FNV: kabinet overtreedt internationale regels met WIA
07-03-2011De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) heeft felle kritiek op de WIA, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. De ILO vindt de uitvoering van de WIA voor gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers in strijd met het door Nederland bekrachtigde ILO-verdrag 121.
De vakcentrale FNV vroeg in 2006 al om een beoordeling van de WIA door de ILO. De WIA wordt binnenkort door de Tweede Kamer besproken. De FNV verwacht dat het kabinet de WIA naar aanleiding van de kritiek aanpast.
Verruiming WIA
‘Wij wisten al dat de WIA te krap, te zuinig en nodeloos ingewikkeld is’, zegt FNV-bestuurder Leo Hartveld. ‘De uitspraak van de ILO is zeldzaam negatief en bevestigt ons standpunt. Wij vinden dat het kabinet zich moet houden aan de internationale verdragen die door Nederland ondertekend zijn. Het kan niet anders dan dat minister Kamp van Sociale Zaken de WIA nu snel gaat verruimen.’
Zware kritiek
Op 2 punten van de WIA heeft de ILO zware kritiek.
- De ILO oordeelt dat de drempel om in de WIA te komen in strijd is met ILO-verdrag 121. Werknemers die minder dan 35 procent arbeidsongeschikt zijn, krijgen nu geen WIA-uitkering. Die grens ligt volgens de ILO te hoog en moet naar beneden. Op dit moment krijgt bijna de helft van de mensen die gekeurd worden door deze veel te hoge drempel geen WIA-uitkering.
- De WGA-vervolguitkering, onderdeel van de WIA, is zo laag dat gedeeltelijk arbeidsongeschikten die onvrijwillig werkloos zijn, beneden het bestaansminimum uitkomen. Dat het kabinet dat ‘repareert’ met een toeslag is volgens de ILO onvoldoende om aan het verdrag te voldoen. De hoogte van die uitkering moet worden afgeleid van het laatstverdiende loon en niet, zoals nu, van het minimumloon. De WGA-vervolguitkering mag ook niet afhankelijk worden gemaakt van het zoeken naar, en accepteren van werk.
Net als de FNV dringt de ILO er bij het kabinet op aan om de WIA zo snel mogelijk aan te passen en volledig in overeenstemming te brengen met het door Nederland ondertekende ILO-verdrag 121.

