurder René Kouwenhoven kan zich de opmerking van de Nederlandse bloemenboer in Oeganda nog goed herinneren, helemaal in het begin van de samenwerking. “De man zei me best bang te zijn geweest dat de FNV ook kwam meepraten. Maar tijdens het eerste gesprek viel het hem alleszins mee en kwam hij erachter dat er met ons als vakbond eigenlijk heel normaal te praten viel”, grinnikt René.
“Ik denk dat dat besef de eerste stap is geweest – een soort van bindmiddel – wat de werkgevers deed realiseren dat je nou eenmaal niet zonder elkaar kunt maar met een vakbond moet samenwerken”, vervolgt de bestuurder internationaal industrie & agrarisch bij vakcentrale FNV. “En dat het hen ook vertrouwen heeft gegeven. Dat wij als FNV de Oegandese vakbond UHISPAWU als het ware weer in hun kracht hebben kunnen zetten. En hierdoor durfden de werkgevers weer met de Oegandese bloemenbond om de tafel.”
De samenwerking tussen FNV en de Oegandese bloemenbond UHISPAWU startte in 2015. “Wij werden benaderd door de Nederlandse ambassade in Kampala. Die vroeg ons of wij wat konden betekenen voor de bloemenindustrie in Oeganda, omdat er een enorme chaos was ontstaan door corrupte bestuursleden binnen de toen bestaande vakbond”, herinnert René zich. Al gauw werd het corrupte bestuur weggestemd door de leden. Maar daarvoor in de plaats trad een extreem jong bestuur aan met nauwelijks kennis of ervaring in het vakbondswerk.
“Als FNV zijn we gaan kijken hoe we het jonge bestuur konden ondersteunen. Zo had de bloemenbond toen de gewoonte om direct - als allereerste middel – het werk neer te leggen, om zo werkgevers te dwingen om aan tafel te komen. Wij legden hen uit dat we in Nederland gebruikmaken van een zogeheten escalatieladder, waarbij je eerst met elkaar om de tafel gaat om te kijken welke verbeteringsvoorstellen je hebt, zowel van werkgevers- als werknemerszijde. En je staken vaak enkel pas als laatste redmiddel doet. Al vrij snel heeft ook UHISPAWU die escalatieladder geïmplementeerd, en liet de werkgevers daarmee zien een veel betrouwbaardere onderhandelingspartner te worden.”
Een ander wapenfeit is dat UHISPAWU erin is geslaagd om industriële erkenning te krijgen. “Eerst moest de bond per bedrijf onderhandelen. Maar stap voor stap is het hen gelukt om afspraken op collectief niveau te gaan maken, waardoor voor de hele bloemen- en plantensector in Oeganda er nu één cao ligt”, legt de FNV-bestuurder uit.
René heeft het jonge bestuur van UHISPAWU in de afgelopen jaren veel geleerd over effectief onderhandelen. “Je moet eerst werken aan een relatie, voordat je überhaupt iets van elkaar kunt vragen. En die relatie moet continu worden onderhouden”, stelt de FNV-bestuurder. “Dat hebben we ook in rollenspellen geoefend. En deze lessen pikten ze heel snel op en passen ze nu volop toe in hun dagelijkse werk met de werkgevers.”
Als we de prijs van een bosje bloemen in de Nederlandse supermarkten met 1 euro zouden verhogen dan zou in Oeganda elke werknemer een leefbaar loon kunnen verdienen.
René beaamt dat er veel bereikt is in de bloemensector in Oeganda. Maar het steekt de FNV-bestuurder dat de lonen nog altijd ver verwijderd zijn van een leefbaar loon. “Veel van de bloemenbedrijven staan tegenwoordig welwillend tegenover het verbeteren van arbeidsomstandigheden en verhogen van de lonen. Probleem is echter dat er te veel geld wordt verdiend in de handel, en dan met name bij de supermarkten. En dat er over de gehele keten genomen te weinig geld naar de producerende bedrijven gaat, om daarmee lonen te kunnen verhogen”, stelt René. “Als we de prijs van een bosje bloemen in de Nederlandse supermarkten met 1 euro zouden verhogen, of als de supermarktbedrijven zouden aanvaarden om niet meer zulke megalomane winsten te draaien, dan zou in Oeganda elke werknemer een leefbaar loon kunnen verdienen. Maar de supermarktbedrijven houden dit tegen. En dit is vreselijk frustrerend.”
De FNV-bestuurder is daarom blij dat de Oegandese bloemenbond sinds enkele jaren meepraat binnen de internationale vakbondskoepel IUF. “Bloemenlanden als Ethiopië, Ecuador en Colombia lopen tegen precies hetzelfde probleem aan. De vakbonden uit deze verschillende landen moeten daarom gaan samenwerken om een hardere vuist te maken”, stelt René. “Hopelijk kunnen ze supermarktbedrijven zo uiteindelijk dwingen om minder grote winsten te gaan draaien, waardoor de producerende werknemers eindelijk een leefbaar loon kunnen gaan verdienen.”