Cookies op websites van de FNV

De FNV gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de websites zo goed mogelijk te laten functioneren. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig.
Daarnaast maken we gebruik van tracking cookies om de website persoonlijker te maken en op jouw voorkeuren af te stemmen. Geef hieronder jouw toestemming. Je instellingen kun je altijd weer wijzigen op de pagina over Cookies.

Lees meer over onze cookies
Ik wil informatie op maat (tracking cookies)

Tracking cookies voor informatie op maat: met deze cookies kunnen we de informatie nog beter op je afstemmen. Als je ervoor kiest deze cookies niet te accepteren, dan is het nog steeds mogelijk gebruik te maken van onze websites maar kan het wel voorkomen dat bijvoorbeeld opnieuw gevraagd wordt een vragenlijst in te vullen als je dat al hebt gedaan.

Vakbondsintimidatie op Indonesische palmolieplantages

Redactie
Door Redactie 19 januari 2016

Dat het rommelt op de palmolieplantages in Indonesië is genoegzaam bekend. Bedrijven die zich het lot van milieu en werknemers aantrokken, verenigden zich in de Roundtable for Sustainable Palm Oil (RSPO), die voor certificering moest zorgen. Nu blijkt dat ook deelnemende plantages zich schuldig maken aan onder meer vakbondsintimidatie. De Indonesische journalist Parlindungan Sibuea uit Noord-Sumatra dook in hun wereld.

 

Tekst: Parlindungan Sibuea, journalist in Medan, Noord-Sumatra

Indonesië is na Maleisië de grootste producent van palmolie; samen zijn ze goed voor 85% van de totale productie van crude palm oil (CPO) wereldwijd. Toen 2 maanden geleden de ergste bosbranden sinds jaren in het land toesloegen, legde de milieubeweging de schuld bij de ongebreidelde conversie van veengebieden naar palmolieplantages. De RSPO is enkele jaren geleden opgezet om tot een beter en duurzamer systeem in de palmoliesector te komen. Maar hoe staat het nou met de werknemers in die palmolieplantages?

‘Verantwoordelijkheidsgevoel’

“Hoe zit het nou meneer? Ik hoor almaar geruchten dat ik binnenkort overgeplaatst ga worden naar een andere afdeling”, zegt Lestariman Zega, werknemer bij de RMM-plantage in Natal, Noord-Sumatra, bezorgd tegen zijn opzichter. RMM (Rimba Mujur Mahkota) is een plantagebedrijf met 5000 hectare oliepalm in het subdistrict Mandailing-Natal. Deze NV staat sinds 18 juni 2012 als lid ingeschreven bij RSPO (Roundtable for Sustainable Palm Oil) met het lidmaatschapsnummer 1-0124-12-000-00.

Dat wordt met trots op de toegangsborden geschreven, net als de principes van de RSPO. Met name onderdeel 6.6 van deze principes geeft aan dat een RSPO-gecertificeerd bedrijf alle ruimte moet geven aan haar werknemers om zich te organiseren in een onafhankelijke vakbond. Toch zijn de werkomstandigheden van de arbeiders van RMM verre van ideaal te noemen. Dit blijkt uit de recente gesprekken van FNV-delegatie met leden van de vakbond SERBUNDO in Mandailing-Natal, die door de ngo OPPUK, een FNV-partner, ondersteund wordt. De ontmoeting vond plaats in een van de huizen van de werknemers.

Gedwongen overplaatsingen

Overplaatsingen zonder duidelijke redenen vinden steeds vaker plaats sinds eind vorig jaar SERBUNDO actief is geworden. Werknemers zijn hier bang voor, omdat een nieuwe locatie vaak veel verder af ligt dan waar ze wonen. Het leven op een plantage is al geïsoleerd en niet alle palmoliebomen zijn hetzelfde. Het oogsten van jonge bomen, of van oude – en dus veel hogere – bomen vraagt om andere werktuigen en oogsttechnieken. Maar van weigeren is geen sprake. Begin november 2014 werden 2 werknemers, Ivan Lafao en Rudin Hulu, in RMM overgeplaatst naar een afdeling 5 kilometer verderop. Toen zij weigerden, kregen zij bijval van tientallen andere werknemers die gezamenlijk het werk neerlegden. Helaas zonder succes.

Ook vaste werknemers met een goede staat van dienst ontlopen de overplaatsing niet. “Ik kan maar niet snappen waarom ik overgeplaatst moest worden, terwijl ik gewoon de beste werknemer op afdeling VIII ben”, zegt Lestariman. Hij heeft sterk de indruk dat hij gepakt wordt vanwege zijn lidmaatschap bij SERBUNDO. Lestariman, Ivan en Lafao zijn allen shopstewards op hun respectievelijke afdelingen. Zij en andere collega’s zijn flink onder druk gezet om zich aan te sluiten bij de gele bond SPKP die door het bedrijf is opgericht. Toen zij dat weigerden, volgde meteen overplaatsing of zelfs ontslag.

Druk uitoefenen

Het is ook bekend dat het bedrijf via zijn vaste opzichters druk uitoefent op werknemers om zich bij SPKP aan te sluiten. Op afdeling V is de afdelingsopzichter zo ver gegaan dat hij een blanco velletje aan de werknemers voorlegde, dat zij dan moesten ondertekenen. Zo werden zij automatisch als lid van SPKP bijgeschreven. Op die manier zijn honderden werknemers tegen hun wil uitgeschreven bij SERBUNDO. De pogingen van SERBUNDO om in gesprek te komen met de bedrijfsleiding zijn sinds hun oprichting nooit gelukt.

Wel kwamen berichten van intimidatiepraktijken tegen SERBUNDO-leden binnen. Een van de eerste slachtoffers is Gema Wawaru, die als medewerker op afdeling II werkte. Begin januari 2015 werd hij naar de afdeling maintenance overgeplaatst. Hij weigerde en werd prompt ontslagen. Nu is er een nieuwe verordening die alle vaste werknemers verplicht het uniform van SPKP te dragen op de zaterdagse appel wanneer het weekloon wordt uitbetaald. Als ze weigeren, kunnen ze naar huis zonder betaling. Verder wordt de dagloners voorgespiegeld dat zij sneller een vast contract kunnen krijgen als zij maar uit SERBUNDO stappen.

Verjaagd door gewapende veiligheidsdienst

Het ergste overkwam de voorzitter van de SERBUNDO-bond, Aronaso Gulo, ook nog eens de beste werknemer  van afdeling II. Hij werd op 1 april 2015 zonder enige reden op staande voet ontslagen, evenals zijn vrouw. De veiligheidsdienst verjoeg hen gewapend met geweren uit hun dienstwoning; met hun 5 kinderen moesten zij onmiddellijk de plantage verlaten. Om te voorkomen dat hij ooit nog terug zou komen, werden posters met zijn foto opgehangen, waaronder in de kantine van de verwerkingsfabriek.

Al deze maatregelen van de bedrijfsleiding tegen SERBUNDO zijn een schaamteloze schending van de Indonesische arbeidswetgeving. SERBUNDO heeft dan ook dit geval van vakbondsintimidatie bij de autoriteiten gemeld, zelfs tot de minister van Arbeid, Hanif Dhakiri, aan toe. Ook zal er een klacht ingediend worden bij de klachtencommissie van de RSPO. Maar de plantagearbeiders laten de moed nog niet zakken. “Als je je overplaatsing niet kunt vermijden, volg dat dan maar op”, adviseert SERBUNDO-voorzitter Aronaso strijdvaardig. “Ook op andere afdelingen kun je nog werknemers organiseren en SERBUNDO sterker maken.” Hij heeft inmiddels weer werk gevonden op een andere plantage in Mandailing-Natal.

Lees meer:
Claim van echt duurzame palmolie twijfelachtig