Cookies op websites van de FNV

De FNV gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de websites zo goed mogelijk te laten functioneren. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig.
Daarnaast maken we gebruik van tracking cookies om de website persoonlijker te maken en op jouw voorkeuren af te stemmen. Geef hieronder jouw toestemming. Je instellingen kun je altijd weer wijzigen op de pagina over Cookies.

Lees meer over onze cookies
Ik wil informatie op maat (tracking cookies)

Tracking cookies voor informatie op maat: met deze cookies kunnen we de informatie nog beter op je afstemmen. Als je ervoor kiest deze cookies niet te accepteren, dan is het nog steeds mogelijk gebruik te maken van onze websites maar kan het wel voorkomen dat bijvoorbeeld opnieuw gevraagd wordt een vragenlijst in te vullen als je dat al hebt gedaan.

Tendayi Matimba: ‘We willen bonden met een financieel-duurzame toekomst’

Een duurzame financiële toekomst, dat is een van de uitgangspunten bij de steun die Mondiaal FNV biedt aan vakbonden in ontwikkelingslanden. Financieel medewerker Tendayi Matimba heeft een training ontworpen, die onlangs aan Afrikaanse bonden is gegeven. “Eigenlijk is het uitgangspunt: hoe krijg ik mijn boekhouding op orde en hoe kan ik mijn geld slimmer inzetten.”

Lidmaatschapsgelden vormen de basis van elke vakbond. Voor bonden in Afrika is dit meestal geen vetpot, legt Tendayi Matimba uit. Omdat werknemers daar vaak lage lonen krijgen en leden met een daginkomen van 1 à 2 dollar eigenlijk niks kunnen missen.  ‘Daarom zal elke vakbond die arme werknemers organiseert, die tegenwoordig het grootste deel van alle werknemers in Afrika vertegenwoordigen, niet levensvatbaar zijn en altijd afhankelijk zijn van externe donorgelden’, schreef onderzoeksbureau Ledriz uit Zimbabwe in de rapportage ‘Financial Sustainability of Trade Unions’, die in 2017 uitkwam. 

Maar Mondiaal FNV heeft er beleid van gemaakt dat bonden op den duur financieel onafhankelijk moeten zijn. Doel is dat ze straks zelf de nodige programma’s draaien, op eigen kosten. Ledriz deed een aantal waardevolle aanbevelingen in haar rapport, waaronder: ‘De eerste stap van een vakbond naar financiële duurzaamheid is het ontwikkelen van een degelijk strategisch plan. Via strategische planning bepalen vakbonden hoe zij waardevolle, vraaggestuurde diensten aan hun leden zullen bieden.’

Efficiënte en transparante administratie

Voor Matimba reden temeer om een trainingsprogramma te ontwikkelen. Ze reisde in de eerste week van november 2018 af naar Kenia, waar ze twee keer 2,5 training bijwoonde voor Afrikaanse bonden uit Kenia, Rwanda, Tanzania, Ethiopië en Oeganda. Deels aan bilaterale partners en deels aan partners van de internationale sectorbond BWI. In totaal kregen 38 mensen de eerste stappen richting duurzame financiële huishouding voorgeschoteld.

“Doel van de training is de vakbondsleiders wat mee te geven aan kennis, bewust-zijn en inzicht in de financiële mogelijkheden”, zegt Matimba. “Ik merk dat als dit aan een groep verteld wordt, het gemakkelijker is om er individueel op terug te komen. Ik heb daar nu een basis gelegd. Financieel management moet efficiënt en transparant zijn. Daarnaast moet elke bond zich richting financiële onafhankelijkheid ontwikkelen. Dit traject bestaat uit 3 fases.”

Fase 1: financieel overzicht, duidelijke spelregels

De eerste fase, zo licht Matimba toe, is zorgen dat de financiële organisatie op orde is. Boekhoudingssoftware aanschaffen en zorgen dat de spelregels deugen. Met spelregels bedoelt Matimba bijvoorbeeld dat bij aanschaf van nieuw meubilair er tenminste 3 offertes worden opgevraagd. Dat er afspraken zijn over goedkeuring en betaling van facturen en natuurlijk het geldbeheer. En dat het internet veilig is, zodat er geen ongewenste gasten bij de financiële administratie kunnen. Een bijkomstig voordeel van  duidelijke spelregels is dat het vanzelf al zorgt voor meer efficiëntie. 

Fase 2: besparen waar mogelijk

Vervolgens kunnen bonden op zoek naar het zogenoemde laaghangende fruit om kosten te besparen. “Wat kun je snel regelen?” vraagt Matimba. “Naar het buitenland bellen, kan zo 50 dollar kosten. Maar via Skype of Whatsapp is het gratis. Sneller internet kost extra, maar bespaart veel werktijd. Zo’n ‘simpele’ besparingsronde kan al gauw 5-10% aan uitgaven besparen. Daarnaast is het goed om naar de opbouw van de organisatie te kijken. Als ze overstappen naar boekhoudsoftware, houden ze personeel over die andere taken kunnen doen. Bijvoorbeeld het organizen van nieuwe leden. Voor congressen in Afrika worden vaak wel 500 mensen uitgenodigd. Die moeten allemaal ergens eten en slapen, dat is hartstikke duur. We vragen de armlastige bonden te kijken of ze dit niet anders kunnen regelen.” 

Fase 3: een duurzame financiële toekomst

“In deze fase leren bonden te onderzoeken hoe ze kunnen groeien en welke aanpassingen er nodig zijn”, vertelt Matimba. “Dan kun je denken aan uitbreiding van serviceverlening, die extra inkomsten oplevert en er ook voor zorgt dat leden lid blijven. Want veel zaken zijn interessant voor een bond, als extra financiële inkomstenbron, maar vooral als ledenbinder. Dat geldt voor het aanbieden van gratis belastingservice, maar ook voor collectieve verzekeringen of het voeren van een spaar- en kredietfaciliteiten.”

Activiteiten in het verlengde van de leden

Matimba noemt als goed voorbeeld Ghana, waar een aantal bonden investeringsbanken heeft. Zij bieden collectieve verzekeringen aan, waardoor ze meer leden krijgen, maar hen ook langer behouden. De vakbondsfederatie heeft er een eigen gebouw, waarin alle bonden gehuisvest zijn, maar ook een deel aan andere partijen wordt verhuurd. Ook dat levert inkomsten op. In Oeganda heeft de bouwbond een stuk land waar aan duurzame bosbouw gedaan wordt. Dat is een investeringskavel met weinig omkijken. “Belangrijk hierin is dat een bond zich door de markt laat leiden, niet door de vakbondsagenda. Een vakbondsleider is geen zakenleider, dus die taken moeten worden gescheiden. En zorgen dat de activiteiten in het verlengde liggen van je leden.”

Ze wijst op de valkuilen. “Veel vakbonden willen graag een eigen opleidingsinstituut, maar er zijn maar weinig voorbeelden die goed gaan. Meestal loont het niet, omdat het veel geld kost om het te runnen. Dan krijg je krakkemikkige service. Het is goed om te kijken hoe het geld slimmer ingezet kan worden. En het personeel erbij te betrekken. Kom met ideeën. Waar liggen onze kansen?“

Financiële duurzaamheid is andere mindset

De training in Kenia concentreerde zich op de 1e fase, en de deelnemers raakten enthousiast. “Dankzij de uitmuntende trainer Hilda Hakiza”, zegt Matimba. “Ze heeft een goede stijl en ze krijgt iedereen mee. In deze workshop ligt de nadruk op het financiële management. Planning, monitoring, boekhouding en controle. Veel deelnemers gaan hiermee aan de slag. Ze hebben huiswerk meegekregen en trainer Hilda is bereikbaar voor vragen. Komend jaar gaan ze aan fase 2 werken.”

Financiële onafhankelijkheid is zo belangrijk, benadrukt Matimba. “Daarmee bevestigen de bonden hun bestaansrecht. Donorgelden verwijderen hen van hun leden, omdat ze over die gelden aan leden geen echte verantwoording hoeven af te leggen.” Ze is nu druk met het standaardiseren van de zogenoemde Financiële Capaciteitsopbouw (FCO), een procedure die voor de vakbonden gebruikt gaat worden.  “De term financiële duurzaamheid is zo complex”, zegt ze. “Het draait om een andere mindset, het is echt een transitieproces.”

Tekst Astrid van Unen
29 november 2018