AOW - Standpunt FNV
Nadat in het najaar van 2008 de kredietcrisis ook in Nederland uitbrak, stond de AOW al snel zwaar onder druk. Het laatste kabinet-Balkenende besloot in het voorjaar van 2009 om de ingangsleeftijd voor de AOW te verhogen van 65 naar 67 jaar. Aanvankelijk verzette de FNV zich daar fel tegen, tot duidelijk werd dat de crisis, de vergrijzing en de stijgende levensverwachting een hervorming van het pensioenstelsel onvermijdelijk maakten.
Nadat de FNV zich voorjaar 2009 verzette tegen de voorgenomen verhoging van de AOW-leeftijd, mocht zij proberen in de SER een alternatief te vinden die dezelfde besparing (vier miljard euro per jaar) zou opleveren. De leden werden opgeroepen zelf alternatieven te bedenken, daarbij geholpen door de FNV Alternatievenkrant . Daarin werden bezuinigingen voorgesteld op andere terreinen dan de AOW, zoals de hypotheekrenteaftrek voor dure villa’s.
Plan voor flexibele AOW
Omdat duidelijk werd dat de werkgevers hier niet aan wilden, en dat zij ook de pensioenleeftijd wilden verhogen, werd samen met de vakcentrales CNV en MHP gewerkt aan een alternatief plan voor een flexibele AOW-leeftijd. Helaas wilden de werkgevers daar ook niet aan meewerken; zij haakten kort voor de deadline van 1 oktober 2009 af. Het SER-traject was jammerlijk mislukt.
Mega-bezuinigingen
Ondertussen was duidelijk geworden dat de crisis een enorm gat in de overheidsfinanciën had geslagen. Er moest volgens de regering maar liefst 35 miljard euro bezuinigd worden. Dat maakte de druk vanuit de politiek en de media om de AOW-leeftijd te verhogen nog groter.
Demonstraties
Na de mislukking in de SER kon de regering doorgaan met het eigen wetsontwerp. De FNV organiseerde nog een paar demonstraties, op 21 november 2009 door heel Nederland (onder meer in Rotterdam) en op 20 januari 2010 in Den Haag. Helaas viel de opkomst tegen.
Regering Balkenende valt
De val van de regering-Balkenende op 20 februari 2010 bood onverwachts uitkomst. De leeftijdsverhoging van de AOW werd controversieel verklaard. Het onderwerp werd dus overgelaten aan de nieuwe regering die na de verkiezingen op 9 juni 2010 zou aantreden. Maar omdat veel partijen de leeftijdsverhoging in hun programma hadden staan, beloofde dat weinig goeds. Om erger te voorkomen greep de FNV deze adempauze aan om opnieuw met de andere vakcentrales en de werkgevers te zoeken naar een oplossing.
Principe-akkoord
Dat leidde op 4 juni 2010 tot een principe-akkoord over de AOW en het pensioen. Dat gaat weliswaar uit van een leeftijdsverhoging naar 66 jaar in het jaar 2020 (en mogelijk naar 67 jaar in 2025), maar het welvaartsvast maken van de AOW maakt het mogelijk om toch nog met 65 jaar te stoppen, met een fatsoenlijke uitkering. Met die oude wens van de FNV wordt de AOW gekoppeld aan de verdiende lonen, die hoger zijn en sneller stijgen dan de contractlonen. Daardoor krijgt iedereen, ook straks, een waardevaste uitkering.
Referendum
Dat principe-akkoord is in juni 2010 via een raadgevend referendum voorgelegd aan de leden van de FNV. Op 1 juli werd bekend dat ongeveer 80 procent van de leden voor het akkoord had gestemd. Twee weken later nam de federatieraad (overleg van alle bondsbesturen) het akkoord over. Alleen seniorenbond ANBO en Nautilus (maritieme sector) stemden toen tegen.
Kabinet Rutte
Op 14 oktober 2010 trad het kabinet-Rutte aan, bestaande uit VVD en CDA, met gedoogsteun van de PVV. In het regeerakkoord van het kabinet staat dat de AOW in 2020 naar 66 jaar gaat. Begin 2011 begon overleg tussen het kabinet en de sociale partners over het pensioenakkoord. Aangezien dat akkoord voorziet in een leeftijdsverhoging naar 67 jaar (tegen de zin van gedoogpartner PVV), moest het rekenen op een kamermeerderheid.
Toch een meerderheid
Op 9 juni 2011 werd de federatieraad van de FNV het in principe eens over het verder uitgewerkte pensioenakkoord, dat de volgende dag getekend werd met werkgevers en minister Kamp. Maar de grootste bond (FNV Bondgenoten) was nu tegen en organiseerde een eigen referendum met een duidelijk nee-advies. Belangrijkste bezwaren waren de vrijheid voor pensioenfondsen om te mogen rekenen met verwachte rendementen ('casinopensioen') en angst voor koopkrachtverlies voor mensen die toch met 65 jaar de AOW willen laten ingaan.
Ook een referendum van Abvakabo FNV leverde een nee op. Omdat de bondsraad van FNV Bouw wel akkoord ging, evenals bijna alle kleine bonden, kreeg het pensioenakkoord op 19 september 2011 toch een meerderheid in de federatieraad.