De palmolie-industrie in Ghana is een van de snelst groeiende landbouwsectoren van het land en voorziet zowel in de lokale consumptie als in de export naar buurlanden. Maar achter de rooskleurige statistieken en economische waarde gaat het onbekende verhaal schuil van vrouwen wier zware arbeid de velden in stand houdt.
Op de uitgestrekte plantages van PSG Estate staan honderden vrouwen voor zonsopgang op om later onder de brandende zon te werken, te wieden en zware vruchtentrossen te verplaatsen. Die worden uiteindelijk verwerkt tot palmolie die op de markten in Ghana wordt verkocht. Hun werk is zwaar, maar hun vastberadenheid is groot.
Onder hen is de 40-jarige Regina Kudjo, die werkt als Empty Fruit Bunch (EFB)-verwerker, plaatselijk bekend als ‘Bonkete’. Ooit was ze huisvrouw, maar zeven jaar geleden kwam ze bij PSG Plantations werken toen de financiële situatie van haar familie verslechterde. “In het begin was ik onkruid aan het wieden”, herinnert ze zich, “maar nadat ik een operatie aan vleesbomen had ondergaan, hebben ze me vanwege mijn gezondheid overgeplaatst naar het verwerken van de trossen. Sindsdien ben ik hier.”
Regina’s werkdag begint om 8 uur ‘s ochtends en eindigt om 13.30 uur, maar ze komt pas rond 14.30 uur met de bus thuis. Wat een korte dag lijkt, zit vol met zwaar lichamelijk werk en strenge quota. “We worden erg moe”, zegt ze. “Iedereen moet voor sluitingstijd een doel van 80 trossen halen. Als je dat niet haalt, wordt je naam niet genoteerd voor betaling. Er is geen rust totdat het werk gedaan is.” Volgens het management geldt dit niet voor PSG-werknemers. Zij mogen eten, drinken en rusten op momenten dat zij dit zelf willen. In de loop der jaren is hun loon wel gestegen maar volgens de vrouwen eist het werk zijn tol. Velen hebben voortdurend last van pijn en zijn afhankelijk van pijnstillers of doktersbezoeken om daarmee om te gaan.
Toch zegt Regina dat ze het zich niet kan veroorloven om te stoppen. “Met mijn inkomen voed ik mijn gezin en betaal ik het schoolgeld van mijn twee kinderen. Zelfs als ik me niet goed voel, kom ik toch naar mijn werk”, geeft ze toe. “Elke baan is een baan. Ik ben dankbaar dat ik in ieder geval voor mijn gezin kan zorgen.”
Voor de 24-jarige Mary Addo is werken op de plantage zowel een manier om te overleven als een opstapje naar haar droom. Mary, die voortijdig de middelbare school heeft verlaten, zegt dat ze bij PSG is gaan werken nadat ze had gehoord over vacatures in haar gemeenschap. “Ik was niet geïnteresseerd in school”, legt ze uit. “Ik wilde kapster worden, dus besloot ik te gaan werken en daarvoor geld te sparen.” Vier jaar later is Mary’s enthousiasme geconfronteerd met de realiteit van zwaar werk. Haar dagelijkse quotum is 150 trossen en ze werkt tot 16.00 uur. “Het werk is zwaar”, zegt ze. “Na een paar minuten rust gaan we weer het veld in. We hebben bij het management geklaagd dat het te veel is.”
Mary’s grootste zorg, die door veel vrouwen wordt gedeeld, is dat ze zware palmolievruchten moet duwen, wat volgens haar buikpijn veroorzaakt. “Ik ben nog niet bevallen, dus ik ben gestopt met het duwen van de pitten.” Ze waardeert de inspanningen van het bedrijf om vrouwelijke werknemers te beschermen. “We hebben een goed beleid voor vrouwen en daar ben ik blij om”, voegt ze eraan toe.
Centraal in de zorgen van deze vrouwen staat Elizabeth Gyan, de opzichter en gendervertegenwoordiger van PSG Estate 2. Zij zorgt ervoor dat het genderbeleid van het bedrijf wordt nageleefd en dat elke werknemer, ongeacht zijn of haar functie, eerlijk wordt behandeld. “We staan niet toe dat iemand op basis van zijn of haar functie een ander intimideert of lastigvalt”, legt Elizabeth uit. “Als iemand schuldig wordt bevonden aan seksuele intimidatie of geweld, wordt hij of zij door het management aangepakt.”
Ze vertelt over een geval waarin een vrouw melding maakte van aanhoudende menstruatie na herhaaldelijk tillen van zware vruchten. “Toen ik dit meldde, kwam het management onmiddellijk in actie. Ze werd overgeplaatst naar een lichter werk op het oogstveld”, zegt Elizabeth. “We werken eraan dat vrouwen helemaal geen vruchten meer hoeven te dragen.”
Naast de zware werkdruk brengt de plantage ook risico’s met zich mee. Christiana Nketia, die meststoffen verspreidt over sommige delen van de plantage, beschrijft de gevaren waarmee werknemers dagelijks worden geconfronteerd. “Soms komen we slangen en andere gevaarlijke insecten tegen”, zegt ze. “Andere keren vallen we in gaten die bedekt zijn met onkruid. Het is riskant werk, maar onze leidinggevenden steunen ons wanneer we onze zorgen uiten.” Ondanks de moeilijkheden blijft ze hoopvol. "Het enige wat we vragen is dat het management onze salarissen blijft verhogen en onze arbeidsomstandigheden blijft verbeteren. We houden van ons werk, maar het moet wel veilig zijn.”
Wilson Amoah, de landgoedbeheerder van Landgoed 2, benadrukt het strenge beleid op de werkplek om vrouwen tegen intimidatie te beschermen. “We tolereren geen enkele vorm van seksuele intimidatie. Ongeacht je functie word je ontslagen als je schuldig wordt bevonden”, zegt hij. Zwangere werkneemsters krijgen ook medische hulp om hun gezondheid te beschermen.
Deze vrouwen vormen de onzichtbare ruggengraat van de palmolie-industrie in Ghana. Hun arbeid houdt de productie draaiende, stimuleert de economie en ondersteunt duizenden gezinnen. Ze staan voor zonsopgang op, werken ondanks pijn en uitputting door en gaan daarna nog naar huis om te koken, schoon te maken en voor hun kinderen te zorgen. Toch dragen ze hun veerkracht met stille trots.
Zoals Regina het zegt: “Ja, het is zwaar, maar als ik mijn kinderen naar school zie gaan, weet ik dat al dit werk de moeite waard is.” Hun verhalen herinneren ons eraan dat achter elke fles palmolie het zweet en de kracht schuilgaat van vrouwen wier opofferingen de groei van het land mogelijk maken.
Tekst: Rosemond Akuorkor Adjetey