“Zeker inspirerend”, noemt Emelia Ghansah het FNV-programma dat ze in de derde week van september in Nederland volgde. In deze week waren bonden uit India, Marokko, Uganda en Colombia uit de palmolie en horticulture in Nederland voor een serie bijeenkomsten met bedrijven en overheidsorganisaties. Onderzocht werd hoe samengewerkt kan worden met een specifieke focus op veilig en gezond werken met gewasbeschermingsmiddelen.
Ghansah is hoofd training bij de Ghanese landbouwbond GAWU en houdt zich al langer bezig met het thema veilig en gezond werken in relatie tot pesticiden. Vooral het bezoek aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) maakte indruk op Ghansah. “Ik was eerst wat sceptisch, maar de interesse van de medewerkers bleek oprecht. Ze wilden precies weten wat er op de Ghanese plantages gebeurt. En zij realiseerden zich dat ze aan de bak moeten. Ik kreeg een visitekaartje van een medewerker die me verzekerde dat ik haar altijd kan bellen.”
Interessant vond Ghansah ook het veldbezoek aan het organische zaadbedrijf Vitalis. “Ik leerde hier veel als trainer. Vitalis toonde bijvoorbeeld dat olifantsgras de grond vochtig kan houden. Wij beschouwen dit als onkruid, maar in een heet land als Ghana is het dus heel nuttig. Ook de goudsbloem is nuttig; die houdt bepaalde insecten weg van de teelt. Heel goed om te weten. Dit ga ik zeker gebruiken tijdens trainingen van onze leden.”
Haar eerste indruk van het Nederlandse beleid om hulp en handel te combineren in de landbouw is goed, zegt ze. Vooral in de combi-track (een meerjarige sectoraanpak in een opkomende markt, waarin overheid, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties met elkaar samenwerken) ziet ze kansen. “Als dit wordt ingezet voor werknemers, biedt dat uitkomst. In Ghana gaan veel jongeren van school zonder vaardigheden. Als ze daarin getraind worden, en als er kennis wordt uitgewisseld dan gaan sectoren als de horticultuur en palmolie groeien. Ook moeten ze dan getraind worden in werknemersrechten. Zo wordt het een win-win ontwikkeling. En wij als vakbonden zijn er om hierbij te helpen.”
Internationale solidariteit betekent veel voor Ghansah. “Deze hand helpt deze arm”, zegt ze terwijl ze haar linkerhand op haar rechter bovenarm legt, “ondanks het lichaam dat ertussen zit. We blijken in staat om samen met Mondiaal FNV en FNV onze werknemers te beschermen. Vanuit menswaardigheid; we doen het samen en spreken hierin één taal.”
Interview: Astrid van Unen