Europa Wet- en regelgeving

Van de Nederlandse wetgeving is 60 procent vanuit Brussel afkomstig. Wat zijn de belangrijkste trends en wat vindt de FNV belangrijk?

In 2000 is afgesproken dat de Europese Unie in 2010 de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld zou zijn, die in staat zou zijn tot duurzame economische groei met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang.

Dat blijkt niet echt gerealiseerd. Toch heeft een EU-brede lange(re)termijnvisie zeker haar nut bewezen. Daarom wordt er ook een nieuwe overkoepelende lange(re) strategie vastgesteld: de EU 2020 strategie. Dit voorstel wordt besproken op de Voorjaarsraad. De regeringsleiders geven dan hun goedkeuring aan het voorstel van de Europese Commissie.

Strategie van Lissabon

De Strategie van Lissabon vormde het overkoepelende beleidsinstrument van de Europese Unie om het beleid van de lidstaten te coördineren en het eigen beleid van de EU (daar waar de Europese Unie bevoegd is) daarbij te laten aansluiten. 

Om de doelstellingen van de Lissabon-strategie te kunnen bereiken, werd een nieuw instrument in het leven geroepen: de open coördinatiemethode. De idee was dat met deze vrijblijvende methode nationale overheden ongemerkt meer betrokken zouden raken bij het Europese proces van beleidsontwikkeling.

vrouw_grafiek_450x300

Na 2000 veranderde het economisch klimaat, de groeidoelstelling van 3 procent (die een noodzakelijke voorwaarde vormde voor de realisatie van de Lissabon-agenda) is tot op heden bijvoorbeeld niet EU-breed gerealiseerd. De Strategie van Lissabon kwam daarmee heel snel in een soort vicieuze cirkel terecht: een lage economische groei bemoeilijkt de uitvoering van hervormingen, terwijl achterstand van de hervormingen een remmende uitwerking heeft op groei en werkgelegenheid.

Kernvoorwaarden

Halverwege bleek dat de verwezenlijking van economische groei en het verstevigen van de Europese concurrentiepositie kernvoorwaarden waren voor de realisering van de doelstellingen uit de Strategie van Lissabon. De Raad maakte hiermee de sociale en de milieu dimensie eigenlijk afhankelijk van het resultaat van de economische prestaties. Er was weinig overgebleven van de oorspronkelijke driepeilerstructuur.

Vervolg

Het werd duidelijk dat de lidstaten vonden dat er een vervolg van de Lissabonstrategie moest komen. Achter de schermen bleken de meningen uiteen te lopen over het verplichte karakter van de Lissabonstrategie en over het nut van EU-brede streefdoelen en de daarmee samenhangende ‘one size fits all’-benadering.  Ook het feit dat de belangrijkste doelstellingen van de Lissabonstrategie niet gehaald zijn, vormde aanleiding tot debat over het nut van algemene EU-streefdoelen.

De EU 2020 strategie

Na een uitgebreide consulatie, presenteerde de Europese Commissie onlangs haar voorstellen voor de hernieuwde Lissabonstrategie: de EU 2020 strategie.

Europa 2020 stelt drie prioriteiten die elkaar versterken:

  • Slimme groei voor een op kennis en innovatie gerichte economie.
  • Duurzame groei voor een groenere competievere economie waarin efficiënter met hulpbronnen wordt omgesprongen.
  • Inclusieve groei voor een economie met veel werkgelegenheid en sociale en territoriale cohesie.

Zeven kerninitiatieven

Om deze doelen te behalen stelt de Europese Commissie zeven kerninitiatieven voor, die als katalysator van de beoogde streefdoelen moeten werken:

  1. Innovatie unie: ter verbetering van randvoorwaarden en toegang tot financiering voor onderzoek en innovatie.
  2. Jongeren in beweging : ter verbetering van de resultaten in het onderwijs en jongeren gemakkelijker toegang tot de arbeidsmarkt bieden.
  3. Digitale agenda voor Europa: ter bevordering van supersnel internet aanleg.
  4. Efficient gebruik van hulpbronnen: om economische groei los te koppelen van het gebruik van hulpbronnen (met name gericht op energie en vervoer).
  5. Industriebeleid in een tijd van mondialisering: ter verbetering  van het ondernemingsklimaat met specifieke aandacht voor KMO’s.
  6. Agenda voor nieuwe vaardigheden en banen: ter modernisering van arbeidsmarkt en flexicurity.
  7. Europees platform tegen armoede : ter versterking van sociale en territoriale cohesie.

Deze kerninitiatieven houden verplichtingen in voor de EU-instellingen èn voor de lidstaten. De commissie zal de komende tijd voorstellen doen aan de vakraden ter verdere invulling.

Europese streefcijfers voor 2020

De Europese Commissie stelt slechts vijf centrale Europese streefcijfers voor:

  • 75 procent van de bevolking tussen 20-64 jaar moet werk hebben.
  • 3 procent van het EU-BBP moet worden geïnvesteerd in onderwijs en onderzoek.
  • De 20/20/20 klimaat- en energiedoelstellingen moeten worden gehaald (20 procent CO2-reductie in 2020).
  • Het aandeel vroegtijdig schoolverlaters moet minder dan 10 procent bedragen, en minstens 40 procent van de jongere generatie moet een hoger onderwijsdiploma hebben.
  • Het aantal mensen voor wie armoede dreigt moet met 20 miljoen zijn gedaald (25 procent).

Regie 

De Europese Raad wordt de regisseur van de EU 2020 strategie, de rol van het Europees Parlement is niet zozeer vergroot. Het is natuurlijk wel de Commissie die na goedkeuring van de strategie door de Raad in juni 2010 met de vakraden tot een uitwerking van de kerninitiatieven zal komen. Deze worden eigenlijk slechts in algemeenheden beschreven, op een wijze waar niemand tegen zal kunnen zijn. De Commissie zal dit uitwerken met de vakraden, een concretisering ontbreekt vooralsnog.

Manco

Dat is een groot manco, er moet een exitstrategie ontwikkeld worden, maar een concreet tijdpad en ijkpunten van de strategie ontbreken. Dit geldt voor alle kerninitiatieven. Er staan wat algemeenheden, maar die worden niet uitgewerkt. Dat geeft de Commissie een boel ruimte en zet tegelijkertijd de regiefunctie van de Europese Raad onder druk. Uiteindelijk bepalen Commissie en Vakraden. Als er wetgevingsvoorstellen bij zitten, mag het Europees Parlement meepraten.