Met steun van de FNV heeft de Oegandese bloemenbond UHISPAWU in de afgelopen tien jaar veel bereikt. Hogere salarissen, betere en veiligere arbeidsomstandigheden en een sterke sociale dialoog met de werkgevers. Maar de strijd is nog niet voorbij. In internationaal verband vecht de bond door voor een leefbaar loon voor werknemers in alle bloemenlanden in de wereld.
Foto: Janepher in gesprek met leden van de vakbond
“Onlangs besefte ik opeens hoeveel er voor ons is veranderd”, glimlacht Janepher Nassali, de algemeen secretaris van de Oegandese bloemenbond UHISPAWU. Dromerig kijkt ze naar buiten, vanuit het vakbondskantoortje aan de rand van het Oegandese stadje Entebbe.
“Tien jaar terug werden we als vakbondsbestuur amper binnengelaten bij de bloemenbedrijven. En als we een workshop wilden geven, mocht dat enkel aan de tientallen werknemers die al lid waren. Terwijl we tegenwoordig met veel van de bloemenbedrijven zeer constructief samenwerken. En trainingen meestal aan het hele bedrijf mogen geven, vaak inclusief het management. Wat dat betreft zijn de relaties in de afgelopen tien jaar enorm verbeterd en heeft de vakbond grote stappen gezet”, concludeert de algemeen secretaris trots.
De steun van FNV is daarbij instrumenteel geweest, stelt Janepher. Tien jaar terug vroeg de Nederlandse ambassade in Kampala de Nederlandse vakcentrale om hulp. In de Oegandese bloemensector was er enorme chaos ontstaan door corrupte bestuursleden binnen de toen bestaande vakbond. “Werkgevers en werknemers vertrouwden elkaar totaal niet meer”, herinnert Rosa van Wieringen, beleidsmedewerker Oost-Afrika van Mondiaal FNV zich, die vanwege de kwestie samen met FNV-bestuurder René Kouwenhoven naar Oeganda afreisde. “Niemand wilde meer met elkaar praten. Er waren enorme emoties en gigantische ruzies.”
Foto: Training in vakbondswerk van het jonge en onervaren bestuur van UHISPAWU in 2018.
Het corrupte bestuur werd weggestemd door de leden. Daarvoor in de plaats trad een zeer gemotiveerd maar piepjong bestuur aan, met nog nauwelijks kennis of ervaring in het vakbondswerk. “Prioriteit één was daarom hun capaciteit te versterken”, vertelt Rosa. “Zo wilden we ervoor zorgen dat ze beter leerden onderhandelen, beter gingen begrijpen hoe een vakbond werkt en beter leerden organiseren.”
Voorzitster Janepher had ontzettend veel aan de coaching van FNV-vakbondsbestuurder René, met name op het gebied van onderhandelen en sociale dialoog. “Zo leerde hij mij hoe belangrijk het is om eerst een goede relatie met een werkgever op te bouwen, alvorens je kunt gaan onderhandelen. En hoe je op een diplomatieke manier je gelijk kunt krijgen door rustig te blijven doorvragen.”
Ook hielp Mondiaal FNV de jonge vakbond om een gedegen financiële administratie op te bouwen, een meerjarenplan te ontwikkelen en een digitale ledenadministratie op te zetten. “Dit zorgde voor een complete professionaliseringsslag”, vertelt Tendayi Matimba, financieel projectmedewerker Afrika bij Mondiaal FNV.
UHISPAWU slaagde erin het vertrouwen van leden terug te winnen. In ledenaantal groeide het van 800 in 2015 naar de huidige 5000. Met haar toegenomen slagkracht heeft de vakbond al heel wat binnen de sector voor elkaar gekregen. Zo is het minimumloon voor snijbloemenbedrijven meer dan verdubbeld, van 21 euro naar 58 euro per maand, en bij stekjesbedrijven liggen de salarissen inmiddels nog hoger. Sectorwijd is een richtlijn tegen seksuele intimidatie ingevoerd, waardoor het aantal gevallen sterk is afgenomen. En op het gebied van arbeidsveiligheid en gezondheid houden bedrijven zich nu veel beter aan de voorschriften.
De vakbond heeft de afgelopen tien jaar veel verbeterd
concludeert de 35-jarige Shakira Tukula, werkneemster bij het Nederlandse stekbedrijf Dümen Orange in Oeganda. Zo is de werkcultuur enorm verbeterd dankzij de inzet van de bond en kennen werknemers beter hun rechten, vertelt de moeder van drie kinderen.
Foto: Shakira.
Ook de 33-jarige Stella Amviko is erg blij met de inzet van de vakbond. De moeder van drie kinderen werkt al ruim negen jaar bij het Oegandese bedrijf Premier Roses en kan zich nog goed herinneren hoe de situatie was toen ze er net begon. “Leidinggevenden dwongen ons regelmatig om bloemen te oogsten in kassen waar net was gespoten met giftige insecticiden. Meerdere collega’s van mij liepen hierdoor ernstige huiduitslag op”, vertelt de Oegandese.
Pas onder druk van de bloemenvakbond ging de werkgever de veiligheidsvoorschriften serieuzer nemen en werden de opzichters getraind om zich strikt aan de herbetredingstijden te houden na bespuiten van bloemen. “Gelukkig gaat dat nu goed”, glimlacht Stella.
Ondanks dat haar loon in de afgelopen negen jaar bijna verdrievoudigde van omgerekend 22,50 euro per maand naar 60,75 euro per maand, worstelt Stella nog altijd om rond te komen. “Helaas zijn de prijzen in Oeganda ook flink gestegen. En inmiddels heb ik schoolgaande kinderen. Het is daarom goed dat UHISPAWU zich blijft inzetten voor een leefbaar inkomen”, vindt de werkneemster.
Het steekt FNV-bestuurder René Kouwenhoven dat na al die jaren de lonen in de Oegandese bloemensector nog altijd ver verwijderd zijn van een leefbaar loon. “Veel van de bloemenbedrijven staan tegenwoordig welwillend tegenover het verhogen van de lonen. Probleem is echter dat er te veel geld wordt verdiend in de handel, en dan met name bij de supermarkten. En dat er over de gehele keten genomen hierdoor te weinig geld naar de producerende bedrijven gaat, om daarmee lonen te kunnen verhogen”, stelt René.
Foto: FNV-bestuurder René Kouwenhoven, still uit video 'Van crisis naar bloei: 10 jaar UHISPAWU'.
“Als we de prijs van een bosje bloemen in de Nederlandse supermarkten met 1 euro zouden verhogen, of als de supermarktbedrijven zouden aanvaarden om niet meer zulke megalomane winsten te draaien, dan zou in Oeganda elke werknemer een leefbaar loon kunnen verdienen. Maar de supermarktbedrijven houden dit tegen. Dit is vreselijk frustrerend.”
De FNV-bestuurder is daarom blij dat, met steun van Mondiaal FNV, de Oegandese bloemenbond sinds enkele jaren meepraat binnen de internationale vakbondskoepel IUF. “Andere bloemenlanden zoals Ethiopië, Ecuador en Colombia lopen tegen precies hetzelfde probleem aan. De vakbonden uit deze landen moeten daarom gaan samenwerken om een hardere vuist te maken”, stelt René.
Ook Janepher is vastberaden om zowel binnen Oeganda, als via haar internationale vakbondswerk bij IUF, zich in te blijven zetten voor een leefbaar loon. “Ik ben erg trots op wat UHISPAWU – in samenwerking met Mondiaal FNV – de afgelopen tien jaar heeft bereikt. Maar we zijn er echt nog niet. Het is echt belangrijk dat werknemers in de bloemensector een leefbaar loon gaan verdienen, zodat er een einde komt aan hun worsteling en ze eindelijk een respectabel leven kunnen gaan leiden.”