Dit keer was Indonesië aan de beurt. De deelnemende vakbondsleiders aan het solidariteitsnetwerk International Palm Oil Workers United (IPOWU) staken in september hun hoofden bij elkaar om te praten over de toekomst. Mondiaal FNV’s beleidsmedewerker en IPOWU-coördinator Astrid Kaag doet verslag.
IPOWU bestaat uit vakbonden in de palmoliesector uit Indonesië, Ghana en Colombia plus de FNV. De eerste bijeenkomst was in 2023 in Nederland. Toen volgde een bijeenkomst in Colombia en nu was Indonesië aan de beurt. We kwamen elkaar al tegen op Schiphol: de vakbondsdelegatie van Colombia en Ghana sloten zich daar aan om samen met de FNV’ers het vliegtuig naar Indonesië te pakken. Met als doel: de derde bijeenkomst van het netwerk International Palm Oil Workers United, afgekort tot IPOWU. Het was een mooi moment. Velen kenden elkaar al van eerdere bijeenkomsten en er was blijdschap om elkaar weer te zien.
We bespraken wat we tot nu toe gedaan en bereikt hebben en welke plannen we hebben voor de komende vijf jaar. Daarnaast organiseerde de Koalisi Buruh Sawit, de Indonesische coalitie van vakbonden en ngo’s een publieke bijeenkomst in Jakarta en Pontianak (West Kalimantan). Ook bezochten we een plantage.
In Jakarta sprak de minister van Arbeid, Mr. Yassierli. Bij binnenkomst ging iedereen staan en werd het volkslied gezongen. De minister heeft beroepsmatig veel kennis over veiligheid en gezondheid en verbetering hiervan is een persoonlijk commitment sinds tien jaar, zegt hij. De minister schetste de uitdagingen om de palmoliesector te verbeteren en sprak de wens uit tot samenwerking om gezamenlijk vooruitgang te boeken. “De vakbonden zijn de ‘verlengde armen’ van de minister.” Voor de Indonesische bonden was het heel positief dat de minister aanwezig was en hopelijk leidt dit tot contact en dialoog.
IPOWU heeft in 2024 een onderzoek naar de risico’s van het gebruik van pesticiden en andere chemicaliën gedaan. We bespraken wat er inmiddels al mee gedaan is in de vier landen en welke stappen we nog zetten. Er is veel meer bewustzijn gekomen over de risico’s en er waren voorbeelden van concrete verbeteringen op plantages, zoals aparte wasruimtes zodat de kleding niet meer mee naar huis genomen wordt, betere beschermingsmiddelen et cetera. Maar er moet nog heel veel meer gebeuren en het netwerk zal de komende jaren op alle niveaus verder werken aan verbetering. Zowel in de productielanden als in Nederland. Zo worden bijvoorbeeld middelen gebruikt die in Europa inmiddels verboden zijn. Een leven in Europa lijkt meer waard dan een leven in Indonesië, Colombia of Ghana. Dit zal moeten stoppen en daar zal de FNV zich in Europa ook voor inzetten.
Verder bespraken we het onderzoek naar lonen, wat momenteel in de drie landen wordt uitgevoerd. De resultaten zijn er nog niet, maar we hebben de strategie besproken om te komen tot betere lonen. Tijdens de week was er ook een gesprek met de RSPO, het duurzaamheidskeurmerk voor de palmolie. De Nederlandse bedrijven die palmolie verwerken hebben bijna allemaal beleid dat ze duurzame palmolie willen gebruiken en daarvoor geldt RSPO-certificering als leidraad. We hoorden van RSPO dat ze bezig zijn de definitie scherp te hebben wat een leefbaar loon nou precies is. Vervolgens moet dat vertaald worden naar een standaard die te controleren is door een auditor. Dan wordt gewerkt aan een plan van aanpak. Een lang proces en vooralsnog dus geen concrete stappen.
Er wordt al zeker tien jaar gesproken over hoe een leefbaar loon berekend wordt en we weten ook dat de lonen in het algemeen veel lager liggen, vaak zelfs onder het minimumloon. Als we verbetering willen, kunnen we beter niet te veel rekenen op de RSPO en zullen de vakbonden het moeten hebben van onderhandelingen met de werkgevers en met hun regeringen. Een goed onderzoek met gedegen data zal daarbij van veel nut zijn. Dit zal ook de komende jaren een speerpunt blijven van IPOWU.
De steun van de Nederlandse overheid neemt af in de komende jaren. Het netwerk moet nu stappen zetten om over 5 jaar zelfstandig te kunnen draaien. Ook daarvoor zijn de eerste stappen uitgezet. Nu doet Mondiaal FNV bijvoorbeeld de coördinatie en dit zal overgedragen worden aan een van de vier landen en dan gerouleerd worden.
Een netwerk in stand houden hangt af van financiering, heldere plannen en een heldere structuur. Maar bovenal is het mensenwerk. En solidariteit. Na drie jaar is te zien dat we elkaar steeds beter leren kennen en weten we wat we aan elkaar hebben. We overbruggen de taalbarrière door gebruik van vertaal-apps op de telefoon en we hebben plezier in de samenwerking. Het is voor ons allemaal een verrijking te mogen samenwerken met zoveel vakbondsmensen en we leren samen ook steeds meer van de hele keten en hoe we verandering voor elkaar kunnen krijgen. Op naar de komende vijf jaar samenwerking.
Tekst: Astrid Kaag